Hollandse dijken in Bangladesh bekritiseerd en omstreden

Milieuorganisaties voeren al lange tijd actie tegen het Flood Action Plan, een project om de overstromingen in Bangladesh aan te pakken. Maar minister Pronk wil de Nederlandse bijdrage niet stopzetten.

Het is een jaarlijks terugkerend 'zomers' item in de wereldpers: overstromingen in Bangladesh. Steeds vergezeld door dezelfde beelden: overstroomde gebieden, vernielde huizen en mensen die vluchten met hun spullen die zij nog hebben kunnen redden.

Wie in de beruchte moessontijd naar Bangladesh vliegt begrijpt al snel de omvang van het probleem. Vanuit de lucht lijkt de omgeving van Dacca één grote watervlakte. Maar de Bangladeshi hebben het vliegveld droog kunnen houden en de landing verloopt probleemloos.

Deze jaarlijkse wateroverlast kost ieder jaar mensenlevens en remt de economische ontwikkeling. Om dit tij te keren is in 1989 door buitenlandse donoren en de regering van Bangladesh het Flood Action Plan(FAP) ontwikkeld. Een gezamelijke aanpak om het water van Bangladesh achter dijken te krijgen en te houden.

Een nobel streven, echter niet in de ogen van veel milieugroepen in Europa en Bangladesh. Zij zijn van mening dat Bangladesh wordt opgescheept met dijken waaraan de donoren leuk verdienen maar die Bangladesh voor miljarden in de schuld zullen steken. Ook zal het ecologische systeem volledig op zijn kop worden gezet. Daarbij komt dat de 'gewone' Bangladeshi helemaal geen problemen met de overstromingen hebben. Integendeel, het water voert vruchtbaar slib mee en de overstroomde gebieden zijn rijke visgronden.

Al vaak hebben critici Pronk benaderd om te vragen of dit de bedoeling was van ontwikkelingshulp. De protesten waren zo hardnekkig dat Minister Pronk besloot begin dit jaar een onderzoekscommissie naar Bangladesh te sturen. Die moest maar eens kijken waar het FAP, en in het bijzonder FAP-20 (de Nederlandse bijdrage), nu eigenlijk mee bezig was.

Onlangs verscheen het rapport van de commissie. Deze onderkent dat de ideeën van ingenieurs in het FAP de boventoon vieren, maar het is geen monodisciplinair grootschalig plan voor dijken. Er is ook aandacht voor visserij en milieu. Dit vindt de commissie positief omdat tot nu toe deze aspecten geen rol van betekenis speelden bij waterbeheersingsprojecten. Vooral de rapporten geproduceerd door FAP-20 stimuleren discussies over deze onderwerpen. Daarom moet de Nederlandse steun aan FAP-20 voorlopig worden gehandhaafd.

Tot 1995 krijgt men de tijd om te bewijzen dat zij de belangen van armen, het milieu en economische vooruitgang gecombineerd kunnen worden. Een uitdaging die de medewerkers van FAP-20 graag aannemen.

Het FAP-20 project bevindt zich in Tangail, een gebied in het noorden van Bangladesh. Reizend naar Tangail zie je in de moesson overal overstroomde velden. Je vraagt je wel af hoe dit toch mogelijk is. Allerlei donorlanden zijn al decennia bezig om het Bengaalse water te beheersen.

Drie grote rivieren

De Britten noemden de Bengalen altijd 'the most unruly people in the world' en dat geldt eveneens voor hun rivieren, zee en moessonregens. Allereerst is Bangladesh een delta van drie grote rivieren en zo'n 250 kleine. Hiervan is de waterstand afhankelijk van regens in India en Nepal en de hoeveelheid smeltwater uit de Himalaya. Is dat meer dan gebruikelijk dan loopt Bangladesh - als meest laaggelegen gebied - zeker onder. Maar ook de hevige moessonregens kunnen binnen korte tijd grote delen van het land onder water zetten. En dan is er nog de zee, die opgezweept door cyclonen, menigmaal de kustgebieden bedreigt.

