Taalhervormers ten prooi aan hersenloos populisme

Morgenavond wordt op Nederland 3 het Nationale Dictee uitgezonden. Zonder twijfel zullen gerenommeerde schrijvers en geharde neerlandici weer tientallen bokken schieten. De roep om taalvereenvoudiging zal opnieuw klinken.

Bovendien heeft de hooggeleerde spellingcommissie-Geerts onlangs voorstellen terzake ingediend bij de bevoegde ministers. Gaan de c, de q, of de x er aan? De in België woonachtige Nederlandse schrijver Benno Barnard houdt een hartstochtelijk pleidooi voor conservatisme en hekelt hersenloos taalpopulisme.

Veel neerlandici dienen in het water te worden geworpen, al vrees ik dat de meeste van pure academische opgeblazenheid zullen blijven drijven. Neem nu Guido Geerts, hoogleraar te Leuven, hoofdredacteur van Van Dale en tevens voorzitter van een door de Taalunie in het leven geroepen spellingcommissie, die eind vorig jaar bij de in deze materie bevoegde Vlaamse en Nederlandse minister voorstellen heeft ingediend omtrent de schrijfwijze van de zogenoemde bastaard- of leenwoorden, het gebruik van de tussenletters n en s en de plaatsing van accenten en koppeltekens.

Die tussenletters en accenten zijn minder belangrijk: ik vind persoonlijk dat ze moeten blijven staan waar ze staan, maar in het woordbeeld vallen ze niet meer op dan een pukkeltje in het gezicht van een puber. Waar het mij om gaat zijn die bastaardwoorden. Veel ervan mogen we van het Groene Boekje, de catechismus van onze spelling, op twee manieren schrijven: 'conservatief', zoals ik spel, met een c, en daarnaast 'konservatief', met een k, zoals de Vlaamse De Morgen tot mijn spijt spelt (met die k lijkt het meteen een scheldwoord). Om duistere redenen wordt de k-spelling sinds de jaren zestig 'progressief' genoemd, wat baarlijke nonsens is, volgens mij - alsof de dubbelspelling c/k een soort meerkeuzetoets van iemands vooruitstrevendheid zou zijn. De kwestie is nu dat de commissie-Geerts deze dubbelspelling wil afschaffen (geheel terecht, die was inderdaad een nogal idioot idee), maar dat niemand zeker weet of daarbij de c dan wel de k moet sneuvelen. Ik stel het bewust een beetje simplistisch voor, want ook de q, de x, de y en de uitgang -eau zijn in het geding, en de h in mijn thee niet te vergeten.

Gaat de c eraan? Dat is de vraag, en ik heb sterke vermoedens dat het antwoord bevestigend luidt. Als dat inderdaad zo is, en daar ga ik hier vanuit, hebben Geerts en zijn commissie zich met hun voorstellen schuldig gemaakt aan hersenloos populisme, intellectuele gemakzucht en schaamteloos boerenbedrog. J'accuse! Maar ik hoop natuurlijk dat onze taalkundige zijn onschuld zal bewijzen.

Wat heb ik toch tegen die k? Komt mijn afkeer daarvan niet doodgewoon voort uit een romantische, elitaire, reactionaire geest? Voor mijn part, maar de ware reden is veel eenvoudiger: ik ben tegen geknoei aan de spelling, omdat iedere verandering, ook een verbetering, het woordbeeld aantast en dus een verslechtering is. Op dat dus kom ik zo terug.

O, ik ken de populaire tegenwerping: spelling heeft als zodanig niets met taal te maken en de tijd die onderwijzers verspillen aan het orthografisch drillen van hun leerlingen kunnen ze beter besteden aan lessen in creatief taalgebruik. Staat u mij toe dat ik sceptisch glimlach, dames en heren humanisten, salondenkers, verlichte pedagogen!

Om te beginnen bestaat spelling 'als zodanig' evenmin als gewicht zonder materie of afstand zonder ruimte: een kilo betekent pas iets als je suiker koopt of op dieet bent, en het is vijftig kilometer van Antwerpen naar Brussel. Geen spelling zonder woorden en in zekere zin ook geen woorden zonder spelling: zij is het subtiele systeem om de kortstondige luchtverplaatsingen van de taal te noteren, de enige, ragfijne methode die we hebben om het leven van de woorden te bestendigen, om ze een gezicht te geven. Dat gezicht is het woordbeeld, en omdat iets visueels nu eenmaal altijd associaties bij ons oproept, zien we bij een ander woordbeeld ook onmiddellijk iets anders. Zo zie ik bij een 'sjieke' meneer de sjofele chic van een afgeborstelde handelsreiziger voor me, en ergens in het verdwijnpunt achter 'konsekwente' redeneringen begint een angstvisioen van datgene waar die in laatste instantie toe leiden: wachttorens, prikkeldraad, lijken. Overdrijf ik? Het zijn mijn associaties, u hebt er weer andere, ik wil alléén maar aantonen dat iedere spelling haar eigen toverlantaarn is. Mijn vader, tweeënzeventig jaar oud, blijft 'October' koppig op zijn vooroorlogs spellen, en wanneer ik dat boven een brief van hem zie staan, een of twee keer per jaar, vang ik door de open poort van die hoofdletter een glimp op van oude bomen, getooid met gouden herfstbladeren, een tuin die ligt te stoven in de zon van een wijnmaand, onnoemelijk lang geleden... maar als ik opkijk zie ik mijn natte hofje onder een druilerige Antwerpse oktoberhemel.

