Opknapbeurt voor waterwingebied

De Stichting Duinbehoud en de waterleidingwereld zijn het eindelijk eens geworden over de bestemming van het waterwingebied Berkheide bij Katwijk. Meer drinkwater, en toch ook meer natuur.

Waterwingebied Berkheide, onder Katwijk, gaat grondig op de schop. Nabij de zee wordt een flink deel van de duinen prijsgegeven aan de natuur. In de rest, dichter bij de binnenduinrand, wordt de waterwinning gemoderniseerd en geïntensiveerd. Een deel van de grondwaterwinning, die de duinen verdroogt, wordt gestaakt en vervangen door een nieuwe, natuurvriendelijker techniek: diepinfiltratie van voorgezuiverd rivierwater. Met het project is vijf á zes miljoen gulden gemoeid.

De plannen werden vorige week bij windkracht tien aan zee gepresenteerd op het symposium 'Bloemen houden van water' van de Vereniging van Exploitanten van Waterleidingbedrijven in Nederland (VEWIN). Congresgangers werden bij aankomst gezandstraald en in de straten van Noordwijk tekenden zich interessante paraboolduinformaties op het asfalt af, maar voor de veldexcursie kwam een opgewekt winterzonnetje tevoorschijn.

Berkheide is een schitterend gebied tussen Katwijk aan Zee en de Wassenaarse Slag. Het is tamelijk heuvelachtig, ongeveer twee bij vier kilometer groot (900 hectare). 's Zomers zien de kalkrijke hellingen wit van de duinroosjes, op grauwe winterdagen geven vooral de rode bessen van de duindoorn het landschap kleur. Hier vind je nog resten van het negentiende-eeuwse zeedorpenlandschap met zijn weitjes en akkertjes, waar de duinaardappel (de enige in ons land die geen last van aaltjes had) opvallend populair was.

Naarmate het grondwaterpeil door de waterwinning daalde, gingen de boeren daar achteraan en groeven hun veldjes steeds dieper uit, omringd door steeds hogere zandwallen die nog steeds in het landschap te zien zijn. In de ondergrond, vanaf enkele meters onder NAP, bevinden zich metersdikke kleipakketten die hier vroeger door de Oude Rijn zijn afgezet. Zij zorgen ervoor dat het grondwater vanuit het eerste watervoerende pakket niet zomaar naar diepere lagen kan wegstromen en daardoor behoudt dit duingebied van nature hogere grondwaterstanden dan elders.

Staatsbosbeheer is met 770 hectare de grootste eigenaar, de NV Energie-en Watervoorziening Rijnland (EWR) heeft zo'n 85 hectare in eigendom en gebruikt ook de helft van het terrein van Staatsbosbeheer voor waterwinning. Een groot deel van het gebied is opengesteld voor publiek.

Steeds viezer

Het waterleidingbedrijf EWR is hier al 115 jaar actief, aanvankelijk alleen met grondwaterwinning, na de Tweede Wereldoorlog aangevuld met aanvoer van rivierwater. Door de jaren heen echter werd dat rivierwater steeds viezer en dat heeft zijn sporen in het duinlandschap nagelaten. Een deel van het terrein is verruigd en de typerende tere duinplantjes hebben plaatsgemaakt voor vulgaire bossen brandnetels en riet. Maar, zegt het bedrijf, als wij hier niet gezeten hadden, waren deze duinen ongetwijfeld ontgonnen en volgebouwd zoals langs de Belgische kust.

Het water legt een hele reis af door het waterwingebied, van de voorzuivering naar de nazuivering. Door een verblijftijd in de bodem van ten minste 28 dagen wordt het virus- en bacterievrij, gelijkmatig van kwaliteit en aangenaam van temperatuur. Het systeem omvat een netwerk van open infiltratieplassen die door duikers en korte leidingen met elkaar in verbinding staan. Deels zijn het voormalige duinvalleien die blank zijn gezet, de smallere, langgerekte plassen zijn speciaal gegraven. Kenmerkend zijn de scherpe, abrupte overgangen van droog naar nat en de steile oevers, voor planten en dieren verre van ideaal.

Volgens de nieuwe plannen moet het gebied nabij zee (de Boerendel) een meer natuurlijk aanzien krijgen. Putten en infiltratieplassen zullen hier verdwijnen en het landschap wordt in oude glorie hersteld, compleet met natuurlijke vochtgradiënten en veel gestuif.

