Gatt wekt gemengde gevoelens op

BRUSSEL, 16 DEC. Nederland heeft gisteren in Brussel met gemengde gevoelens afscheid genomen van de GATT. Natuurlijk telden minister Kooijmans (buitenlandse zaken) en staatssecretaris Van Rooy (buitenlandse handel) mèt Europees commissaris Sir Leon Brittan de zegeningen van de succesrijke afronding van de Uruguay-ronde, maar er waren grenzen aan de vreugde.

Na de recente aanvaarding van het Witboek over 'economische groei, concurrentiekracht en werkgelegenheid' vormt het nieuwe GATT-akkoord de tweede 'krachtige' pijler onder de nieuwe Europese Unie, becommentarieerde Van Rooy. Wat kan men zich nog meer wensen om Europa uit de recessie te leiden?

Ook Europees commissaris Brittan legde gistermiddag een verband tussen het GATT-akkoord en het zelfvertrouwen van de Europese Unie, het Europa van na 'Maastricht'. Er zijn niet alleen enorm belangrijke besluiten genomen, maar de lidstaten van de Europese Unie hebben de afgelopen tijd ook aangetoond dat ze zeer snel tot een gemeenschappelijke opstelling kunnen komen, aldus Brittan.

“Als we samenwerken, blijkt dat we een macht zijn in de wereld”, zei Brittan vlak voor zijn vertrek naar Genève om daar het verlossende ja-woord van Europa over te brengen. Wat de Europese Unie nu heeft bereikt in de GATT-onderhandelingen, had geen van de lidstaten afzonderlijk ooit kunnen bereiken, voegde hij er veelbetekend toe.

Vreugde en zelfingenomenheid dus. Maar voor Nederland kleeft er ook een schaduwzijde aan het jongste succes van de Europese Unie. En dat heeft vooral te maken met de inwilliging gisteren van de Franse eis om de handelswapens van de Europese Unie aan te scherpen. De meeste lidstaten vinden dat een volstrekt normale zaak. Als je afspraken maakt om de handel vrijer te maken, is het logisch dat je instrumenten wilt hebben om naleving van de nieuwe spelregels ook af te dwingen. Dat maakt de afspraken over liberalisering alleen maar geloofwaardiger, zo luidt de paradoxale redenering.

Die nu afgesproken aanpassing van het Europese handelsinstrumentarium gaat niet zover als Parijs had gewild. Maar toch kan Brussel voortaan sneller terugslaan als de Europese Unie meent dat haar oneerlijke concurrentie wordt aangedaan. Voor het openen van een antidumping-procedure is voortaan een gewone meerderheid in de raad van ministers voldoende, waar tot dusver een gekwalificeerde meerderheid (tweederde) nodig was.

Voor Nederland was die aanscherping niet nodig geweest. Maar echt boos maakte minister Kooijmans zich pas over de afspraken die zijn gemaakt over de procedure bij zogeheten vrijwaringsmaatregelen. Dat zijn maatregelen om de invoer aan banden te leggen indien sprake is van ernstige marktverstoring door een grote toevloed van goederen. Een voorstel om zo'n vrijwaringsmaatregel te treffen, moet met gekwalificeerde meerderheid worden genomen binnen de raad van ministers. Maar voor de Midden- en Oosteuropese landen waarmee de Europese Unie zogeheten 'preferentiële handelsakkoorden' heeft gesloten, is slechts een gewone meerderheid voldoende, zo werd gisteren bevestigd.

Dat komt er op neer, zo foeterde Kooijmans, dat het voor Brussel veel gemakkelijker is om de grenzen te sluiten voor landen als Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Roemenië en Bulgarije - waarmee akkoorden zijn gesloten die voorzien in het streven naar een vrijhandelszone - dan om produkten te weren uit landen waarmee de Europese Unie geen bijzondere banden heeft. Dat is natuurlijk een vreemde boodschap, aldus Kooijmans. Samen met zijn Britse ambtgenoot Hurd liet hij daarom een aparte verklaring opnemen bij de notulen om de wereld op de hoogte te stellen van het Brits-Nederlandse protest.

Dat het zover kon komen, weet Kooijmans aan de Duitsers, die “aan het schuiven zijn gegaan”. Tot gisteren behoorde Duitsland tot het kamp van de vrijhandelaren in de Unie, en zelfs gisterochtend nog liet minister Kinkel van buitenlandse zaken doorschemeren dat de Europese Unie zich nog wel iets ruimhartiger mocht opstellen ten aanzien van Midden- en Oost-Europa. Maar gistermiddag lag er opeens een Frans-Duitse compromistekst op tafel, waarna het pleit snel was beslecht en Nederland en Groot-Brittannië alleen maar mokkend aan de kant konden blijven zitten. “Het vrijhandelsblok heeft zich uit elkaar laten spelen”, aldus een geïrriteerde Kooijmans.

De conclusie die kan worden getrokken is dat de Frans-Duitse as opnieuw prima heeft gewerkt. Afgelopen weekeinde al, tijdens de Europese top van regeringsleiders, kreeg premier Balladur Duitse rugdekking voor de Franse eis om garanties dat een GATT-akkoord niet zal leiden tot extra offers voor de Franse boeren.

De tweede conclusie waarover in Brussel nog wel eens zal worden nagedacht, is dat de harde opstelling van Parijs in de GATT-onderhandelingen vruchten heeft afgeworpen. Dat blijkt op het terrein van de landbouw - waar door Franse druk verbetering zijn aangebracht in het Blair House-akkoord - en dat blijkt ook uit het onderhandelingsresultaat in de audiovisuele sector. Kennelijk maakt de Franse stijl van onderhandelen toch meer indruk in Washington dan de free trade-benadering van Engeland en Nederland. Misschien komt dat doordat Frankrijk en de VS in veel opzichten elkaars gelijken zijn: ze deinzen er niet voor terug om met verbaal geweld de diplomatieke arena te betreden, ze tonen zich gevoelig voor de invloed van het platteland, ze kennen geen morele bezwaren om zo nu en dan protectionistische maatregelen te treffen en ze zijn beide uitermate trots op de eigen cultuur.

Wat dat laatste betreft heeft Frankrijk de Amerikaanse aanval op 'de Europese beschaving' glansrijk afgeslagen. In de audiovisuele sector heeft Frankrijk “een majeure overwinning” geboekt, moest gisteren ook staatssecretaris Van Rooy toegeven. Europa mag zijn eigen film- en televisie-industrie naar eigen goeddunken blijven beschermen. Maar omdat de audiovisuele sector formeel wel is opgenomen in het GATT-akkoord (door middel van de bepaling dat er geen afspraken zijn gemaakt) zijn de VS op dit punt wel gebonden aan de spelregels van de nieuw op te richten multilaterale handelsorganisatie WTO. Dat betekent dat de Amerikanen niet zo maar op eigen houtje opnieuw de aanval kunnen openen op de Europese audiovisuele sector. Geen wonder dat premier Balladur gisteravond een overweldigende meerderheid in het parlement achter zich kreeg. The winner takes it all is ook een beetje de indruk in Brussel.