Gezichtsverlies

“Een beleidsblunder van de eerste orde.” Het is de - al bijna klassieke typering - van het liberale Kamerlid Jos van Rey wanneer hij spreekt over het voornemen van CDA-staatssecretaris Marius van Amelsvoort om de belastingvrijstelling van bedrijven op winsten uit andere landen te beperken. 'Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald', moet de staatssecretaris van financiën hebben gedacht toen hij gisteren in de Tweede Kamer zei dat hij afziet van zijn voornemen om de zogeheten deelnemingsvrijstelling te beperken.

De fiscaal specialisten van de CDA-, PvdA-, VVD- en D66-fractie haalden opgelucht adem. De beperking van de deelnemingsvrijstelling zou tot een verslechtering van de concurrentiepositie van Nederland leiden. De woordvoerders van de regeringsfracties constateerden dat Van Amelsvoorts plannen al een negatief effect hebben op investeringen en werkgelegenheid.

Door de deelnemingsvrijstelling hoeft een Nederlandse onderneming over in het buitenland gemaakte winst geen belasting te betalen, mits die winst in het buitenland al is belast. Het buitenlandse belastingtarief kan heel laag zijn en daarom wilde Van Amelsvoort de vrijstelling opheffen voor winsten in belastingparadijzen met een tarief onder de vijftien procent.

Het internationaal opererend bedrijfsleven, de vier grote fracties, en het ministerie van economische zaken hadden veel kritiek op de maatregel. In het verweer verwezen Van Amelsvoort en zijn rechterhand top-ambtenaar Dirk Witteveen naar de onderhandelingen over het belastingverdrag met de VS. De Amerikanen stelden als voorwaarde dat Nederland de strijd aanbindt met de belastingparadijzen. Doordat het nieuwe belastingverdrag de deelnemingsvrijstelling respecteert, zou uit belastingparadijzen afkomstige winsten via Nederland de VS in kunnen stromen. De Amerikaanse schatkist heeft het nakijken.

Het verdrag, waar twaalf jaar over is onderhandeld, is onlangs door de Nederlandse en Amerikaanse volksvertegenwoordigers goedgekeurd. Het duo Van Amelsvoort & Witteveen was daarom gisteren wel bereid iets van de onderhandelingstactiek prijs te geven. Inderdaad, zei Van Amelsvoort, de Amerikaanse onderhandelaars draaiden ons de duimschroeven aan ten aanzien van de vrijstelling. Inderdaad, vulde Witteveen aan, de Amerikaanse onderhandelaars wilden bij de besprekingen over het zogeheten protocol van het belastingverdrag concrete toezeggingen over een beperking van de deelnemingsvrijstelling.

En nu er niets meer mis kan gaan met het belastingverdrag - 1 januari 1994 treedt het in werking - is het niet verwonderlijk dat Van Amelsvoort afziet van zijn voornemen om het zogeheten voorontwerp op korte termijn om te zetten in een echt wetsvoorstel. De vier fiscaal specialisten luisterden ademloos naar het relaas van Witteveen en knikten bewonderend. Top-diplomatie, erkenden ze na afloop van het overleg. Maar wel met politiek gezichtsverlies van Van Amelsvoort. Hij heeft toch de hoon van de fracties en het bedrijfsleven gekregen. Een jonge ambitieuze politicus zou er misschien slapeloze nachten van krijgen; Van Amelsvoort zet volgend jaar een punt achter zijn politiek carrière. En in zijn politiek testament zit een belastingverdrag met de VS dat zeer gunstig is in vergelijking met overeenkosmten die de VS met andere landen heeft gesloten.

Om de Amerikanen niet te bruskeren heeft Van Amelsvoort de toezegging gedaan dat hij aan een wetsvoorstel werkt waarbij stappen worden ondernomen tegen belastingparadijzen. Op dit moment vinden er al gesprekken plaats met het bedrijfsleven. Het oneigenlijk gebruik door bijvoorbeeld brievenbusmaatschappijen van de deelnemingsvrijstelling wordt aan banden gelegd, maar dit zou heel goed kunnen samengaan met een verruiming van de vrijstelling voor de 'rokende schoorstenen'. Op de valreep sluit Nederland dan toch nog aan bij de internationale trend om de vrijstelling te verruimen.