Loopbaan op het spel na een antigrippine

PAPENDAL, 16 DEC. In een onderaards lokaal van het sporthotel Papendal hadden ze zich verzameld, de naar schatting zeventig Nederlandse topsporters die tijd hadden vrijgemaakt om zich te informeren over de toedracht bij dopingcontroles, over de risico's die zij daarbij liepen, over hun rechten en plichten. Wisten zij veel.

Ver van de andere locaties tijdens de studiedag Voorlichting doping en medicijngebruik in de topsport, waar wetenschappers en sportautoriteiten hun hooggeachte standpunten uiteenzetten, volgde het klasje aandoenlijk verwonderd de ervaringen van een paar ervaren lotgenoten. Uit een enquête was gebleken dat 70 procent van 500 ondervraagde topsporters niet op de hoogte was van de dopingreglementen. De collectieve verwondering die in de kelder heerste, was daarvan een treffende illustratie.

Ach, in Nederland wordt niet geslikt en gespoten. Dat doen alleen die gemene buitenlanders. Nederlandse sporters zijn per definitie schoon, van schaatsers tot atleten. Zij zijn eerlijk. Dopingcontroles, dopingvoorlichting en een dopingbeleid zijn niet nodig. Je hoort het de bestuurders zeggen. Bovendien kosten die zaken geld en dat besteden ze liever aan buitenlandse trainers en stages in een subtropisch oord, als schaatsers in de zomer. Anders kan men de wedloop met het buitenland, de wedloop van de sportwaanzin niet meer aan.

Die vertwijfeling in dat zaaltje toen judoka Jessica Gal vertelde dat ze twintig keer in haar loopbaan was gecontroleerd, maar nooit had geweten hoe dat moest. Ze leerde in de praktijk hoe de procedures werken, wat de juridische consequenties zijn en welke medicijnen riskant zijn. Ze zag een keer in Duitsland een glas urine neergezet worden tussen glazen bier, in een ruimte waar iedereen kon binnenlopen en zich tegoed kon doen aan een biertje.

Atlete Ellen van Langen vertelde dat ze een keer in Sheffield een Nederlands record op de 1000 meter had gelopen. Wilde ze dat het record werd erkend, realiseerde ze zich, dan diende er een dopingcontrole te zijn. Maar die was er niet. Het kon wel. Maar wie zou dat betalen? Ze nam aan de Atletiekunie en kreeg desgevraagd een controle. Soms, zei ze, ben je koud over de finish en staat er iemand klaar met een formulier dat je moet tekenen voor de dopingcontrole. Je bent moe, je kunt nauwelijks schrijven, je weet niet wat je schrijft, maar je doet het. Omdat het moet, anders word je positief verklaard.

Laurien Vermulst roeit al vijf jaar op topniveau. Ze won medailles op alle internationale kampioenschappen en toernooien. Maar nog nooit werd ze op doping gecontroleerd. Omdat in haar sport alleen roeiers bij loting worden aangewezen. In haar sport wacht een levenslange schorsing, wanneer je positief bent. Van dopingprocedures heeft ze nooit iets afgeweten. Je hoeft maar een antigrippine te nemen en je loopbaan staat op het spel. Denk aan je eigen verantwoordelijkheid, was de boodschap aan het topsportersklasje.

Van de ruim 500 ondervraagde topsporters sprak een ruime meerderheid zich uit voor dopingonderzoeken tijdens de trainingsperiode, 86 procent wil controles tijdens alle wedstrijden. Alleen maar om te bewijzen dat ze 'clean' zijn. Zoveel mogelijk controles. Dat kost veel geld, wist Van Langen, maar dat moesten de bonden er maar voor over hebben. Pure afweer. Nog meer controles, zoveel mogelijk controles. Wie dat betaalt, is hun zaak niet. Ze blijken niet eens te weten hoe het werkt en waarmee zichzelf opzadelen.

