Bundesbank: geldgroei beperken tot 4 tot 6 pct

FRANKFURT, 17 DEC. De centrale bank in Duitsland mikt voor volgend jaar op een groei van de hoeveelheid geld in omloop van 4 tot 6 procent. Dat betekent een kleine verlaging ten opzichte van de doelstelling voor dit jaar, die tussen de 4,5 en de 6,5 procent ligt.

De Bundesbank stelde de doelstelling gisteren vast op haar laatste bestuursvergadering van dit jaar. Tevens besloot de bank het renteniveau niet te veranderen. Dat betekent dat het disconto op 5,75 procent blijft staan en de Lombardrente op 6,75 procent.

Na afloop van de vergadering verklaarde president Hans Tietmeyer van de Bundesbank dat de doelstelling betreffende de geldgroei voor dit jaar niet wordt gehaald. De geldhoeveelheid is in november, omgerekend over een jaar, toegenomen met een maar liefst 7,2 procent ten opzichte van het maandgemiddelde van het laatste kwartaal van vorig jaar. Ook in 1992 werd de doelstelling ruim overschreden. De geldgroei kwam toen uit op ongeveer tien procent, terwijl de Bundesbank streefde naar 3,5 à 5,5 procent.

Tietmeyer zei verder dat de verlaging van de doelstelling geen signaal voor verkrapping van het monetaire beleid is. De Bundesbank zal alle ruimte die er is benutten voor verdere verlaging van de rente, zij het vorzichtig.

De Duitse minister van economische zaken, Günter Rexrodt, verklaarde dat de doelstelling voor volgend jaar voldoende ruimte biedt voor herstel van de economische groei en vertraging van de prijsstijgingen. Volgens de minister, die de vergadering van de Bundesbank bijwoonde, is het nu aan anderen om de Bundesbank in staat te stellen haar doelstelling te halen. De overheid moet blijven bezuinigen en CAO-partners moeten zich matigen, aldus Rexrodt.

Voor de geldgroei hanteert de Bundesbank de component M-3. Deze heeft betrekking op contant geld plus rekening courant, termijndeposito's met een looptijd tot vier jaar en spaargelden met een wettelijke opzegtermijn. (DPA)