'Bijklussen politie is gevaarlijk'

ROTTERDAM, 17 DEC. De toenmalige voorzitter van de christelijke politiebond ACP, G. Koffeman, waarschuwde al in 1988 dat het verschijnsel van agenten die op de commerciële markt schnabbelden “gierend uit de hand” dreigde te lopen. “Honderden” agenten werkten bij een beveiligingsfirma, zei hij, en daar moest nodig paal en perk aan worden gesteld.

Koffeman, inmiddels Tweede Kamerlid (CDA), gelooft niet dat er sindsdien veel is veranderd. Er ging weliswaar een wetsvoorstel naar de Kamer dat dergelijke werkzaamheden verbiedt, ofschoon ze op grond van het Ambtenarenreglement al waren verboden. “Maar de omvang van het fenomeen is niet verkleind”, zegt hij. Zijn stelling dat 'bijklussen' gevaarlijk is, zag hij gisteren bevestigd toen bekend werd dat er een onderzoek loopt naar politiemensen uit Utrecht die vertrouwelijke informatie verstrekten aan ex-collega's die een beveiligingsfirma waren begonnen.

“Dan zie je hoe het fout kan lopen”, zegt Koffeman. “Het politiewerk is kwetsbaar. Je moet er buitengewoon scherp op zijn om dit fenomeen de kop in te drukken.”

Enkele weken geleden werd ook bekend dat de korpsleiding van de Amsterdamse politie een hotel, een studiecentrum en een particuliere beveiligingsfirma exploiteerde. Afspraken met burgemeester Van Thijn, over een strikte scheiding tussen het politiewerk en deze bedrijven, waren niet nagekomen. Van Thijn was woedend, de korpsleiding kondigde aan zich uit de bedrijven terug te trekken. Vervolgens kwam het bericht dat de korpschefs van de drie grote steden samen met het hoofd van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) leiding geven aan de stichting Transpol die 'fraude-cursussen' aan verzekeringsmaatschappijen en banken verkocht. Volgens minister Dales (binnenlandse zaken) mag dat niet. Transpol stopte haar commerciële activiteiten.

Toch mag men deze zaken niet slechts onder het kopje 'verboden en dus laakbaar' afdoen, vinden diverse politiemensen. Wie zijn oor te luister legt bij de waarnemend korpschef van Amsterdam, J. Kuiper, die was betrokken bij zowel Transpol als het commerciële nevenwerk bij de hoofdstedelijke politie, krijgt een enthousiast betoog opgedist over de grote voordelen die dit soort commerciële activiteiten heeft op de openbare veiligheid en de bestrijding van de criminaliteit.

De politie, zegt Kuiper, heeft te weinig mensen om de 'oprukkende criminaliteit' een halt te roepen. De politiek is niet bereid meer geld voor extra agenten uit te trekken. Om het groeiende gevoel van onveiligheid tegen te gaan moet worden gezocht naar alternatieve methoden, aldus Kuiper. Dat kan onder meer, aldus nog steeds Kuiper, door burgers en bedrijven van dienst te zijn bij preventieve maatregelen.

Vandaar dat via Transpol aan verzekeringen en banken cursussen fraude-onderkenning werden gegeven. Vandaar dat via het Studiecentrum Politie Amsterdam cursussen 'conflicthantering' of 'preventie bij overvallen' in zijn aanbod had. Vandaar dat via het Risico Advies Centrum Amsterdam (RAC), de particuliere beveiligingstak van de hoofdstedelijke politie, aan ondernemingen en burgers adviezen werden gegeven over de betrouwbaarheid van beveiligingsbedrijven en de kwaliteit van systemen van beveiliging die op de markt worden aangeboden.

Een redelijk verhaal? “Het is geklets”, vindt J.W. Wegstapel, voorzitter van de vereniging van particuliere beveiligingsfirma's. “De politie in Amsterdam is zich op het terrein van beveiliging gaan begeven. Dat heeft niets met de bestrijding van de criminaliteit te maken.”

Ook op de politieministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken in Den Haag is men er allerminst enthousiast over. Dat de politie aan voorlichting doet over de omgang met bedrijfsfraude, overvallen en bewakingsbedrijven juicht men daar slechts toe. Maar als een politiekorps, of een aan de politie gelieerde stichting, hiervoor speciaal mensen vrijmaakt en ook betalingen vraagt, gaat men in de ogen van de Haagse ministeries echt te ver.

Hun redenering is eenvoudig: de politie moet in eerste instantie op straat zijn, cursussen kunnen ook door niet-politiemensen worden gegeven, en geld voor zulke activiteiten vragen brengt de “politie op een commercieel pad waarbij grenzen veel te makkelijk overschreden kunnen worden”, zegt een Haagse topambtenaar. Eén en andermaal - de laatste keer nog vorige week vrijdag in een overleg op Binnenlandse Zaken - is de Amsterdamse korpsleiding de afgelopen jaren van deze opvatting op de hoogte gesteld. Maar het heeft lang geduurd voordat het kwartje viel.

Op de achtergrond speelt ook nog een andere kwestie. De particuliere beveiligingsbranche heeft de laatste tien jaar een enorme vlucht genomen. En stukje bij beetje weet die branche steeds meer taken van de politie naar zich toe te trekken. Naast de reguliere beveiligingsfirma's zijn er nu ook bureaus voor recherchewerk, individuele (VIP-)beveiliging en - het nieuwste - parkeerbeheer. Naarmate het gevoel van ontevredenheid en onveiligheid toeneemt, groeit en bloeit de handel erin.

De verdiensten zijn aanlokkelijk - in ieder geval beter dan volgens de politie-cao. En zo komen politiemensen steeds vaker op de trouvaille zelf ook maar zo'n bedrijfje te beginnen. Hoge functionarissen uit de politiewereld gingen hen voor. Mensen als B. Stoel, oud-korpschef in Almere en nu directeur van Randon Beveiliging of K. Sietsma, ex-commissaris in Amsterdam en thans directeur van Control Risks.

En aangezien de politie functioneert “als een old boys network”, zegt Koffeman, betekent dat ook dat er informatieverkeer blijft bestaan tussen de ex-politiemensen-in-zaken en hun voormalige collega's bij het korps. Ook komen bij die bedrijven vaak ad hoc-verzoeken voor fysieke beveiliging binnen. Dan ligt het eveneens voor de hand een ex-collega bij de politie te bellen. Zo'n politieman mag er weliswaar niet op ingaan, maar het gebeurt veelvuldig - en in Den Haag bestaat niet de indruk dat korpschefs er erg streng op letten.

Bij het Amsterdamse korps, district zes, werkt een politieman die er een actief maatschappelijk leven op nahoudt. Hij is Amsterdams voorzitter van de internationale politievereniging IPA, waartoe hij een ruimte huurt in het politiehotel. Ook is hij bestuurslid van een stichting die evenementen (popconcerten, culturele manifestaties) voor Surinamers organiseert. Daarbij is hij regelmatig als bewaker gesignaleerd. Mag dat?

De agent zelf vindt van wel. Hij is bij zo'n manifestatie geen bewaker, zegt hij, maar “toezichthouder”. Hij krijgt er een “onkostenvergoeding” voor: 52 cent per kilometer. Volgens het Ambtenarenreglement had hij voor dit werk toestemming moeten vragen, dat heeft hij niet gedaan, maar toen hij gisteren door de korpsleiding werd gehoord bleek dat men daar “geen probleem” had met de zaak.

Niet bekend