Merkwaardige omgang met cijfers verkiezingen

MOSKOU, 16 DEC. Bij het berekenen van de uitslag van de Russische verkiezingen wordt op opmerkelijke wijze met cijfers omgegaan. De juistheid van sommige rekenmethoden zal pas bij de eerste zittingen van het nieuwe parlement in januari kunnen worden gecontroleerd. Andere methoden zullen misschien ook dan nog een mysterie blijven.

'Goedingelichte bronnen' in het Kremlin hebben gisteren tegen het persbureau Interfax gezegd dat de hervormingsgezinde partij Ruslands Keuze straks toch over de meeste parlementszetels zal kunnen beschikken. Het bericht kwam op het moment dat de wereld nog geschokt reageerde op de voorlopige uitslag, volgens welke de ultranationalist Vladimir Zjirinovski met 24 procent van de stemmen als winnaar wordt gezien.

De bronnen in het Kremlin zeiden zich te baseren op de nu binnenkomende cijfers over de zetels die per kiesdistrict worden verdeeld. Daarvan gaan er tot nu toe drie naar Zjirinovski, twaalf naar de communisten, zestien naar de Agrarische Partij, 27 naar Ruslands Keuze en 107 naar onafhankelijke kandidaten. Volgens Jeltsin-medewerker Nikolaj Medvedev sympathiseert de meerderheid van deze onafhankelijke kandidaten met Ruslands Keuze en kan het huidige hervormingsbeleid “dus” toch worden doorgezet.

Of die vlieger opgaat, zal gauw genoeg blijken. Dat geldt minder voor de berekening van de opkomst, zoals die vooralsnog door de autoriteiten is gemaakt.

Voor de geldigheid van het referendum over de nieuwe grondwet was een opkomst van meer dan vijftig procent vereist en volgens cijfers van de afgelopen dagen is het uiteindelijk 53,2 procent geworden. Maar op basis van welk electoraat is dat percentage berekend?

In de aanloop van de verkiezingen noemde de Centrale Verkiezingscommissie herhaaldelijk het aantal van 107 miljoen kiesgerechtigden. Op zondag, de dag van het referendum en de parlementsverkiezingen, hanteerde ze ineens het cijfer 106.241.000. En maandagmorgen was dat nog verder gezakt tot 105.284.000.

De lokale organisatoren hebben “hoogstwaarschijnlijk hun cijfers gecorrigeerd”, zo heeft een lid van de centrale verkiezingscommissie verklaard. Volgens hem hebben de plaatselijke vertegenwoordigers het aantal ingeschreven kiezers moeten verminderen met diegenen die onlangs zijn overleden of die in de gevangenis zijn beland, en die dus niet meer kunnen of mogen stemmen.

De Centrale Verkiezingscommissie zelf heeft besloten de bijna een half miljoen kiesgerechtigden uit Tsjetsenië bij nader inzien toch maar niet mee te tellen. De Tsjetsenen hebben namelijk de verkiezingsdag geboycot: zij immers hebben zich afgescheiden van Rusland.

Niet alleen werd het electoraat in het verkiezingsweekeinde onverwachts kleiner, de opkomst werd even overwachts groter. Om vier uur zondagmiddag maakte medewerkers van Jeltsin bekend dat op dat moment 43,3 procent van de kiesgerechtigden was opgekomen. Om acht uur 's avonds was dit 44,91 procent. Maar een half uur later werd de opkomst al 48,33 procent en maandagmorgen bleek dat in de laatste anderhalf voordat de stemlokalen sloten, de opkomst was gestegen tot 53,2 procent. Deze laatste stijging moet uitsluitend aan het uiterste westen van Rusland te danken zijn. In de meer oostelijk gelegen tijdzones waren de stemlokalen namelijk al dicht en waren de opkomstcijfers al aan het begin van de avond doorgebeld naar Moskou.

Bij het berekenen van de opkomst was verder opvallend dat er één cijfer werd gehanteerd voor het referendum èn de parlementsverkiezingen. Tijdens de campagne hebben verschillende deelnemers aan de verkiezingen hun kiezers opgroepen het referendum te boycotten in een poging het opkomstpercentage onder de vijftig procent te laten zakken. Maar dit bleek in de praktijk niet zo te werken. Wie zich meldde in het stemlokaal werd één keer als kiezer geregistreerd en of hij daarna het biljet over de grondwet wel of niet invulde deed voor de opkomst niet meer ter zake.

Over de rekenmethoden hebben de deelnemers aan de verkiezingen zich tot nu toe niet uitgelaten. “Wat kan ik doen? Het zijn de enige cijfers die we hebben”, zei de onafhankelijke econoom Grigori Javlinski. “Wij hebben van het begin af aan gezegd dat deze verkiezingen niet democratisch zijn.” Voormalig president Gorbatsjov uitte vanmorgen wel enige twijfel. Hij schreef in zijn column in de Italiaanse krant La Stampa dat hij nog niet op de uitslag kon reageren omdat de beschikbare cijfers nog onvolledig zijn “en bovendien de indruk wekken te zijn bewerkt”.

De internationale waarnemers die de verkiezingsdag hebben bijgewoond, hebben in hun eerste verslagen gezegd dat zij de overtuiging hadden dat alles eerlijk is verlopen. Eén waarnemer, Robert Mackintier van een Amerikaans intstituut voor politieke studies, zei vanmorgen op de Russische radio wel dat hij graag in onafhankelijk onderzoek nog eens nagegaan zou willen zien hoe het opkomstpercentage bij het referendum is berekend.