Prototype waterkrachtturbine nog geen succes

Na de terugkeer van de windmolen in het landschap wacht ook de watermolen een come-back. Tot nog toe was het verval in de rivieren in ons land vlakke land te laag en het verschil tussen eb en vloed te klein om kostbare investeringen in stuwdammen etcetera te rechtvaardigen, afgezien van enkele kleine turbines in Maas en Waal. Er is nu een nieuw type hydroturbine in ontwikkeling, die gewoon vrij in stromend water kan worden gelegd. De eerste experimenten bij sluizen in de Afsluitdijk zijn echter deze zomer mislukt. (De Ingenieurskrant, nov. '93).

Het prototype, ter waarde van 1,2 miljoen gulden, had een maximaal vermogen van 100 kilowatt en zou in een jaar tijd zo'n 800.000 kilowattuur kunnen opwekken. De turbine zit in een constructie van stalen buizen, die sleepboten gemakkelijk kunnen verplaatsen. De turbine zelf is afgeleid van het klassieke waterrad. Maar doordat de schoepen minder stijf zijn, is de opbrengst groter. Er zijn vier turbinewielen met een doorsnee van 3,5 meter, op elk wiel zitten drie schoepen. Anders dan een gewoon waterrad ligt deze turbine helemaal onder de waterspiegel. Hij heeft namelijk scharnierende bladen, die als ze tegen de waterstroom indraaien, in vaanstand staan, zodat ze vrijwel zonder weerstand door het water klieven.

Zo draait de turbine langzaam rond. Afhankelijk van de stroomsnelheid van het water maakt hij twee tot vijftien omwentelingen per minuut. Op de ronddraaiende turbine-as moet een tandwielkast komen, die het toerental voldoende opvoert om er via een vliegwiel een generator mee aan te drijven die elektriciteit opwekt. Op het prototype echter is deze tandwielkast met bijbehoren nog niet aangebracht, in plaats daarvan wordt het op te wekken vermogen langs hydraulische weg getest.

De ontwerpers verwachten dat het gebruik van een vliegwiel, dat schommelingen in de belasting opvangt, een groot pluspunt is ten opzichte van de bouw van windmolens, die geen vliegwiel hebben, waardoor tandwielkasten en rotorbladen met ernstige vermoeidheidsverschijnselen te maken krijgen. Op den duur wil men de experimentele waterturbine uitrusten met een soort trechter, een vernauwde buis (de zogenaamde diffusor of venturi, zoals gebruikt in de windmodeltechniek) die het rendement volgens Delftse experts kan verveelvoudigen.

Maar tot nog toe zit het allemaal wat tegen. Het eerste schaalmodel werd al begin jaren tachtig getest in het Waterloopkundig Laboratorium in Delft, maar daarna duurde het nog bijna tien jaar tot er een prototype werd gebouwd. Op 21 juni van dit jaar werd het feestelijk te water gelaten bij de sluizen van Kornwerderzand aan de Afsluitdijk, maar al op 27 juli moest de inmiddels zwaar beschadigde turbine weer teruggesleept worden naar Stavoren. Het gevaarte was plotseling losgeslagen van zijn ankerkabels, door de sluizen gezogen en gestrand op het wad. Onderzoek wijst uit dat de lagers van het rad zijn vastgelopen, mogelijk door onbalans.