Romantisch, ongetwijfeld, en erg onwetenschappelijk, in tegenstelling tot de 14.000 morfemen die professor Geerts in zijn computerbestand wil checken, zoals hij een tijdje geleden in een interview in De Standaard uiteenzette. Maar ik zie die Octobertuin, en iemand anders ziet weer iets anders, duizenden beelden waar professoren geen rekening mee houden. Sterker nog, de spelling werkt soms zelfs op mijn reukorgaan: bij 'odeklonje' komt onmiskenbaar een hoer voorbij in de tekst. De spelling, het woordbeeld, is dus het gezicht van de taal. Een vrouw die het knolgewas in haar gelaat met behulp van plastische chirurgie tot een neusje laat cleopatriseren, zal zich na haar operatie anders voelen, zelfverzekerder, gelukkiger. Iets vergelijkbaars geldt ook voor de spelling, alleen worden de woorden bij iedere ingreep lelijker. Maar laten we even voorbijgaan aan de vraag of sommige mensen een 'sjarmante' vrouw charmanter vinden dan een charmante en het eerst hierover eens worden, wie de spelling van een woord verandert, verandert ook iets aan dat woord zèlf.

Dit wat betreft de spelling 'als zodanig'.

En de nuttige tijdpassering van de onderwijzers, dat uurtje extra voor 'creatief taalgebruik'? Staat u mij toe dat ik nogmaals glimlach. Als de bevordering van de k, dat parmantig marcherende soldaatje onder letters, tot generaal van onze buitenlandse keurtroepen vijf of tien minuten tijdbesparing per week oplevert, is dat veel - en die vijf of tien minuten gaan gegarandeerd naar de les informatica. Maar ook alle andere argumenten die sociaalvoelende pedagogen en bekommerde maatschappijhervormers voor een versimpeling van de spelling aanvoeren, zijn moeiteloos te ontzenuwen als pseudo-linkse drogredenen, heel nuttig voor het blootleggen van de denkluiheid bij biefstuksocialisten en verder nergens voor. Voor de volledigheid zal ik hier het mes in de twee voornaamste zetten.

Een beter rapportcijfer en minder kinderleed voor het domste jongetje van de klas? Dat jongetje, wie het volmaakt onverschillig is of hij nu computer of 'kompjoeter'spelletjes speelt, wordt tóch mecanicien, ook als hij woorden die hij nooit van zijn leven zal gebruiken opeens foutloos blijkt te kunnen spellen, aangezien zijn voormalige fouten bij ministeriële beschikking tot regel zijn verheven (Nee, u vergist zich, ik kijk helemaal niet neer op mecaniciens. In wiskunde was ik veruit het domste jongetje van de klas, maar ik heb nog nooit gehoord van een commissie van wiskundigen die een voorstel indiende om de stelling van Pythagoras te vereenvoudigen.)

We schrijven anders dan we spreken? Ja, godzijdank wel, de uitspraak van het merendeel van mijn taalgenoten in aanmerking genomen. Wat een eigenaardig argument trouwens! Alsof je de cultuur dichter bij het versoapte volk brengt wanneer je haar met een k schrijft! Het is eigenlijk ongelooflijk arrogant: dezelfde elite die in de jaren zeventig onze volstrekt logische en begrijpelijke spelling van de werkwoorden wilde verwoesten door die spelling ten behoeve van het canaille op haar eigen uitspraak te baseren (daar had je echt iets aan als je opgroeide in Antwerpen-Deurne of Rotterdam-Krooswijk), dezelfde elite wil nu uit linguïstische liefdadigheid de spelling van haar typische woordenschat aanpassen aan de vermeende noden van het gepeupel, dat dit vocabulaire nooit ofte nimmer bezigt, maar er u en mij wel feilloos aan herkent. Gelooft Guido Geerts nu werkelijk dat de arbeidersklasse zit te popelen om eindelijk 'kommunotaire denkpieste' te mogen schrijven, om mij tot het Bargoens van de Vlaamse politieke kaste te beperken? Dat er iets voor haar verandert wanneer Het Laatste Nieuws dat inbrekersjargon van onze politici quasi volks begint te spellen? Dat ongeletterde mensen 'rassisme' zullen verwerpen en 'kultuur' zullen koesteren?

