NAFTA EN EER

Het Nafta (North American Free Trade Agreement) brengt niet het 'grootste handelsblok ter wereld' tot stand, zoals NRC Handelsblad onlangs op de voorpagina meldde. De EER (Europese Economische Ruimte) is groter, sneller en verder.

De EER omvat de twaalf EG-staten en zes van de zeven staten van de EVA (Europese Vrijhandelsassociatie): IJsland, Noorwegen, Zweden, Finland, Liechtenstein en Oostenrijk. Deze achttien staten hebben ruim 370 miljoen inwoners. Het Nafta heeft er minder dan 370 miljoen.

Europa is ook sneller. Het EER-verdrag treedt naar verwachting in werking op 1 januari 1994. Het was bedoeld voor 1993, maar het niet-meedoen van Zwitserland maakte een wijzigingsprotocol nodig. Alleen Frankrijk moet dit nog bekrachtigen. Dan ontstaat een markt zonder binnengrenzen zoals het Nafta, dat ook op 1 januari in werking moet treden, pas na vijftien jaar zal bereiken.

Europa is ook verder. De EG, en daarmee de EER, heeft een supranationaal ('bovenstatelijk') niveau. De EG-Raad is de supranationale wetgever, het EG-Hof de supranationale rechter. Deze structuur van soevereine staten met bovenstatelijke instellingen noemt men 'confederatie'. Zij staat als organisatievorm boven de federatie, want die heeft geen hoger niveau dan het nationale. Het Nafta is niet supranationaal. De drie Nafta-staten zijn slechts federaties.

Aldus markeert het Nafta het einde van de 20ste eeuw als 'Amerikaanse' eeuw. Na twee wereldoorlogen met Amerikaanse militaire interventies in Europa en een periode van Amerikaans politiek en economisch overwicht dient nu de Europese economische integratie als voorbeeld voor de Amerikaanse. Europa moet zorgen dat zijn politieke en militaire integratie niet bij de economische achter blijft. Naast een EER zijn ook een 'Europese Politieke Ruimte' en een 'Europese Defensieruimte' denkbaar.

En Nederland? Dat moet zich bezinnen op zijn positie als kleine staat in een zich europeaniserend, desamerikaniserend en confederaliserend Europa.