Ome Cor en burgerschap

Elk bedrijf of instelling van enige omvang had er vroeger wel één van rondlopen. Een man, herkenbaar aan zijn stofjas met in de borstzak een indrukwekkende hoeveelheid ballpennen, zich vooral ophoudend in de gangen, en bovenal voorzien van een onduidelijke taakomschrijving. Meestal al wat ouder en, zoals dat dan heette, een beetje 'achter'. Lampen vervangen, stukken wegbrengen, planten watergeven, dat was werk dat aan hem kon worden toevertrouwd. Niet dat zijn werkweek daarmee geheel was gevuld, integendeel zelfs, maar hij had ten minste iets om handen. Zijn aanspreektitel voor de rest van het personeel was 'ome'. Ome cor, ome Jaap, ome Klaas, ze behoorden tot het meubilair.

Je ziet ze nauwelijks meer, deze 'omes'. Ze zijn uit de bedrijven weggerationaliseerd en overgedragen aan de verzorgingsstaat. Ome Cor krijgt een uitkering en zit thuis. Het installatiebureau bekommert zich tegenwoordig over het licht, de planten worden één keer per maand door de groenlease bv verzorgd en het rondbrengen van de post is uitbesteed aan een koeriersdienst. In het jargon van het organisatiebureau heet het dat het bedrijf zich is gaan toeleggen op de kerntaken. In het bestand van een gemiddelde sociale dienst zitten heel wat ome Cors. De 'omes' vormen een groep waarvoor in de moderne samenleving geen plaats meer is en voor wie eigenlijk niets anders resteert dan een uitkering tot aan de AOW. De bijstand zit vol met dit soort categorieën; mensen die onbemiddelbaar zijn. Jaarlijks neemt de harde kern in de bijstand toe.

Activerend arbeidsmarktbeleid is tegenwoordig het credo in politiek Den Haag. Centraal daarin staat de uitkeringsinstantie als poortwachter. Moeilijker in de uitkering en eerder eruit, daar moet hij op toezien. Dat is het macro-verhaal. Een paar kilometer verderop in Den Haag bij de sociale dienst is er dagelijks de beleving van de micro-werkelijkheid. Ruim 50.000 mensen met een bijstandsuitkering tegen 1400 vacatures. Achter de uitgang van de poortwachter bij de bijstand gaapt een groot zwart gat.

Geen werk? Meer dan genoeg werk, zegt scheidend directeur Van Driel van de Haagse gemeentelijke sociale dienst. Binnenkort vertrekt hij naar de gemeentelijke dienst stadsbeheer waaronder ook de reiniging valt. De link tussen oud en nieuw is bij hem snel gelegd. Veel werklozen doelloos thuiszittend aan de ene kant, en veel vuile straten en achterstallig onderhoud aan de andere kant. Met die twee gegevens moet toch iets te doen zijn. Ome Cor zou kunnen gaan vegen, maar ome Cor mag niet omdat uitbreiding van de collectieve sector politiek niet gewenst is. Zeker, ome Cor valt met zijn bijstandsuitkering ook onder de collectieve sector, maar het idee is dat die situatie slechts tijdelijk is, omdat de werkloze toch ooit eens werk zal vinden. Een idee tegen beter weten in, want de groei van de harde kern van de werkloosheid is een constante.

Kan er nog een creatieve oplossing voor deze zekerheid worden bedacht? De Partij van de Arbeid meent van wel. Het gaat dan om werken met behoud van uitkering. Nieuw is het vraagstuk niet. Het Amsterdamse Bos is een produkt van deze gedachte. Het jeugd werkgarantieplan en de diverse banenpools steunen op hetzelfde principe. Maar ook hier geldt: slechts het bemiddelbare deel van het werklozenbestand is er mee geholpen. Bovendien zijn de mogelijkheden beperkt want het mag niet leiden tot verdringing van reguliere arbeid en het mag ook niet concurrentievervalsend werken. Het klinkt prachtig, maar stelt in de praktijk weinig voor. In principe leidt elke gesubsideerde arbeid tot verdringing en concurrentievervalsing. Want dat het werk dat werklozen doen anders niet gedaan zou worden, wil niet zeggen dat het niet gedaan kàn worden.

De Partij van de Arbeid heeft een nieuw element in de discussie gebracht: het burgerschap. Strikt genomen is het een reactie op het verzorgingsstaatdenken van de jaren zeventig en het marktdenken van het daarop volgende decennium. In de kern komt burgerschap volgens de PvdA-interpretatie neer op het aloude gezegde: voor wat hoort wat. Betrek dat principe op de uitkeringen en Nederland is straks heel wat bossen rijker. PvdA staatssecretaris Wallage van sociale zaken en PvdA-voorzitter Rottenberg zetten het afgelopen weekeinde de toon. In bijna dezelfde bewoordingen hielden zij een pleidooi voor het 'anders' omgaan met de uitkeringsmiljarden. Zet mensen in voor belangrijke taken in de stad en het mes snijdt aan twee kanten.

Werklozen kunnen niet toetreden, zij moeten toetreden, dat is de verschuiving in het denken die is opgetreden. Of, om de definitie van de Utrechtse bijzonder hoogleraar sociale zekerheid Van Wijngaarden te citeren: “Er moet sprake zijn van een recht op en een plicht tot arbeid en inkomen van de burger tenminste op minimumniveau”. Het recht op arbeid wringt het meest. Vandaar zijn revolutionaire plan om het minimumloon te halveren. Dan komt het werk vanzelf, is zijn verwachting.

Maar dan nog. Dan is er nog steeds die groep voor wie geen regulier werk beschikbaar is. Alles is beter dan thuiszitten, zeggen de verkondigers van het burgerschapsdenken. Voor de onbemiddelbaren zijn er nog altijd de maatschappelijk nuttige taken, zoals het bezoeken van bejaarden en het meedoen aan telefooncirkels, waarvoor zij dan hun burgerloon ontvangen wat immers vriendelijker klinkt dan bijstand. Zal deze uitgebreide versie van sociale dienstplicht echt werken? Het lijkt meer op een een uiting van onmacht, die illustreert dat de echte creatieve oplossing is nog steeds niet is gevonden. Sterker nog: waarschijnlijk niet gevonden zal worden.