De voosheid van dergelijke argumenten is makkelijk genoeg aantoonbaar, maar daar wordt dat begrip 'progressief' niet minder troebel van. Iemand die rond de eeuwwisseling vooruitstrevend gezind was, pleitte voor iets wat 'volksverheffing' heette, en dat betekende bijvoorbeeld 'goede en goedkope lectuur voor arbeiders', zoals de Wereldbibliotheek die uitgaf: het klinkt nu aandoenlijk naïef, maar in die zin wil ik nog altijd wel progressief zijn. Van dat ideaal van volksverheffing heeft de sociaal-democratie bitter weinig verwezenlijkt, na de oorlog is zij haar electoraat in plaats van goede lectuur massaal auto's, ijskasten en televisietoestellen gaan verkopen, wat aanzienlijk winstgevender bleek te zijn.

Ben ik als ontijdig geboren sociaal-democraat van de weeromstuit dan maar conservatief geworden? Ik weet het niet goed, de begripsverwarring is misschien te groot. In elk geval vind ik conservatisme, met de c van behoudsgezindheid, nergens zo nuttig als in de geschreven taal (op de waarde van een 'conservatief' woordbeeld kom ik, zoals eerder beloofd, nog terug). Als het volk zich niet meer wil laten verheffen, betekent dat toch niet dat de cultuur dan maar op haar hurken moet gaan zitten? De cultuur is veel te stijf voor dat soort acrobatie, er knarsen een paar millennia in haar gewrichten, en het heeft geen zin om te doen alsof dat niet zo is. Geen arbeider die méér 'goedkope lectuur' begon te kopen toen een vorige spellingcommissie een o uit die open lettergreep schrapte, veertig jaar geleden. En geen Vlaams-Blokstemmer die De Morgen leest, ook al spelt deze krant zo ongeveer alleen Bill Clinton niet met een k.

Wordt de cinematografie toegankelijker als ze in Hollywood oude zwart-wit films inkleuren? Woody Allen protesteerde een paar jaar geleden tegen die kinderachtige praktijk, en hij had natuurlijk groot gelijk. Wordt de klassieke muziek toegankelijker als een commissie van musicologen een viertonenstelsel ontwerpt en de partituren van Mozart en Bach tetrafonisch herschrijft?

Wat een krankjorum idee. Niettemin heeft een commissie van neerlandici zich in alle ernst gedurende geruime tijd over de vraag gebogen hoe de gemiddelde lezer van TV-Ekspres of Privé een woord schrijft dat hij helemaal niet kent. Wordt de literatuur daar toegankelijker van? (De commissie Geerts verrichtte haar werk in opracht van de Taalunie: hoe kenmerkend voor de verwatenheid van deze intergouvernementele instelling dat zij geen enkele schrijver had uitgenodigd om in haar commissie te zetelen.

En hoe onthullend voor haar schijndemocratische werkwijze dat zij wèl een enquête over de spelling liet houden 'onder het volk' Mij is niets gevraagd, hoewel ik dagelijks met letters werk, maar of het domste jongetje van de klas niet veel liever 'mekanisjen' wilde worden...?)

C, q, x, y: het zijn vreemde letters, die sommige geleerden blijkbaar tot een etnische zuivering van ons alfabet prikkelen. Het zal duidelijk zijn dat ik daar niet zo erg voor ben, maar wat zijn nu precies mijn argumenten ten gunste van de bestaande, 'conservatieve' spelling?

Ik heb er diverse. Zo vind ik bijvoorbeeld dat het etymologische beginsel waarop onze huidige spelling van de bastaardwoorden stoelt, en dat door Geerts in De Standaard wordt afgedaan als passend in 'het historicisme van de negentiende eeuw', op de meewarige toon van iemand die het over de jeugdherinneringen van zijn dementerende oudtante heeft - zo vind ik dat etymologische principe nog altijd uiterst zinvol. De toepassing ervan heeft gemaakt dat ons woordbeeld de belangrijkste fasen in de westerse cultuurgeschiedenis weerspiegelt, van het Griekse 'gynaecoloog' tot het Amerikaanse 'computer'. Het woord 'gynaecoloog' herinnert aan de tijd van het humanisme (toen het uit twee Griekse woorden werd gevormd), maar ook aan de talloze generaties van vrouwen sinds Hippocrates die de logica van hygiëne en medische zorg maar al te nodig hebben gehad om hun zwangerschappen te overleven; het woord 'computer' wijst ons dagelijks op de dominante rol van de Amerikaanse vooruitgangsfilosofie. Samen omspannen die woorden ongeveer dertig eeuwen beschavingsgeschiedenis, en het lijkt me een beetje jammer de kleine knipoogjes die ons daaraan helpen herinneren, die y en die c, ter wille van onze mecaniciens in spe dan maar te verbieden. Arme, volksvreemde letters! Onverklaarbare voorliefde van sociaal bewogen neerlandici voor die militaristische Pruisische k!

