De bussen branden in Athene na besluit tot nationalisering

ATHENE, 17 DEC. Een stakende autobuschauffeur reed zijn lege wagen woensdag tot vlak voor het parlementsgebouw, waar hij dreigde het voertuig en zichzelf in brand te steken met behulp van reeds uitgegoten benzine. Leden van de mobiele eenheid sleurden hem aan zijn haren door een raampje naar buiten, waarna hij in hechtenis werd genomen.

Enkele dagen tevoren had een van zijn collega's zich, met een pistool op zijn hoofd, op het dak van de remise vervoegd, vanwaar hij door twee rechtse afgevaardigden naar het parlementsgebouw werd meegetroond “om met de minister van transport te spreken”.

De afgelopen nacht werden vijf in een remise staande bussen in brand gestoken door onbekenden die in een klein busje arriveerden. Vrouwen en kinderen zijn gemobiliseerd om het uitrijden van de Atheense bussen te verhinderen, maar toch slaagden enkele chauffeurs er vanmorgen in weer met hun voertuig op straat te komen.

De strijd, eerst om de privatisering, daarna om de hernationalisering van het Atheense openbare vervoer, kent veel dramatische hoogtepunten en het eind lijkt nog niet in zicht, ook al heeft het nieuwe parlement deze week slechts enkele dagen nodig gehad om de privatisering van de vorige regering ongedaan te maken en, althans op papier, een overkoepelend lichaam op poten te zetten voor het hele openbaar vervoer in Athene. Gisteren kreeg het wetsvoorstel kracht van wet.

Twee jaar geleden begon de rechtse regering-Mitsotakis aan een poging, het zwaar overbezette en in schulden badende busvervoer van de hoofdstad te saneren. Dit ging niet zonder ontslagen, en daartegen richtten zich massale stakingsbewegingen, die weken duurden.

Nu was het Atheense publiek er allang aan gewend geraakt dat het busvervoer plotseling tot stilstand komt. Een chauffeur riep dan, liefst tijdens het spitsuur, “iedereen uitstappen, de wagen gaat niet verder”. Dat was dan lang niet altijd wegens een staking, soms moest het hele personeel naar een 'algemene vergadering' om zich over een belangrijke kwestie, meestal werkuren betreffende, te beraden. “Zoiets gebeurt nergens ter wereld”, mopperden dan de passagiers, maar lijdzaam verlieten ze het vervoermiddel waarvoor ze hadden betaald.

Toen de stakingen permanent bleken, voerde de regering binnen enkele weken een gewaagde privatisering door, een van haar weinige initiatieven op dit gebied die aanspraak mochten maken op het predikaat 'geslaagd'. De bussen werden ter beschikking gesteld van het personeel - een ieder die daartoe bereid was kon voor een miljoen drachmen (8.000 gulden) een halve bus kopen, met de verplichting dat hij haar binnen enkele jaren zou vervangen door een nieuwe en 'schone', want de oude vormden één van de belangrijkste bronnen van vervuiling in de stad. Eenzelfde voorrecht kregen chaufferende vaders van vier of meer kinderen.

De meerderheid van het personeel, zo'n 7.000 personen, ging niet op het aanbod in en kreeg zonder pardon ontslag uit het, inmiddels ontbonden, oude bedrijf. Een minderheid hapte toe, waar moed voor nodig was, want onder de ontslagen stakers ontstonden knokploegen die niet terugdeinsden voor zeer harde acties. Zo zijn werk- en koopwilligen die zich kwamen aanmelden op straat bij klaarlichte dag poedelnaakt uitgekleed. Gekochte wagens werden, vooral de eerste maanden, geregeld het doelwit van vernielingen, zodat er 's avonds nauwelijks werd gereden. Men noemde daders 'kóllades', naar de buitengewoon dynamische stakingsleider Kóllas, die overigens zulke acties wel steeds afkeurde.

“Maar ja, wij worden ook uitgekleed”, riep een nog hardere stakingsleider, Stamóulos, die met Kóllas vooropging bij de talloze protestmarsen door de stad. Daar was echter steeds minder aandacht voor en de verliezers werden gaandeweg een pathetische groep, die klaagde over het aantal hartkwalen, sterfgevallen en zelfmoorden in de werkloze families.

Tot de socialisten onder Andreas Papandreou weer aan de macht kwamen, die de 'kóllades' volledige rehabilitatie in het vooruitzicht hadden gesteld. Volgens het wetsontwerp dat nu in behandeling is zullen ze, samen met de trolleybussen en de ondergrondse, worden ingevoegd in een nieuwe, overkoepelende organisatie. De 'eigen-wagenrijders' zullen daartoe ook mogen toetreden, maar dan moeten ze wel afstand doen van hun bussen, waarvoor ze alleen het gestorte geld terugkrijgen.

Reeds werd hun ook ruim tien miljoen gulden aan achterstallige kosten voor benzine enzovoorts uitbetaald, maar hun opstelling blijft volledig negatief. Er is ook geen gehoor gegeven aan een mobilisatieoproep van de regering. “Niet dan over hun lijk” zullen ze hun wagens prijsgeven, en het Atheense publiek moet het alweer enkele dagen zonder bussen doen, wat ook wordt betreurd door de winkeliers in de binnenstad, die moeten vrezen dat er van kerstinkopen niets terechtkomt.

Het wordt de eerste grote krachtproef voor de socialistische regering, die rekening moet houden met het feit dat de publieke sympathie enigszins naar de 'huishoudelijken', zoals ze worden genoemd, uitgaat. Hun organisatie, SEP (vervoersbedrijven) genoemd, heeft een jaar lang niet onverdienstelijk gefunctioneerd. De dienstregeling was weliswaar ondoorgrondelijk - weinig dienst, weinig regeling - maar er werd ten minste gereden, zonder stakingen, zonder 'algemene vergaderingen'. De meeste chauffeurs waren harde werkers, die hun wagens zelf verzorgden en schoonhielden. Daar heeft een Griek wel respect voor. En er reden ook al tientallen gloednieuwe bussen door de stad.

Velen vragen zich ook af of de regering, met haar harde opstelling, niet een kans voorbij laat gaan. Naar het voorbeeld van Stockholm zou het kunnen komen tot twee concurrerende bedrijven, één staats- (of gemeentelijk) en één particulier bedrijf, een systeem waarmee de passagier zijn voordeel zou doen. Maar de regering is gebonden aan de beloften die zij de 'kóllades' deed. De oppositiepartij Nieuwe Democratie heeft al aangekondigd ook dit weer ongedaan te zullen maken als zij aan de macht komt. Cartoons tonen bitter hoe deze strijd over de rug van de passagiers wordt uitgestreden.