'Stroomlijnen universiteit is winst'; VNO-voorzitter Rinnooy Kan stelt opheffen 200 studierichtingen voor

Het werkgeversverbond VNO vindt dat de universiteiten schoon schip moeten maken. Van de huidige driehonderd studierichtingen zouden er tweehonderd kunnen verdwijnen.

DEN HAAG, 16 DEC. “Leuk hoor, als mensen van buiten meepraten over het hoger onderwijs”, zegt collegevoorzitter drs. J.K.M. Gevers van de Universiteit van Amsterdam. “Maar de inhoud valt wel eens tegen. Dit zijn in elk geval ideeën waarvan ik niet hoop dat het VNO ze serieus meent.”

Gevers heeft zich gestoord aan de voorstellen van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO) om de keuze voor sommige studierichtingen te ontmoedigen. Het VNO moet zich niet overal mee bemoeien, zei Gevers al in zijn rede bij de opening van het academisch jaar - en nu zegt hij het weer. “Sommige studies gaan hen aan, zoals bedrijfskunde. Maar met betrekking tot Frans of archeologie ben ik niet geïnteresseerd in wat het VNO vindt.”

VNO-voorzitter dr. A. Rinnooy Kan zei gisteren zich zorgen te maken over de werkloosheid onder academici. Een op de drie is een half jaar na afstuderen nog werkloos. De overheid zou de keuze voor studies met weinig uitzicht op een baan - sociologie, psychologie, letteren - moeten ontmoedigen, door hoger collegegeld te vragen en de studiefinanciering te beperken. Ook wil het VNO dat de universiteiten het aantal studierichtingen terugbrengen van ongeveer driehonderd naar honderd 'brede' opleidingen.

Volgens Gevers keren de ondernemers zich tegen het vrije-marktdenken. “Het VNO wil kennelijk een meer planmatige maatschappij, zoals we die in Oost-Europa hadden. Maar wie weet nu waar aan welke afgestudeerden over vijf jaar de meeste behoefte is?” Een zekere verspilling op de arbeidsmarkt is onontkoombaar, vindt Gevers. “Een sturing van de vrije studiekeuze vind ik even belachelijk als een overheid die bepaalt welke ondernemer meer of minder zeeppoeder mag maken.”

Op de dertiende verdieping van het VNO-gebouw in Den Haag glimlacht voorzitter Rinnooy Kan zuinig om de bezwaren van Gevers. “Een doelmatige besteding van overheidsgeld, is dat Oosteuropees? Wat een onzin.” Het VNO, aldus Rinnooy Kan, bepleit juist méér vrije-marktwerking in het hoger onderwijs. “Dat is op dit moment een heel vreemde markt, namelijk eentje waar je alles kunt kopen tegen één prijs. Dat zou best eens mogen veranderen.”

En waar het VNO zich mee bemoeit? Rinnooy Kan: “Met alle respect, maar het gebeurt wel met geld van ons allemaal.” Hij is “verbijsterd” door het snel teruglopende tempo waarin academici een baan vinden. Sociologen doen er nu gemiddeld liefst 49,2 maanden over. “Daar ligt dan toch een verantwoordelijkheid voor de overheid? De werkloosheidscijfers zelf ontmoedigen onvoldoende. Kijk naar Amsterdam, waar zich jaarlijks zeshonderd psychologen melden.”

Tot achter de komma is de arbeidsmarkt niet te voorspellen, beseft ook hij, maar “je kunt best ongeveer vaststellen hoeveel mensen je op een bepaald gebied nodig hebt. De situatie is zorgelijk als bedrijven, zoals nu, een te bepekt aanbod krijgen aan bijvoorbeeld ingenieurs. Je kunt beter twintig mensen kiezen uit een aanbod van tweehonderd, dan uit veertig. Of twintig. En die kant gaat het op.”

De VNO-voorzitter nuanceert zijn opmerking dat “opvallende” studies als vrijetijdswetenschappen en bestuurskunde kunnen verdwijnen. “Die lijst moet u niet te zwaar nemen, het is geen hitlijst. We gaan natuurlijk niet vanachter deze tafel uitmaken welke opleidingen wel en niet mogen. Het gaat erom dat de universiteiten - zoals het hoger beroepsonderwijs - hun aanbod aan opleidingen stroomlijnen, overzichtelijker maken. Dat is toch winst?”

Vooralsnog heeft hij weinig fiducie in het Centraal Register waar universiteiten hun opleidingen moeten registreren. Ook die lijst moet uitkomen op ongeveer honderd 'brede' studies, zij het dat de universiteiten die zelf kunnen invullen. “Dat lijkt mij vooralsnog een boekhoudkundige exercitie”, zegt hij.

Het ministerie van onderwijs reageert gelaten op de zorgen van het VNO. “Natuurlijk is het beroerd dat afgestudeerden werkloos worden, maar we vinden niettemin dat iedereen die de capaciteiten heeft een vrije keuze moet kunnen maken voor het vak dat hij wil studeren”, aldus een woordvoerder. Het aantal studierichtingen is een zaak van de universiteiten, al heeft staatssecretaris Cohen vaak laten weten dat er studierichtingen zullen verdwijnen. Welke, is nog onduidelijk. Ook Cohen heeft geen 'hitlijst' gepresenteerd.