Bobby Ray Inman; Populaire conservatief

WASHINGTON, 17 DEC. De eeuwig grijnzende Bobby Ray Inman is niet voor niets zo populair bij het Amerikaanse Congres. Senatoren en Afgevaardigden kennen hem als een man die ook eerlijk voor de mankementen van zijn werk uitkomt. Als directeur van de National Security Agency en onderdirecteur voor de CIA was hij bereid om aan Congresleden te zeggen welk inlichtingenwerk wel en niet deugde.

President Carter stelde hem in 1977 aan het hoofd van de National Security Agency, waarvan het bestaan tot vlak voor die tijd geheim was. Deze hoogtechnologische instelling in Maryland houdt zich bezig met het afluisteren van internationale communicaties in binnen- en buitenland. Inman nam het toen op voor een homoseksueel staflid, dat zijn speciale overheidstoestemming voor dit soort geheim werk dreigde te verliezen. Dank zij Inmans druk kon het staflid aanblijven.

In 1981 benoemde president Reagan hem tot onderdirecteur van de CIA onder William Casey. Inman voelde zich echter in die positie niet op zijn gemak. Als Casey tijdens hoorzittingen op het Congres de feiten verdraaide, begon Inman zenuwachtig aan zijn sokken te plukken. Na verloop van tijd begonnen sommige senatoren het in de gaten te krijgen en vroegen ze extra sterk door, als Inman weer met zijn handen onder de tafel ging. Na anderhalf jaar nam Inman ontslag omdat hij het niet meer uithield onder Casey. Toen is hij het bedrijfsleven ingegaan. Hij werkte voor een aantal hoogtechnologische bedrijven in Texas. Tot voor kort hield hij zich in Austin bezig met consulentschappen en hij doceerde aan de Universiteit van Texas.

Inman heeft zich gedurende een groot deel van zijn loopbaan bezig gehouden met inlichtingendiensten. In 1974 werd hij directeur voor de inlichtingendienst van de marine en in 1976 kreeg hij een hoge post bij de Defense Intelligence Agency, die soms betere informatie heeft dan de rechtstreekse rivaal CIA. Iedereen roemt hem om zijn scherpe geest. Hij is aanzienlijk conservatiever dan de heengaande minister van defensie, Les Aspin, en hij mist diens verbeeldingskracht.

Tijdens zijn toespraak gisteren herinnerde president Clinton nog aan de afkomst van Inman. Zijn vader was benzinepomphouder in een klein plaatsje in Oost-Texas, niet ver van de deelstaat Arkansas, waar Clinton vandaan komt. Verwacht wordt dat Inman meer uitgesproken en meer besluitvaardig is dan Aspin, zodat de militairen op het Pentagon beter weten waar ze zich aan hebben te houden.