Romanticus van blonde baksteen; Hilversumse stadsbouwmeester Dudok herdacht

Lustrumtentoonstelling: Het Palet van Dudok. T/m 6 maart. Goois Museum, Kerkbrink 6, Hilversum. Di t/m zo 12u30-16u30 (gesloten 1e Kerstdag en Nieuwjaarsdag). Fiets-/wandelkaart langs 75 projecten van Dudok ƒ 1,-. Boek: Willem Marinus Dudok, stadsbouwmeester van wereldallure. Uitg. Tirion, Baarn. Prijs ƒ 49,50.

Een architect die zich met het beeld van zijn gebouwen bezighoudt is in de calvinistische Nederlandse traditie per definitie verdacht: in de bijbel staan immers ook geen plaatjes? Zo hoorde ik een hedendaagse architect onlangs het gebrek aan erkenning verklaren voor Willem Marinus Dudok (1884-1974), stadsbouwmeester van Hilversum en ontwerper van het beroemde raadhuis van Hilversum en de in de oorlog gebombardeerde Bijenkorf van Rotterdam.

Dudok claimde voor zichzelf de positie van de extraneus: “Volg niemand, maak van niets een mode en laat het werk via je eigen scheppende geest ontstaan”. Maar uit het boek Willem Marinus Dudok: stadsarchitect van wereldallure blijkt dat hij niet helemaal de solist is die hij vaak wordt genoemd. Net als J.F. Staal heeft hij in de loop van zijn lange carrière verschillende wegen bewandeld. Dat ging van woonwijken met traditionele schuine pannendaken, via de plastische vormen van de Amsterdamse School, tot aan het esthetische monumentalisme van het raadhuis en ten slotte het bijna-functionalisme van een paviljoen aan de Hilversumse sporthaven en een hoogbenige colonnade op een begraafplaats.

Dudok heeft duidelijk de invloed ondergaan van Berlage en van een Amerikaanse architect die Berlage zelf ook zeer bewonderde en in Nederland propageerde, Frank Lloyd Wright. Hij verkeerde in de bevoorrechte positie dat hij in een snel groeiende gemeente vanaf 1915 aan het hoofd stond van de dienst Publieke Werken en in 1928 stadsarchitect werd. In de jaren dertig kreeg hij het moeilijker. Bij oplevering in 1932 stak zijn raadhuis romantisch en ouderwets af bij andere contemporaine bouwwerken als Zonnestraal en de Haagse flat Nirwana. Wegens de recessie werd hij ook twee jaar uitgeleend aan de gemeente Den Haag, maar hij had moeite met het feit dat stedebouw een ambtelijk, om niet te zeggen bureaucratisch proces was geworden waarin niet meer één man het uiterlijk van een stad kon bepalen. In een video in het museum haalt een Haagse oud-ambtenaar herinneringen op aan de moeizame samenwerking met deze man die erg van het eigen gelijk overtuigd was.

Evenmin als met Staal weten de architectuurhistorici zich goed raad met deze romantische en tegelijk pragmatische figuur. Hoewel Dudok als stadsarchitect veel heeft gebouwd en - naar het voorbeeld van het Italiaanse Ravenna - het aanzien van het snel groeiende Hilversum heeft bepaald, zijn er sinds zijn pensionering veertig jaar geleden slechts twee publikaties over hem verschenen. Ook de voltooiing van de restauratie van het raadhuis laat door geldgebrek jaren op zich wachten. Wel is er in Hilversum animo om zijn nalatenschap te bewaken: in 1980 is de Dudok Stichting opgericht die rondleidingen verzorgt en bij verbouwingen en renovaties in de geest van de bouwmeester adviseert.

Gezien de relatief geringe aandacht voor Dudok hadden de lustrumtentoonstelling 'Het Palet van Dudok' in het Goois Museum en het boek Willem Marinus Dudok: stadsarchitect van wereldallure in een leemte kunnen voorzien, maar beide gaan gebukt onder een goedbedoeld amateurisme. Het museum wil op luttele vierkante meters te veel behandelen en scheert daardoor overal rakelings langs. Er is plaats ingeruimd voor curiosa als een stukje metselwerk met de slanke 'blonde' bakstenen die hij voor het raadhuis liet bakken en een vitrine met zijn medailles - helaas ontbreken 's mans bril en pijp - maar over de opvallende stilistische omslag tussen de vroege ontwerpen voor het raadhuis uit 1916 en het definitieve uit 1928, wordt raadselachtig gezwegen.

Het boek - met flapteksten die maar niet moe worden te reppen van “een heel bijzondere uitgave” waarin “alle aspecten van Dudok worden belicht” in een “vrijwel compleet en schitterend geïllustreerd overzicht” - heeft een interessante wordingsgeschiedenis. Uit de inleiding blijkt het een initiatief te zijn van de plaatselijke architect Kees van der Goes, die het eenvoudigweg niet terecht vond dat er geen publikatie voor een breed publiek over Dudok verkrijgbaar was, terwijl in 1988 een tentoonstelling en boek over hem in Spanje door de Spaanse overheid werden gefinancierd. Het huidige boek is op de Spaanse catalogus gebaseerd, hoewel onduidelijk blijft wat dat inhoudt; de zes sponsors zijn in ieder geval Nederlands.

Het is jammer dat een dergelijk enthousiasme in zo'n oppervlakkig resultaat verzandt, het leesbare en lezenswaardige overzichtsartikel van journalisten Ids Haagsma en Hilde de Haan ten spijt. Het is te hopen dat architectuurhistorici en tentoonstellingsmakers die meer diepgang en middelen tot hun beschikking hebben, nog aanleiding zien om op het oeuvre en de betekenis van Dudok terug te komen. Er is nog veel te doen.