Minister Aspin toonde zich onvoldoende besluitvaardig

WASHINGTON, 16 DEC. Les Aspin is de eerste minister die is gesneuveld na de militair-politieke debâcles van de afgelopen maanden. De aankondiging van zijn ontslag gistermiddag kwam als een schok in Washington, maar een half uur later konden commentatoren en beleidsmakers honderd-en-een argumenten geven, waarom hij niet deugde. De meeste militairen in het Pentagon zien hem graag gaan. Deze gezellige, beminnelijke en briljante intellectueel heeft nooit echt grip gekregen op het kolossale militaire apparaat. Hij is zelfs niet in staat om zich goed aan zijn eigen dagschema te houden, wat in een strakke militaire cultuur niet op prijs wordt gesteld.

De voormalige voorzitter van de commissie van defensie in het Huis van Afgevaardigden leek aanvankelijk een ideale kandidaat voor het ministerschap. Aspin is nooit in militaire dienst geweest, maar begon in de jaren zestig als een van de 'whiz kids' in het Pentagon onder Robert Mc Namara. Later vuurde hij als Congreslid voor Wisconsin kritiek af op het ministerie van defensie door middel van toespraken en persberichten.

De overgang naar het ministerschap heeft hij niet goed kunnen maken. Hij muntte uit in beleidsdiscussies, maar hij was niet goed in staat tot het nemen van snelle beslissingen. Hij heeft de neiging tot hardop denken, wat een volksvertegenwoordiger zich wél, maar een minister zich niet kan veroorloven. Hij bracht veel voormalige medewerkers uit het Congres mee naar het Pentagon, maar raakte daardoor ook geïsoleerd. Soms was hij een té loyale teamgenoot en wist hij de president niet te behoeden voor misstappen. Dat leidde tot een wisselvallig beleid in Bosnië, een militaire ramp in Somalië en een vernederende terugtocht van een Amerikaans oorlogsschip uit Haïti.

Van de gevaren in Haïti was Aspin vantevoren goed op de hoogte, maar hij durfde zijn bedenkingen niet krachtig naar voren te brengen toen Clinton en zijn medewerkers besloten om het schip met de Amerikaanse militaire hulpverleners te laten uitvaren. Na de mislukking in Somalië vroeg hij tijdens een briefing aan 200 Congresleden wat zij dachten dat er moest gebeuren. “Het was de grootste ramp in het Congres die ik ooit heb gezien”, zei afgevaardigde Patricia Schroeder.

Verder waren er nog kleinere schandaaltjes, zoals de vakantiereis naar Venetië met een vriendin, die 42.000 dollar kostte door alle benodigde veiligheidsvoorzieningen. Twee weken geleden ging hij met een vliegtuig van American Airlines naar zijn vakantiebestemming in de Caraïbische Zee, hoewel de stewardessen van die luchtvaartmaatschappij staakten. Dat kwam de regering Clinton slecht uit, omdat ze al problemen had met de vakbeweging. Vorige week kreeg hij een openlijk conflict met het Witte Huis, toen hij 50 miljard dollar meer begrotingsgeld vroeg dan hem was toegewezen.

Toch is Aspin ook offerlam voor het wankele buitenlandse beleid van Clinton. Aspin maakt deel uit van een bijzonder zwakke beleidsdriehoek voor veiligheidsbeleid, waartoe ook minister van buitenlandse zaken Warren Christopher en veiligheidsadviseur Anthony Lake behoren. Geen van drieën is in staat om de leemte die president Clinton door zijn binnenlandse beslommeringen open laat, op te vullen. Zowel op Defensie als op Buitenlandse Zaken zit een aantal sterke staatssecretarissen, maar die missen het vermogen om het beleid te bundelen. De door Aspin opgerichte nieuwe politieke afdelingen in het Pentagon - voor de rechten van de mens en democratie - maakten het beleid er ook al niet duidelijker op.

Clinton zette de sanering van zijn buitenlandse beleid in met het ontslag van de onderminister van buitenlandse zaken Clifton Wharton, die weinig met de fouten uit het verleden had te maken. Verder heeft Clinton zijn ervaren vice-president, Al Gore, een grotere rol in het buitenlandse beleid gegeven om de zwakte van Christopher te compenseren.

Na het ontslag van Aspin heeft Clinton, die aan populariteit wint, een kans om de leiding van het Pentagon te verbeteren. Omdat Clinton als dienstplichtontduiker en voormalig anti-Vietnamdemonstrant in het Pentagon sterk wordt gewantrouwd, heeft hij daar nu een vaste voet nodig. Na enig aandringen van Christopher wil Clinton voortaan zeker één uur in de week met de leden van de Nationale Veiligheidsraad bij elkaar komen. Dan kan hij meteen beginnen met brandende vraagstukken als Noord-Korea, de bezuinigingen op de defensie-uitgaven en de uitslag van de verkiezingen in Rusland.

De ministers van defensie zijn altijd van sterk wisselende kwaliteit geweest. Aspins voorganger, Richard Cheney, had een goede naam als manager in het Pentagon en wist het moreel daar op te vijzelen. Onder hem zegevierden Amerikaanse troepen in de Golfoorlog. Een slechte naam als manager had Casper Weinberger, die het bijna acht jaar onder president Reagan in het Pentagon heeft volgehouden. Hij had geen controle op de snel groeiende defensiebegrotingen uit de jaren tachtig. Toch kreeg hij steeds meer geld. De defensie-uitgaven lagen toen politiek aanzienlijk minder gevoelig dan nu. Een nieuwe minister zal daar nu orde in moeten scheppen.