Maar laat ik niet romantiseren (tenslotte gebruikten de Grieken ook de k) en mij verder concentreren op het ene argument dat iedere toekomstige tegenwerping van Geerts en zijn geestverwanten volstrekt futiel maakt.

Afgezien van het belang dat een enkele zonderling zoals ik aan de etymologie hecht, doet het er op zichzelf niet zoveel toe hoe we onze woorden spellen: men zou ook een bruikbaar spijkerschrift voor het Nederlands kunnen ontwerpen. Maar wèl van grote betekenis is de vasthoudendheid waarmee we op een bepaalde manier spellen, het gezonde conservatisme waarmee we ons jaren, decennia, eeuwen liefst, zoals de Engelsen en de Fransen, aan een en dezelfde afspraak houden, ook als die afspraak tussen verdacht aristocratische lieden is gemaakt, die niets dan minachting koesterden voor het gemene volk. Alleen een onzekere, puberale, modegevoelige cultuur als de onze is zo gek de spelling van haar taal om de haverklap te wijzigen. En het is dubbel merkwaardig dat zij uitgerekend in het tijdperk van de beeldcultuur zo achteloos omspringt met het belangrijkste beeld dat we hebben: ons schriftbeeld. Maar zo stoten we onszelf natuurlijk op in de vaart der volkeren, en wat kan het ons ook verdommen dat iedere spellingwijziging, zelfs een geringe, alle sinds de oorlog in het Nederlands gedrukte teksten in één klap archaïseert? Wat kan het ons in hemelsnaam schelen dat de zoveelste nieuwe spelling het natuurlijke verouderingsproces van onze taal alleen maar opjaagt?

Onze 'klassieke' teksten worden mede zo weinig gelezen omdat ze 'ouderwets' aandoen, en ik ben ervan overtuigd dat die 'ouderwetsheid' begint bij de spelling, maar vervolgens voortwoekert in de taal zelf. Spel de bastaardwoorden volgens de volksverbonden voorschriften van de commissie Geerts, en in een doorsnee roman van Kristien Hemmerechts, 250 bladzijden struikelt een toekomstige generatie gemiddeld drie keer per bladzijde, dat is dus een keer of zevenhonderdvijftig in totaal (ik heb dat zojuist geturfd in Wit Zand), over een raar ogend woord en dan ga ik er nog vanuit dat Geerts niet voorstelt 'menstruaatsie' te schrijven. Op die manier ontstaat er een heksenkring, een vicieuze cirkel: boeken raken uit de mode omdat ze ouderwets gespeld zijn, en ze worden niet herspeld omdat ze uit de mode zijn geraakt. Ondertussen raken woorden en uitdrukkingen die wij nu courant gebruiken óók uit de mode, en omdat ze in boeken voorkomen die voor het merendeel niet herdrukt worden is de kans groot dat die toekomstige generatie er des te sneller van vervreemdt, des te definitiever wordt teruggeworpen op haar eigen modieuze idioom, haar eigen beperkte tijd, haar eigen door geen verleden meer gerelativeerde vooroordelen ...

Ben ik een cultuurpessimist? Vanzelfsprekend, en ik kan niet somber genoeg zijn: tot dusverre heeft de geschiedenis van onze spelling en onze letteren mij alleen maar gelijk gegeven.

In het interview met Geerts in De Standaard maakt ons orthografische orakel de volgende veelzeggende bedenking: “Als uitlekt dat zoals in de jaren zeventig we weer iets bedacht hebben als odeklonje, dán komt er zoveel protest, dat alle moeite weer voor niets is geweest.”

Welaan dan: kóme er protest tegen deze volksverlakkerij! móge alle moeite voor niets geweest zijn! En mocht Geerts zijn zin krijgen, mocht deze kunstmatige assyriologisering van onze bibliotheken inderdaad wet worden, dan roep ik alle Nederlandstalige schrijvers op de overheid een proces aan te doen wegens moedwillige beschadiging van ons erfgoed, onze taal, onze identiteit in zekere zin. Nous accusons!

Ben ik pathetisch? Wel degelijk ben ik pathetisch. Tenslotte is mijn eigen literaire eeuwigheid ook in het geding.

Maar nogmaals: Ik kan enkel vermoeden wat de commissie Geerts daarginds in Leuven heeft bekokstoofd, en noodzakelijkerwijs drijft deze hele aanklacht, dit hele pleidooi, op dat boosaardige vermoeden van mij, als een neerlandicus op het water. Heb ik mij in professor Geerts vergist, dan bied ik hem mijn verontschuldigingen aan, met een x en een c welteverstaan.