Ernstige overstromingen in Bangladesh hebben zelden een enkele oorzaak. Over het algemeen zijn ze een gevolg van een hoge waterstand in verschillende rivieren, gecombineerd met zware regenval in Bangladesh zelf. De verhouding hiertussen verschilt per gebied.

Deze oorzaken vereisen echter een verschillende benadering. Om de zee te weren zijn zeker dijken nodig, terwijl de gevolgen van zware regenval alleen te beperken zijn met goede drainage.

De afgelopen jaren zijn buitenlandse donoren bezig met allerlei projecten om deze gecombineerde wateroverlast aan te pakken. Helaas zijn de resultaten niet altijd overtuigend. Allereerst was er weinig overleg tussen de verschillende donoren. Dit had nogal eens tot gevolg dat de aanleg van een polder in het ene gebied leidde tot onverwachte hoge stijgingen van het water in de 'buurtgebieden'.

De ernstige overstromingen in 1987 en 1988, door de hoge waterstanden van de rivieren en aanhoudende regens vormden een doorbraak in het denken van de donoren over de watersector. Als dijken die door donorlanden waren aangelegd, niet in staat waren om dit water tegen te houden, moest er meer gebeuren. De regering van Bangladesh vond dat de donoren één groot raamwerk moesten ontwikkelen waarin de verschillende projecten beter op elkaar werden afgestemd.

Het ontwikkelen van dit raamwerk bleek niet zo gemakkelijk. De Fransen stelden dijken voor. De Amerikanen leek het beter terpen te bouwen en bootjes uit te delen aan de bevolking. Dijken zouden het natuurlijk milieu van Bangladesh teveel aantasten.

De Delftse hoogleraar Wybrand van Ellen was betrokken bij het ontwerp van het FAP. 'De regering van Bangladesh voelde niets voor het Amerikaanse plan. Veel dorpen zijn al op terpen gebouwd en wegen werden al jaren verhoogd aangelegd. Zij vonden de Amerikaanse plannen een overlevings- en geen ontwikkelingsstrategie.'

De Bengalen willen niet meer ieder jaar geconfronteerd worden met hoge kosten om weggespoelde infrastructuur te herstellen. Van Ellen: 'Die kosten worden ook ieder jaar hoger omdat Bangladesh steeds meer wegen, elektriciteits- en telefoonverbingen heeft.'

Daarnaast groeit de bevolking in een dusdanig tempo dat de landbouwproduktie dringend omhoog moet. Tot nu toe kon de bevolkingsgroei worden opgevangen door uitbreiding van irrigatie. Die grens is echter bereikt omdat het grondwaterpeil de laatste jaren een dramatische daling vertoont. In het natte seizoen zal meer rijst geproduceerd moeten worden en daar is een vaste waterhoogte voor nodig.

Toch wisten de donoren het Bengaalse enthousiasme voor de Franse dijken enigzins te temperen. Vis en slib moesten ook behouden blijven. Het Flood Action Plan dat in 1990 tot stand kwam ademt de sfeer uit van een typisch Nederlands compromis. Tot 1995 is het FAP voorlopig een onderzoek naar wat er afgelopen jaren met de projecten is misgegaan, wat de problematiek in de verschillende delen van Bangladesh zijn en welke oplossingen mogelijk zijn. In het Nederlandse / Duitse FAP-20 project zal worden getest of het concept van 'controlled flooding' - ontwikkeld door Van Ellen - haalbaar is. Hierin wordt geprobeerd de voordelen van overstromingen te behouden en de nadelen te beperken.

