Debat

- Zeg, heb jij laatst op de BRT die documentaire gezien over twee neonazi's die een dagje in Auschwitz rondkeken?

“Nou nee, ik had wel iets beters te doen.”

- Er zat wel een interessant moment in. Bij hun aankomst in Auschwitz werden die neonazi's opgewacht door een jood, een overlevende van het kamp. Hij ontblootte zijn arm en liet zijn nummer zien. Daarna wilde hij de neonazi's een rondleiding geven. Hij dacht dat hij die jongens wel kon overtuigen van het feit dat het allemaal echt gebeurd was.

“En lukte hem dat?”

- Nee, natuurlijk niet. Op een gegeven moment liepen die neonazi's grijnzend weg. Het was een aandoenlijke poging van die oude jood, maar ook erg naïef. Bovendien had het iets van een zelfvernedering om op die plaats met dat soort lui over zoiets in debat te gaan.

“Maar wat vind je van die film van Winfred Bonengel? Daarin wordt een neonazi zonder commentaar aan het woord gelaten.”

- Dat lijkt me eigenlijk de enige manier. Als zo'n film integer is gemaakt, dan kan die aanpak heel dodelijk zijn. Niets werkt zo contraproduktief als obligate verontwaardiging.

“Je gelooft dus niet in een dialoog met neonazi's? Toch heeft Felix Rottenberg voorgesteld om met de Janmaat-stemmer in debat te gaan.”

- Hoe moeten wij ons dat voorstellen? Aanbellen bij de mens thuis. Meneer, mevrouw, stemt u op de Centrum Democraten? Ja? Dat ziet u dan helemaal verkeerd, dat moet u echt niet doen. Ik heb meelij met de PvdA'ers die dit werkje moeten opknappen.

“In Vrij Nederland staat dat bij de komende gemeenteraadsverkiezingen heel wat kandidaten van de Centrum Democraten tevens kaderlid zijn van het FNV. Wat moet het FNV doen in zo'n geval? In debat gaan of royeren?”

- Onmiddellijk royeren, zou ik zeggen. Het lidmaatschap van de FNV lijkt me onverenigbaar met dat van de Centrum Democraten.

“En als zo'n lid van de Centrum Democraten zich in het verleden heel verdienstelijk heeft gemaakt voor de vakbeweging?”

- Jammer, niets aan te doen. Royeren. Je moet dat soort mensen niet op de een of andere manier respectabel maken.

“Wat zou jij trouwens doen als morgen een neonazi lid wordt van jouw schaakclub en je moet een partij met hem spelen?”

- Onder schakers komen geen neonazi's voor.

“Hij wordt lid van jouw schietclub.”

- Van mijn schietclub? De enige keer in mijn leven dat ik een geweer heb vastgehouden, was op de kermis.

“Van jouw bridgeclub?”

- Dat wordt al moeilijker. Een bridgeclub is niet zoiets als een vakcentrale. Ik zou misschien een andere bridgeclub zoeken.

“Zeg, even iets totaal anders. Heb je gelezen dat een Amsterdams echtpaar bij de Reclame Code Commissie een bezwaar heeft ingediend tegen een wervingsadvertentie van het dagblad Trouw? Daarin was een Turks meisje afgebeeld in de bekende pose van Anne Frank. Het echtpaar vindt de advertentie ongepast, omdat daarmee de indruk wordt gewekt dat de allochtoon van nu hetzelfde overkomt wat de joden in de oorlog is overkomen.”

- Het lijkt mij dat dat echtpaar volkomen gelijk heeft. Ik heb het nog even bij de NS nagevraagd, maar ook daar sprak men tegen dat Turkse meisjes tegenwoordig met veewagens uit Nederland worden weggevoerd. Er bestaat zelfs geen Auschwitz voor Turkse meisjes. Anne Frank te gebruiken om abonnees te winnen, “een proefabonnement voor slechts ƒ 17,50”, dat is wel erg smakeloos. Ik neem aan dat het echtpaar in het gelijk is gesteld.

“Nee, de Reclame Code Commissie heeft het bezwaar afgewezen. Volgens de Commissie wordt er met die advertentie uitsluitend een verband gelegd tussen het racisme van toen en van nu, en wordt er niet meer gesuggereerd dat Turkse meisjes worden uitgeroeid. De Reclame Code Commissie heeft er wel begrip voor dat de advertentie niet door iedereen wordt gewaardeerd, maar acht haar niet in strijd met de goede smaak of met het fatsoen. Wat vind je daarvan?”

- Wat ik daarvan vind? Niets. Je denkt toch niet dat ik op deze plaats met dat soort lui over zoiets in debat ga?