Internationale studentenbond neemt de wijk; Van Praags tot Haags

Na jaren van pesterijtjes door de Tsjechische overheid, verhuist de International Union of Students van Praag naar Den Haag. De studentenvakbond, hoopt zich met de overstap te bevrijden van de slechte naam die ze tijdens de Koude Oorlog heeft opgebouwd.

Binnenkort, als de verhuizing naar Den Haag rond is, kan de Internationale Studentenvakbond (IUS) eindelijk weer eens aan het werk. 'We hebben al te veel tijd en energie verspild met de strijd tegen de regering'', verzucht Moety Mpuru, de Zuidafrikaanse secretaris-generaal van de bond, tot voor kort gevestigd in Praag. 'We willen onze aandacht weer richten op onze doelstellingen. Onderwijs is een recht, niet een privilege.''

Den Haag haalde onlangs, vlak na het feestje over de komst van Europol, opnieuw een internationale organisatie binnen. Op 1 januari 1994 vertrekt de IUS uit Praag naar een pand aan de Laan van Meerdervoort.

In Den Haag, verwacht secretaris-generaal Mpuru, kan de organisatie - waarbij studentenbonden uit 120 landen zijn aangesloten - het verleden voorgoed van zich afschudden. 'Er heerst bij studentenbonden in Europa, met name in Zweden, Oostenrijk en Groot-Brittannië nog steeds twijfel over een eventuele toetreding.''

Hij wijt die aarzeling aan de houding van Praag. Sinds de politieke omwentelingen in Oost-Europa eind 1989 is de bond een ongewenste instantie in Praag. Mpuru: 'Een slachtoffer van de heksenjacht in Tsjechoslowakije, zoals alles wat met het communistische verleden werd verbonden.''

De bond werd in 1946 in Praag opgericht door nationale studentenvakbonden uit zowel Oost- als West-Europa. Maar tijdens de jaren later, na de breuk tussen Oost en West, stapten de Westerse bonden op. 'Tijdens de Koude Oorlog werd de bond een verlengstuk van de communistische regimes, financieel gesteund door onder meer de Sovjet-jeugdbond Komsomol'', zegt Felipe Salve van de Nederlandse Landelijke Studenten Vakbond (LSVB,) die zich begin 1992 bij de IUSaansloot. 'Het Kremlin maakte de dienst uit.''

Maar één Cubaan

Na de val van de communistische regimes bleef voor de IUS in die hoedanigheid weinig werk over. Er werd vanaf 1991 een drastische reorganisatie ingezet op het hoofdkantoor in Praag waarna de Westerse bonden een voor een terugkeerden. In het huidige IUS-bestuur komen, op één Cubaan na, de leden uit niet-communistische landen. 'De regering in Praag'', vertelt Mpuru, 'wilde alle instanties met een communistisch verleden weghebben. Er kwamen zelfs beschuldigingen over wapenleveranties van de IUS aan het ANC en de PLO.''

Toen bekend werd dat de IUS op zoek was naar een nieuwe vestigingsplaats sprong de Nederlandse minister van onderwijs Ritzen in. Het departement verzocht universiteiten en hogescholen uit te kijken naar huisvesting en voegde er een sterke aanbeveling aan toe. Het ging volgens de bewindsman, zo was bij navraag gebleken, om een 'geheel vernieuwde, democratische organisatie'' waarop zijns inziens politiek niets aan te merken viel.

De gemeente Den Haag, op zoek naar verhoging van het internationale aanzien, en de Haagse Hogeschool sloegen de handen ineen. Als universiteitsloze stad wordt Den Haag te weinig geassocieerd met een bruisend studentenleven, vindt de gemeente, hoewel de Haagse Hogeschool zo'n 14.000 studenten telt. Binnen enkele jaren verrijst achter station Hollands Spoor in het Laakhavengebied een imposant nieuw onderkomen van de Hogeschool, waarin mogelijk ook de IUS een kantoor zal openen.

De IUS heeft, om naar Den Haag te komen, aanbiedingen uit Madrid, Brussel, New Delhi en Parijs laten schieten, vooral door de vrijgevigheid van minister Ritzen en de gemeente Den Haag. Ritzens departement vergoedt 200.000 gulden van de verhuiskosten; de IUS hoeft de eerste twee jaren geen huur te betalen voor het pand van de Haagse Hogeschool aan de Laan van Meerdervoort en mag drie Nederlandse medewerkers in dienst nemen. Hun (minimum-)inkomen wordt betaald door de gemeente.

Onderdrukte studenten

De internationale studentenbond is inmiddels als adviserend orgaan verbonden aan de VN-organisatie UNESCO. Scholing voor iedereen, de strijd tegen discriminatie en racisme in het onderwijs en het opkomen voor onderdrukte studenten zijn de belangrijkste thema's waar de bond zich op richt. Daarnaast houdt de organisatie zich bezig met gelijkheid voor vrouwen in het onderwijs, analfabetisme, vredesvraagstukken en internationale uitwisselingsprogramma's. Politiek blijft de aandacht sterk gericht op Oost-Europa, waar de bond vier jaar na de omwentelingen zijn diensten aanbiedt bij de hervorming van het onderwijs en de studentenorganisaties.

De IUS werkt nu samen met onder meer Amnesty International om informatie te verzamelen over onderdrukking van studenten. Een eigen onderzoeksbureau doet navraag bij de aangesloten bonden in landen waar studenten in aanvaring komen met de overheid. Mpuru: 'We zijn onlangs in Haïti geweest om met vertegenwoordigers van het onderwijs te praten, zowel studenten als docenten. Binnenkort brengen we daar een rapport over uit. Veel academici hebben Haïti verlaten of zijn gevangen genomen. De studentenvakbond is sinds de installatie van het militaire regime gedwongen ondergronds te werken.''

In Argentinië heeft onlangs een oud probleem de kop op gestoken, zegt Mpuru. 'We hebben recentelijk aanwijzingen gekregen dat in Buenos Aires nog steeds actieve studenten worden bedreigd of zelfs verdwijnen. Dit zijn allemaal zaken waar we in Praag de laatste jaren te weinig aan toe zijn gekomen, omdat we voor onszelf moesten vechten.''