Sinn Fein wil vredesplan Ulster eerst bestuderen

LONDEN, 16 DEC. Het vredesplan voor Noord-Ierland van John Major en Albert Reynolds, bedoeld als een uitnodiging aan de IRA om de wapens neer te leggen en deel te nemen aan politiek overleg, wachtte vanmorgen nog steeds op antwoord van de aanhangers van geweld.

Een woordvoerder van Sinn Fein, de politieke arm van de IRA, zei gisteren dat zijn aanhangers “teleurgesteld” zijn over de verklaring. Maar hij beloofde ook dat de beweging zich niet definitief een oordeel zal vormen, voor ze het zeven pagina's beslaande document grondig zal hebben bestudeerd.

De oproep aan de Provisional Irish Republican Army gaat vergezeld van de belofte dat besprekingen met de Britse regering over de deelname aan het multi-partijenoverleg in Noord-Ierland over zelfbestuur voor de provincie, binnen drie maanden na het categorisch neerleggen van de wapens in het verschiet liggen.

Premier Major en de Ierse premier Reynolds leggen er de nadruk op dat het initiatief voor een einde aan de oorlog in Noord-Ierland nu bij de IRA ligt. Een niet-ingaan op het aanbod zou betekenen dat de IRA-nationalisten “geweld alleen om het geweld” aanhangen en niet om een politiek doel te bereiken. Die stelling is herhaald door de Amerikaanse president Clinton die vannacht in een boodschap sprak van “een historische kans om een eind te maken aan de tragische cirkel van bloedvergieten” en door politieke en geestelijke leiders aan weerszijden van de scheidslijn, die Noord-Ierland verdeeld houdt.

Beide premiers werden kort na het tekenen van de gecombineerde Brits-Ierse verklaring in Downing Street, in hun eigen parlement met gewuif van documenten en handgeklap begroet. In het Lagerhuis was het alleen dominee Ian Paisley van de militante Democratic Unionist Party, die sprak van “verraad” aan de bevolking van Ulster. Het handjevol Conservatieven dat het met hem eens is, hield zijn mond en de Ulster Unionists reageerden gematigd, door alleen op onderdelen om opheldering van de verklaring te vragen.

Hoewel de toon van het Major-Reynolds-document voor het eerst in de geschiedenis van Britse zijde erkenning van de aspiraties van Ierse nationalisten ademt, gaat die wijziging in gemoedsgesteldheid gepaard met een “keiharde garantie” (Major) dat er geen verandering in de politieke status van Noord-Ierland komt, zonder dat een meerderheid van de bevolking in de provincie dat wenst.

De voor de Britse opstelling jegens Ulster cruciale passage in de verklaring is die waarin Major bevestigt dat Groot-Brittannië geen “zelfzuchtig, strategisch of economisch belang” hecht aan Noord-Ierland. Het primaire belang van Londen is vrede, stabiliteit en verzoening, bewerkstelligd door “overeenstemming tussen alle bevolkingsgroepen die op het eiland wonen”.

De alinea die volgens Britse ambtenaren 20 versies heeft gekend, voor elk der premiers bereid was er zijn handtekening onder te zetten, is de volgende: “De Britse regering stemt in met de gedachte dat het alleen aan de bevolking van het eiland Ierland is, om na overeenstemming tussen elk van de twee delen (van het eiland), hun recht op zelfbeschikking uit te oefenen en om op basis van instemming, in vrijheid en in gelijktijdigheid gegeven, Noord en Zuid, een verenigd Ierland tot stand te brengen indien zij dat wensen.” De woordkeus “een verenigd Ierland” die meer dan eens in het stuk voorkomt, is bij uitstek een codering die er op is gericht de IRA over de streep te trekken.

Reynolds deed de concessie dat Dublin zijn best zou doen de grondwet van de Republiek veranderd te krijgen als onderdeel van een algehele oplossing voor het probleem Noord-Ierland. Unionisten zijn bitter over het feit dat Reynolds niet afschaffing van artikel 2 en 3 heeft toegezegd, omdat daarin territoriale aanspraken worden gemaakt van de Republiek op het grondgebied van de six counties in het noorden. Maar de Britse regering heeft de Ierse regering verdedigd door begrip te tonen voor Reynolds' argument dat hij de uitkomst van een referendum over de grondwetswijziging niet kan garanderen, zolang de bevolking van de Republiek die niet kan zien als onderdeel van een definitieve oplossing van 70 jaar scheiding tussen Noord en Zuid.