Pionierswerk

Het hoofdkantoor, zwaar beschimmeld net als alle gebouwen in Bangladesh, bevindt zich in de gelijknamige stad Tangail. De leiding van het FAP-20 is in handen van de Bengaalse projectdirecteur Obaidur Rahman. De Nederlanders Armand Evers en Hans Visser zijn consultants. Alledrie zijn ze goed op de hoogte van de kritiek in Nederland en Europa op FAP-20. Zij vinden de kritiek niet terecht en zijn van mening dat hun pionierswerk wordt miskend.

Allereerst willen zij het misverstand uit de weg ruimen dat zij bezig zijn met grootschalige aanleg van dijken. Rahman: 'Het FAP-20 gebied is verdeeld in zestien compartimenten. De indeling hiervan is gemaakt aan de hand van dijken en verhoogde wegen die hier allang lagen. Eén van de reden om Tangail als proefgebied uit te kiezen was dat hier al een infrastructuur van dijken en wegen bestond. Ook langs de rivier. De meesten waren slecht onderhouden en wij doen niets meer dan deze repareren.'

Wel plaatst FAP-20 sluizen die een belangrijk onderdeel zijn voor het verwezenlijken van controlled flooding. Door middel hiervan moet de hoogte van de overstroming geregeld kunnen worden.

Hiermee slaan zij twee vliegen in één klap. Het gebied kan gedeeltelijk overstromen zodat de visgrond voor de armen behouden blijft en het slib binnenkomt. En daarnaast kunnen de boeren op een vaste waterhoogte rekenen en daar hun rijsttype op af stemmen. Vrezen boeren dat er overstromingen komen dan planten zij 'rijst die met het water meegroeit', rijst die altijd een zekere - maar lage - opbrengst heeft. Bij een vaste waterhoogte durven boeren de 'highyielding' rijst te planten. Deze soort heeft een hoge opbrengst maar als risico dat de oogst bij een overstroming totaal verloren gaat.

Maar de bevolking wil helemaal geen 'controlled flooding', zegt de Bengaalse criticus Hamidul Huq, voorzitter van UST, een van de vele niet-gouvernementele organisaties in Bangladesh. 'Dit bleek uit een enquete die FAP-20 zelf heeft gehouden. 'De bevolking vond de overstromingen helemaal geen probleem. Zij hadden liever meer irrigatie in het droge seizoen. Maar de FAP-20 medewerkers hebben hier niet naar geluisterd.'

Bij navraag bij de FAP-20 medewerkers bleek dat de Bengaalse regering enigszins in verlegenheid gebracht door de resultaten van de enquete. Hans Visser: 'De vertegenwoordigers van de regering in Dacca wilden hiervan niets weten. Zij benadrukten nogmaals dat zij geen uitbreiding van de irrigatie wilden vanwege de daling van grondwater. Volgens de overheid realiseert de bevolking zich het laatste veel te weinig.' Dacca besliste vervolgens dat de bevolking uitsluitend mocht meedenken over het voorstel: dijken en verbetering van de drainage.

Daarnaast vindt Huq het een leugen van de FAP-20 medewerkers dat zij geen 'slachtoffers zal maken'. In de toekomstige Water Users Groups zullen volgens hem de rijke boeren de armen totaal overheersen. De rijken bevinden zich in de hoog gelegen gebieden en willen een andere waterstand dan de arme boeren in de laaggelegen gebieden. 'De rijke boeren zullen die waterhoogte afdwingen die voor hen gunstig is. De armen houden de wateroverlast met als gevolg: de kloof tussen rijk en arm neemt toe'.

Inderdaad is dit een punt van aandacht in FAP-20. Zij betogen met klem dat zij er alles aan doen om te voorkomen dat dit gebeurt. Verschillende medewerkers - zoals Mohammed Mohsin - proberen vrouwen, vissers en arme boeren te trainen goed te formuleren wat zij willen en voor deze mening uit te komen.

De vraag dringt zich op of dit niet erg idealistisch is. Wordt de mening van iemand die geen economische macht heeft wel gerespecteerd in Bangladesh? Mohsin: 'De tijd zal dat uit moeten wijzen. Maar iedere verandering ten goede begint met een zeker idealisme.'

