Clark Terry solist èn entertainer op de bugel

Concert: Trompettist Clark Terry met het trio van pianist Marc van Roon. Gehoord: 15/12 Parker's, Amsterdam. Herhaling: 16, 17 en 18/12.

“Het zou wel eens de laatste keer kunnen zijn dat ik in Europa speel,” vertrouwde Clark Terry deze week de organisatoren van Parker's toe. De befaamde trompettist vierde dinsdag in deze Amsterdamse club zijn 73-ste verjaardag en moet zich in een rolstoel verplaatsen. Maar zijn spel bleek nog allerminst dat van een bejaarde. Terry's toon is nog altijd warm en rond, zijn frasen zijn nog steeds sierlijk en vloeiend, van bibberigheid is geen seconde sprake. Wel is opvallend dat Terry zich steeds meer bepaalt tot de bugel, de grotere broer van de trompet die niet alleen lieflijker van toon is, maar ook wat vriendelijker voor de gebruiker.

Het repertoire is uiteraard overbekend en beweegt zich continu rond 'medium bounce', het tempo waarmee de mainstream jazz al decennia lang heel gelukkig getrouwd is. Makin' Whoopee, Squeeze me, een bluesje in F, en natuurlijk Take the A-Train, Terry zat niet voor niets jarenlang in het orkest van Duke Ellington.

Clark Terry was en is niet alleen een bijzonder solist met een onmiddellijk herkenbaar geluid, ook als entertainer was hij niet mis. In Parker's blijkt ook die kwaliteit nog intact, gezien de praatjes die hij tussen de liedjes verkoopt. Zoals over wijlen saxofonist Coleman Hawkins die een populariteitspoll in een tijdschrift won en als beloning daarvoor een plaat mocht maken. Bij de repetitie komt Hawkins aanzetten met een stuk dat bestaat uit een eindeloze herhaling van drie simpele nootjes. Zijn via dezelfde poll uitverkoren medemusici slaan zich op de dijen van plezier, voor de opname heeft die malle 'Bean' natuurlijk iets heel moeilijks in reserve. Als de grote studiodag eindelijk daar is, en de musici gespannen klaarziten achter hun microfoons, pakt Hawkins eindelijk zijn meesterwerk uit: tuut-toet-taat, telkens opnieuw, dezelfde drie nootjes van de repetitie.

De anekdote vult niet alleen heel prettig de tijd, maar zegt ook iets over het spel van Clark Terry. Het gaat niet om de hoeveelheid noten, belangrijk is slechts hoe die klinken. Dat het trio van pianist Marc van Roon met bassist Frans Verhoeven en drummer Wim Kegel bij dit alles nauwelijks opvalt, is alleen maar een deugd. Was de formule: Amerikaanse stersolist plus lokaal trio, vroeger uitsluitend het gevolg van te kleine budgetten, anno 1993 ligt dat anders: de jonkies uit de Hollandse polder swingen niet minder dan die uit de Bronx. De jazz, vroeger verstopt in de underground, is net als barok en Beatles ruimschoots geslaagd als wereldmuziek.