Gladjanus

Anton van der Kolk:, De dikke danseres. Met tekeningen van Camila Fialkowski. Uitg. Van Goor. Prijs ƒ 24,90. Vanaf 7 jaar.

Mathijs Beentjes: Ik wil koekjes, allemaal! Met tekeningen van Georgien Overwater. Uitg. Van Goor. ƒ 22,90. Vanaf 5 jaar.

Henk Figee, naar een scenario van Mieke de Jong: Kootje. Met tekeningen van Philip Hopman. Uitg. Leopold. ƒ 19,90. Vanaf ca. 8 jaar.

In zijn debuut Een pelikaan op straat (1992) tekende Anton van der Kolk de ervaringen op van een meisje dat vanuit Costa Rica naar Nederland reist om daar te gaan wonen. De cultuurschok die de kleine Marita ervaart betreft allerlei dingen die we in het westen doodgewoon vinden - water uit de kraan, een slot op je huisdeur - en Van der Kolk weet die zonder meer overtuigend over te brengen. Niet voor niets zal aan hem binnenkort de Jenny Smelik-IBBY-prijs worden uitgereikt: de manier waarop hij in zijn boekje verschillende culturen dichter bij elkaar heeft gebracht heeft kennelijk ook de jury aangesproken.

Never change a winning team: in Van der Kolks tweede boek, De dikke danseres,is Marita opnieuw de hoofdpersoon. Inmiddels is ze een half jaar in Nederland, ze kijkt er niet meer van op dat het water hier uit de kraan komt en vruchtensap uit een doosje, en ze spreekt en verstaat de taal al aardig. Daar zit 'm meteen het probleem van dit boekje: wat zo verfrissend was aan Een pelikaan op straat, de argeloze kijk van een in Zuid-Amerika opgegroeid meisje op de verwende westerse cultuur, kan in een vervolg vanzelfsprekend niet eeuwig volgehouden worden, om de simpele reden dat Marita langzaam maar zeker ingeburgerd begint te raken. Veel van de dingen die ze in dit tweede boekje voor het eerst meemaakt hebben niets te maken met haar afkomst, maar alles met haar prille leeftijd, met weinig levenservaring: zo komt ze voor het eerst in een ziekenhuis, er gaat iemand dood die ze erg aardig vindt en ze krijgt een zusje - het soort gebeurtenissen dat in zoveel boeken voor jonge kinderen beschreven wordt. Wat dat betreft zijn deze korte, pointeloze verhaaltjes, hoewel er een onmiskenbare charme van uitgaat, lang niet zo opmerkelijk als de schetsjes waaruit het eerste boekje over Marita bestaat. Van der Kolk probeert er met alle macht nog een soort lijn in aan te brengen door pas aan het eind een lang gekoesterde wens van Marita in vervulling te laten gaan: ze wil niks liever dan zomaar in het wilde weg een dansje maken, maar steeds kan of mag dat niet, en dat komt natuurlijk door de bekende harkerigheid van de Nederlanders. Uiteindelijk kan het dus wel, maar waarom? Omdat Marita nu een zusje heeft?

Ook in het debuut van Mathijs Beentjes, getiteld Ik wil koekjes, allemaal!,wordt een klein meisje voor het eerst geconfronteerd met de dood, en de gesprekken die ze daarover met een vriendinnetje voert zijn beslist grappig. Op de vraag waar haar dode opa uithangt, antwoordt de vijfjarige Laura: 'Ik denk in zijn graf. Voor een middagdutje.' Immers, 'Als je dood bent, moet je erg veel slapen'. Maar dit soort dialogen zijn er toch te weinig. Beentjes is zonder meer uit op herkenbaarheid maar deinst blijkbaar terug voor al te gewone gebeurtenissen. In plaats daarvan laat hij Laura afdalen in de schoorsteen van het huis van een vreemde, eenzame meneer die maar wàt blij is met haar bezoek. En als 'opa' later doodgaat, blijkt ze zijn enorme huis zelfs te hebben geërfd. Alles wordt met de grootste vanzelfsprekendheid verteld, en de moeder van Laura lijkt ook al nergens van op te kijken, maar het is allemaal weer niet absurd genoeg om echt grappig te zijn. Het is een voortdurend geschipper tussen realisme en ongeloofwaardigheid: de schrijver heeft zijn draai kennelijk nog niet echt gevonden.

Op basis van het Mieke de Jongs scenario voor de film Kootje, een Nederlands-Franse coproduktie, schreef Henk Figee een boek dat werkelijk van de onwaarschijnlijkheden aan elkaar hangt maar daardoor juist leuk is. Het is een dwaas verhaal vol prettig en minder prettig gestoorde types die kinderen zeker zullen aanspreken: een moeder die alle mogelijke prijsvragen en televisiespelletjes wint, een enge gladjanus die haar voordurend aanzet om daarmee door te gaan en een schat van een nep-oma genaamd Kruif die er in de watertoren waar ze woont een echt privé-zwembad op na houdt. Het is allemaal zo kleurrijk en met zoveel plezier beschreven dat je de film al bijna voor je ziet. Overigens zal die pas over een jaar in de bioscopen te zien zijn.