Huq heeft op de goede afloop weinig vertrouwen. 'Allemaal mooie woorden die niets betekenen.' Hij heeft bewijzen dat FAP-20 al de eerste slachtoffers heeft gemaakt. Met zijn medewerker - dr. Zahed Md. Masud - word ik teruggestuurd naar Tangail.

De eerste slachtoffers bevinden zich in het dorp Khaladbari. Voor een reparatie aan een dijk hebben Sikander, Sayed en Omar land moeten afstaan. Zij hebben wel compensatie gehad maar werden meteen het slachtoffer van corruptie. Sikander: 'Van de 1200 taka moest ik 500 taka aan steekpenningen aan de ambtenaar betalen.'

Later zal de driekoppige leiding van FAP-20 toegeven dat dit inderdaad één van de moeilijkheden is waar het project tegenaan loopt. Het compensatiegeld mag niet door hen worden uitgekeerd maar door een andere instantie. Deze heeft niet direct iets met het FAP te maken maar het FAP moet wel dit geld opbrengen. Dit leidt niet alleen tot vertraging maar ook tot het eisen van steekpenningen.

Vervolgens ontmoet ik de 45-jarige Banu uit Rusul Pur die moet verhuizen omdat er een sluis wordt aangelegd en Malat Prova Dey die al menig demonstratie tegen FAP-20 heeft georganiseerd. Net als Masud en Huq is Malat principeel tegen het beheersen van overstromingen. Van haar mogen al FAP-medewerkers morgen vertrekken met al hun dijken en sluizen. 'Wij hebben nooit last van de overstromingen gehad. In 1988 hadden wij op tijd een vlot klaar. Nadat het water was gezakt was ons huis heerlijk schoongespoeld en het land weer vruchtbaar geworden. Na de overstroming hadden wij bovendien één van de beste oogsten sinds jaren. Niet FAP-20 geeft een betere rijstopbrengst maar een jaarlijkse overstroming.'

Maar wat willen zij dan? Masud en Malat Prova Dey weten dat precies: ecologische landbouw. Zij zijn er voorstanders van alle dijken in Tangail weg te halen zodat de Bangladeshi weer kunnen terugkeren naar hun oorspronkelijke manier van landbouw. Zoiets zou voor Bangladesh een uniek experiment zijn. Verontwaardigd zijn zij als ik opmerk dat zij dus - net als de medewerkers van FAP-20 - willen experimenteren in Tangail. 'Wij willen iets goed doen voor de mensen.' Maar dat zeggen de FAP-medewerkers ook. 'Zij liegen,' is Masud's simpele conclusie.

Zonder intensivering

Hans Visser staat sceptisch tegenover ecologische landbouw: 'Veertig jaar geleden kon je misschien wel iedereen in Bangladesh voeden zonder intensivering van de landbouw. Door de sterke groei van de bevolking zal je echt iets moeten doen als je iedereen te eten wil blijven geven.'

Van Ellen vindt het bovendien onterecht dat FAP-20 al deze kritiek krijgt. 'Door heel Bangladesh heen worden nog steeds dijken en polders gebouwd zonder dat er een goed onderzoek wordt verricht naar de sociale, economische of ecologische gevolgen. In feite doorbreekt het FAP voor het eerst deze aanvechtbare werkwijze. Wat is het gevolg: alle kritiek richt zich op ons en niemand besteedt aandacht aan de projecten van bijvoorbeeld Food for Work.'

Obaidur Rahman: 'Wij proberen FAP-20 zo consciëntieus mogelijk uit te voeren. Mocht mijn bevolking door deze plannen verarmen of het milieu worden aangetast dan wacht ik niet tot Nederland en Duitsland hun steun stopzetten. Desnoods steek ik zelf de dijken door.'