“Het IOC zou de dopingcontroles moeten betalen. Die wil controles, die heeft toch geld genoeg”, opperde schermster en voorzitter van de atletencommissie Pernette Osinga later vertwijfeld tijdens een forumdiscussie als antwoord op de vraag wie die controles in Nederland zou moeten betalen. Alsof het IOC er debet aan is dat veel sporters zich schuldig maken aan doping. Alsof de medische commissie van het IOC een college van leken is dat zomaar een middel op de verboden lijst zet, alsof nooit is aangetoond dat die middelen schadelijk zijn en dat ze veelvuldig worden gebruikt. Schuif de schuld van de dopingproblematiek, zoals menige autoriteit en sporter gisteren, in de schoenen van het IOC en je bent van alle smetten vrij.

De meeste bonden hebben geen geld voor dopingcontroles. Sommigen geven de voorkeur aan bekostiging van faciliteiten en niet van een afweermechanisme dat te weinig loont. Wanneer slechts één procent van de controles positief uitvalt, zoals in de Wielrenunie, is een controlesysteem immers te duur.

De overheid legt de verantwoordelijkheid bij de sport. Zij schept de voorwaarden, betalen wil ze slechts als de bonden hun verantwoordelijkheid kennen en nemen. Directeur van de directie sportzaken van WVC, W. Wagenaar, verwees naar de inkomsten uit Lotto en Toto, uit Lucky Ten en de krasloterij. Dat geld stroomt naar de sport. Daar ze kunnen wellicht iets in een dopingbeleid mee doen. Een absurde wereld: houdt de mensen dom bezig met non-spelletjes waarin ze kans maken op een miljoen, geef ruimte voor een mogelijke gokverslaving om de sportverslaving te reduceren. Verdwazing ten top. Een discussie over de zin en onzin van topsport blijkt niet relevant, voor wie de meningen tijdens de studiedag moest aanhoren.

De Nederlandse sportwereld dient zich te conformeren aan die van de internationale sportwereld. Als een van de laatsten moet Nederland nog het dopingconvenant van de Raad van Europa ratificeren. In het komende voorjaar wacht de behandeling in de Tweede Kamer. Doet Nederland, dat een genuanceerd liberaal beleid voorstaat, niet mee met Europa dan riskeert de Nederlandse sport te worden buitengesloten.

Wagemaker van WVC benadrukte gisteren op Papendal dat het Nederlandse beleid langzaam in het buitenland aantrekkelijk wordt gevonden. Hij wees op de functie van sport als middel om de gezondheid te bevorderen, dat veel medicijnen op de verboden lijst staan omdat medicijnen nu eenmaal te allen tijde schadelijk kunnen zijn en dat topsporters als model voor de jeugd dienen te fungeren. Het bestrijden van de schadelijkheid van topsport en medicijnen zou moeten beginnen bij met name voorlichting.

Zoveel op Papendal werd gezegd en getoond kan dienen als eerste stap in een bewustwordingsproces. Mensen als Emile Vrijman van het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken, die zich als een Don Quichote door de Nederlandse sportwereld bewegen, voelden zich eindelijk serieus genomen. Bij nacht en ontij zijn zij geraadpleegd als een sporter of bond plotseling een dopingprobleem kenden. Bijna ten einde raad werd gekozen voor een enquête en een studiedag.

Maar het dopingprobleem zal een probleem blijven, zolang er geslikt wordt en zolang het volgens de spelregels verboden is. Vrijgave kan tot escalatie van het gebruik van gevaarlijke medicamenten en nog niet aangewende middelen als genetische manipulatie leiden, zeker wanneer de vraag naar topprestaties blijft toenemen. Televisie en commercie zijn gebaat bij nog meer spannende, heroïsche wedstrijden, nog meer indrukwekkende topsporters. Daar kan geen voorlichting tegenop, laat staan een omvangrijk, waterdicht netwerk van dopingcontroles. Misschien zou de televisie en de commercie voor de kosten daarvan moeten opdraaien.