Zuid-Afrika: Shell doorbrak olie-boycot

JOHANNESBURG, 16 DEC. De oliemaatschappijen Shell en Total hebben het olie-embargo tegen Zuid-Afrika zonder hulp van de Zuidafrikaanse overheid omzeild. De Zuidafrikaanse minister voor energie en mineralen, George Bartlett, heeft dit gisteren bekendgemaakt toen hij de jarenlange geheimhouding over Zuid-Afrika's olievoorraden doorbrak.

Oliemaatschappijen die geen olie meer kregen van hun moederbedrijven in het buitenland, waren aangewezen op het staatsinkoopfonds Strategic Fuel Fund Association (SFF). Dit fonds kocht vaak via schimmige transacties ruwe olie tegen hogere prijzen op de internationale markt en legde grote olievoorraden aan in Zuid-Afrika. De Zuidafrikaanse dochtermaatschappijen van Shell en Total deden geen zaken via het SFF, maar verkregen zelf hun ruwe olie, zei Bartlett.

Shell is jarenlang het doelwit geweest van de internationale anti-apartheidsbeweging, omdat de maatschappij ondanks de olieboycot haar activiteiten in Zuid-Afrika voortzette en ervan werd beschuldigd de sancties niet te steunen. Een woordvoerder van de Koninklijke/ Shell Groep zei vanochtend dat geen enkele Shell-maatschappij gedurende de periode van de boycot olie aan Zuid-Afrika heeft geleverd. “Alle Shell-maatschappijen hebben zich strikt aan de sancties gehouden.” Voor de vraag hoe Shell Zuid-Afrika dan aan olie kwam (het land had geen eigen oliewinning) en haar raffinaderij kon laten doordraaien, verwees hij naar de dochtermaatschappij in Kaapstad, die geheel zelfstandig opereert en zelf verantwoordelijk is. Shell Zuid-Afrika was echter niet bereikbaar voor commentaar wegens een nationale feestdag.

Het is de eerste keer dat de Zuidafrikaanse regering toegeeft dat het vrijwillige olie-embargo van de VN door maatschappijen is ontdoken. De stap volgt op het besluit van de VN op 9 december om het olie-embargo op te heffen, nu in Zuid-Afrika een overgangsbestuur met zwarte partijen is geïnstalleerd.

Het niet-verplichte embargo werd in 1977 afgekondigd, vier jaar nadat de OPEC-landen officieel besloten geen olie meer aan Zuid-Afrika te leveren.

Bartlett maakte bekend dat Zuid-Afrika's belangrijkste leveranciers landen rond de Perzische Golf en de Rode Zee waren. De olie werd gewoonlijk direct van het producerende land gekocht of via handelaren op de internationale oliemarkt. Het kostte Zuid-Afrika 150.000 dollar per dag extra aan premies om aan 300.000 vaten ruwe olie te komen. De staatsinkoopmaatschappij SFF verkocht de olie aan de maatschappijen tegen een prijs die was gerelateerd aan de marktprijs, inclusief vervoers- en verzekeringskosten. De staat hield de prijs laag via een speciaal egalisatiefonds, waardoor de consument niet veel merkte van de hoge aankoopprijs van ruwe olie.

De strategische olievoorraad is volgens Bartlett inmiddels teruggebracht tot 77 miljoen vaten ruwe olie ter waarde van 3,25 miljard rand (1,85 miljard gulden tegen de huidige koers), voldoende voor ruim acht maanden. Zuid-Afrika zal pas meer van deze voorraad verkopen, wanneer de olieprijs stijgt. Zuid-Afrika heeft ruimte om 180 miljoen vaten ruwe olie op te slaan.

Het Shipping Research Bureau (SRB) in Amsterdam dat onderzoek naar de ontduiking van de olieboycot heeft gedaan, rapporteerde de eerste paar jaar dat Shell-tankers en door Shell gecharterde tankers olie naar Zuid-Afrika vervoerden. In 1981 is de maatschappij daarmee gestopt, zegt R. Hengeveld van het SRB. “Je mag aannemen onder druk van de internationale kritiek, ook in de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering.”

Shell Zuid-Afrika moet destijds op de internationale oliemarkt hebben ingekocht. Als tussenpersonen in de oliehandel met Zuid-Afrika werden destijds de Nederlander John Deuss en de Zwitser Marc Rich genoemd. De woordvoerder van de Koninklijke/ Shell Groep onderstreept dat het - overigens niet bindende - olie-embargo levering van olie aan Zuid-Afrika verbood. Op de vraag of Shell Zuid-Afrika zich schuldig maakte aan overtreding van de boycot door olie aan te kopen, wilde hij niet ingaan, omdat dit een verantwoordelijkheid is van de dochtermaatschappij in Zuid-Afrika.