Van nature is elke duintop zo ongeveer elke honderd jaar aan de beurt om helemaal weg te stuiven en ergens anders opnieuw te beginnnen. Vele planten profiteren daarvan, waaronder het Groot Duinsterretje, een heldergroene mossoort met een voorkeur voor 'vers' zand. Berkheide is beroemd om zijn beeldige mossen. Er staan zelfs nog enkele polletjes Buizerdmos (volgens kenners iets heel speciaals) en ook het Harig Kronkelbladmos, eveneens een kalkmos, komt op twee hellingen voor.

Omwille van de waterwinning - waar het blootstuiven van leidingen en het onderstuiven van infiltratieplassen niet de bedoeling was - werd het zand echter in het verleden zoveel mogelijk vastgelegd. Nu de waterwinning zich terugtrekt naar een kleiner gebied dichtbij de binnenduinrand, Groot Berkheide, krijgen natuurlijke verstuivingsprocessen meer ruimte.

Opknapbeurt

Zo langzamerhand is het tientallen jaren oude waterwinsysteem aan een flinke opknapbeurt toe. Sinds 1988 wordt het rivierwater voorgezuiverd, waarbij vooral fosfaat wordt verwijderd. Inmiddels heeft zich echter in het hele systeem een dikke glibberige laag prut opgehoopt, die diverse schoonmaak- en opknapbeurten noodzakelijk maakte.

Langs het diepe, al in 1930 gegraven kanaal dwars door Groot Berkheide schoven hele brokken talud de afgelopen winters vanzelf omlaag. Dat betekent dat het drinkwater-in-spé vele dagen eerder uit de bodem uittreedt dan de bedoeling was en deze kortere verblijftijd in de bodem bedreigt de drinkwaterkwaliteit.

Stabilisatie van de taluds is dus een eerste vereiste. Verder zou men de langgerekte plassen beter in het duinlandschap willen inpassen door er dammetjes tussen te bouwen, zodat ze meer op natuurlijke duinvalleien gaan lijken. Ook wil men het onttrekken van het water in de toekomst minder door de vraag naar water laten leiden en meer door de eisen die de natuur stelt. Verdergaande automatisering maakt een beter peilbeheer mogelijk. Overtollig water kan weer naar de infiltratieplassen worden gehercirculeerd.

Een tweede knelpunt is de capaciteit. De vraag naar drinkwater blijft groeien, terwijl de uitbreidingsmogelijkheden beperkt zijn. De provincie Zuid-Holland verlangt dat EWR en zijn zuiderbuur, het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland, in het jaar 2000 de winning van grondwater met 10 miljoen kuub op jaarbasis beperken. Dit als bijdrage aan de bestrijding van de verdroging. Daarmee loopt de waterwincapaciteit terug van 70 naar 60 miljoen kuub op jaarbasis. Tegelijkertijd echter zal de vraag in 2000 groeien van 70 naar zo'n 95 miljoen kuub.

Om dit gat te dichten moet diepte-infiltratie van ver voorgezuiverd rivierwater in het jaar 2000 zo'n 35 miljoen kuub drinkwater leveren. Bij toepassing van diepte-infiltratie wordt het bovenste grondwater, waar planten en dieren het van moeten hebben, niet beïnvloed. Bijkomend voordeel is dat het water (anders dan bij open infiltratie) geen kans maakt op herbesmetting door bijvoorbeeld meeuwenmest.

Het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland heeft begin 1990 al een eerste diepte-infiltratieproject, goed voor vier miljoen kuub per jaar, in gebruik genomen. De eerste ervaringen wijzen echter uit dat deze techniek extra hoge eisen aan de voorzuivering stelt, anders slibben de ondergrondse filters al snel dicht. Dwars door Zuid-Holland, van het plaatsje Bergambacht (aan de Lek) naar Wassenaar, wordt nu een forse 55 kilometer lange pijpleiding aangelegd die straks dit Lekwater, dat beter van kwaliteit is dan het Maaswater, naar de duinen moet aanvoeren. Afgezien van de waterkwaliteit is ook het vinden van een geschikte plek voor diepte-infiltratie verre van eenvoudig. Omwille van natuurbehoud op langere termijn heeft het duinlandschap op dit moment veel weg van een industrieterrein, met forse graafmachines en heel wat lawaaioverlast. En net als men aardig op dreef is met de werkzaamheden, begint het vogelbroedseizoen (1 maart) en moeten de kuilen weer dichtgegooid. Daarom zou men toekomstige lokaties graag buiten het natuurgebied zelf vinden, maar overal is ruimte schaars. Uitvoering van alle plannen gaat zeker vijf jaar duren.