Clinton benoemt Inman als minister van defensie

WASHINGTON, 17 DEC. President Clinton heeft gisteren de 62-jarige admiraal b.d. Bobby Ray Inman voorgedragen om Les Aspin op te volgen als minister van defensie.

Inman was vier jaar directeur van de National Security Agency, onder meer belast met het beheer van spionagesatellieten, onder president Carter en anderhalf jaar onderdirecteur van de CIA onder president Reagan. Nu is hij directeur van een computerbedrijf in Texas.

Inman zei gisteren dat hij begreep dat het Amerikaanse publiek minder geïnteresseerd is in wat alle Amerikaanse troepen in het buitenland doen dan in de 'waar' die ze terugkrijgen voor het defensiegeld. Hij beloofde ernaar te streven dat Amerika “een dollar tegenwaarde voor elke uitgegeven dollar in defensie” zou krijgen. Hij zei dat hij zijn recente ervaringen in het zakenleven zou aanwenden voor het besturen van het Pentagon.

Inman werd door Congresleden van beide partijen geprezen. De humeurige onderkoning van defensie in het Congres, de Democratische senator Sam Nunn, zei dat hij Inman zo snel mogelijk aan boord hoopte te hebben. De voorzitter van de Commissie voor Buitenlandse Zaken, de Democratisch afgevaardigde Lee Hamilton, zei dat hij een “uitstekende keuze is, heel populair op Capitol Hill”. De Republikeinse leider in de Senaat, Bob Dole, vond Inman “een erg goede persoon voor dit werk”, maar voegde daaraan toe dat Inman ook, net zoals de vertrekkende minister Aspin, op het gebied van defensie te veel moet doen met te weinig geld.

Omdat Inman als uiterst degelijk bekendstaat, verzekert Clinton zich door zijn persoon van steun uit beide partijen voor zijn defensiebeleid, dat steeds meer vermengd raakt met het buitenlands beleid. Door toedoen van Les Aspin zit er op het Pentagon een keur van politieke denkers, die onder andere het idee van partnership for peace met de voormalige Oostbloklanden hebben ontwikkeld. Het Pentagon heeft meer elan dan het ministerie van buitenlandse zaken en is in toenemende mate een zwaartepunt geworden voor veiligheidsbeleid. Het is nog niet duidelijk of deze medewerkers onder Inman mogen aanblijven.

Inman was eigenlijk Clintons eerste keuze begin dit jaar. Maar toen bedankte hij voor de baan. President Bush had er vier jaar geleden ook al over gedacht om hem op de post Defensie te zetten. Gisteren zei hij dat hij zich door Clinton had laten overreden, wegens diens “absolute belofte” om beide partijen achter het defensiebeleid te krijgen. “Ik zou me erg op mijn gemak moeten voelen met u in de rol van opperbevelhebber, terwijl ik minister van defensie zou zijn”, zei hij, alsof hij persoonlijk Clinton als zijn baas had uitverkoren.

Hij bekende gisteren dat hij bij de laatste presidentsverkiezingen niet op Clinton had gestemd maar op Bush. “Ik stemde op Bush, hoewel ik boos op hem was over zijn aanpak van de economie, maar omdat ik hem als persoonlijke vriend beschouwde. De president wist dat toen hij mij vroeg om deze baan te nemen”, zei hij.

Inman wordt de eerste voormalige militair sinds 52 jaar die het ministerschap van defensie op zich neemt. Zijn voorganger is de legendarische generaal George Marshall, die van 1950 tot 1951 gedurende één jaar minister was. Omdat Inman al meer dan tien jaar geen militair meer is, behoeft hij geen speciale dispensatie van een wet die het ministerschap voor recent gepensioneerde militairen verbiedt. Verwacht wordt dat de nieuwe minister, wiens benoeming nog moet worden goedgekeurd door de Senaat, zich tijdens de hoorzitting nog zal moeten verantwoorden voor het feit dat hij banden heeft gehad met James Guerin, een zakenman die veroordeeld is tot vijftien jaar gevangenisstraf wegens het illegaal verkopen van wapens naar Zuid-Afrika. Inman zat in de raad van toezicht van Guerins bedrijf, International Signal & Control Company in Lancaster. Die raad was ingesteld opdat het bedrijf aan geheime defensie-opdrachten kon werken. Vorig jaar heeft Inman gevraagd om een milde behandeling voor Guerin, die er, volgens de Washington Post, ook van wordt verdacht rakettechnologie aan Irak te hebben doorgespeeld. In een brief aan de rechter schreef Inman op 27 april 1992 dat Guerin vaderlandslievend was en in het midden van de jaren zeventig had samengewerkt met de Amerikaanse inlichtingendiensten. Oud-minister Cheney zei niet te verwachten dat deze affaire de benmoeming van Inman zal bemoeilijken. Zelf wilde Inman gisteren niet op de zaak ingaan.