Een parfum moet je niet ruiken; De samenhang tussen hormonale en chemische boodschappen

Waarom willen mensen anders ruiken dan ze ruiken? Om zich te versieren of te laten versieren? Een gesprek met geurdeskundige prof. dr. E.P. Köster over de culturele betekenis van parfum, de inzichten waarmee reukwater aan de man wordt gebracht en de illusies die het wekt. “Misschien hebben mensen een voorkeur voor een partner die een beetje naar de moeder ruikt.”

Halverwege de geparfumeerde Stokstraat, ooit het hart van de rosse buurt van Maastricht, dringt zich de gedachte op dat mensen de enige wezens zijn die bloemen plukken, om eraan te ruiken.

Op de Servaasbrug een visioen van een stuk vlees, in vlammen gaar gedraaid, en met behulp van kruiden, volstrekt veranderd van smaak. Ook dat doet geen enkel ander schepsel. Gaar, geur... roken, ruiken.

De Maas stinkt.

In de trein naar Utrecht lees ik Tussen Neus & Lippen van Jojanneke Claassen. Zij citeert in het hoofdstukje 'Waar vuur is zijn reukprikkels' uit Das Unbehagen in der Kultur. Freud zag in het rechtoplopen, in het verlaten van een snuffelend bestaan, en daardoor zichtbaar worden van de genitaliën, een begin van de devaluatie van de reukprikkels.

Tussen Neus & Lippen geeft een helder overzicht van alles wat met geur en smaak te maken heeft, vanaf de homo erectus tot aan de chemische achtergronden van geheimzinnige parfums of andere manipulaties met etherische odeurs. Maar eenmaal in Utrecht, in gesprek met prof. dr. E.P. Köster, stijgt er ineens een kwalijke reuk rond dit zo informatieve boekje op.

“Het is wonderlijk”, zegt Köster. “Het boekje citeert mij vrijwel letterlijk. Er staan hele stukken in uit mijn lezingen, met hier en daar dezelfde zinswendingen. Alsof iemand mij overal heeft gevolgd en alles heeft opgeschreven. Maar ik word nergens genoemd.”

Köster (62) is geurdeskundige bij uitstek en doet al meer dan dertig jaar reuk- en smaakonderzoek. Het moderne parfumgebruik is een gevolg van de ontdekking van de hygiëne. Alain Corbin beschrijft uitgebreid in zijn boek Van Pestdamp tot Bloesemgeur hoe twee eeuwen geleden een angst voor geuren ontstond omdat men dacht dat geuren de dragers van ziektes waren. Corbin geeft prachtige verhalen over medici die geurbronnen gingen opsporen met gevaar voor eigen leven. Sommige doktoren hadden in hun neusgaten lavendel zitten om bijvoorbeeld de pestgeur te verdrijven. Lavendel, dacht men, was een heilzame geur.

“Die veronderstelde samenhang tussen geur en ziektes was natuurlijk niet helemaal onjuist. Een aantal ziektes kun je ruiken. Maar niet de geur is besmettelijk, want wat je ruikt zijn de excreties van de bacteriën. De bacteriën zelf ruiken niet. Het is net als bij zweet. Zweet zelf stinkt niet. De penetrante geur ontstaat pas door de metabolieten van de bacteriën.”

In de oudheid gebruikte men toch ook al parfums?

“Jawel, maar toen werd het toegevoegd aan de lichaamsgeur. Sinds twee eeuwen is het hebben van een lichaamsgeur suspect geworden. Die moet eerst worden weggewerkt alvorens men parfum opdoet. Aan die parfums zijn weer elementen toegevoegd die aan lichaamsgeur doen denken en de aantrekkelijkheid verhogen. Helemaal reukloos zijn is niet aantrekkelijk. Parfums hebben een biologische functie. Ze vervangen voor een deel de natuurlijke luchtjes die we zorgvuldig van ons af gewassen hebben.”

Wat is de belangrijkste functie van een parfum. Het verhogen van de aantrekkelijkheid?

“Nee, de belangrijkste functie van een parfum is het vervullen van een droom. De droom die wordt uitgebeeld in de advertentie. In de parfumwereld wordt eerst een imago gecreëerd; vervolgens gaat men een geur bedenken die niet strijdig is met het beeld dat men wil verkopen. Parfum is altijd onnatuurlijk, het mag nooit naar iets speciaals ruiken.

Sommige parfums worden geassocieerd met een zakelijke vrouw die haastig op weg is, en niet met iemand die gedrapeerd ligt in een rode omgeving om, zeg maar, exotische seks mee te beleven. Er zijn parfums met een Oosters karakter, die zijn zwaar, blijven lang hangen, bevatten eugenol, kruidnagelen, krettek... Ze doen mysterieus aan. Daarnaast heb je ook glasheldere parfums, hele frisse jonge meisjesgeuren, zonder dat zware. Maar over het algemeen roept een parfum geen beeld op. Dat doet de reclame.''

Chanel 5, Vendetta, Samsara, Escada, Ysatis... wie bedenkt al die namen? Het reclamebureau?

“Dat zal best. Het vervelende met parfums is dat het ontzettend moeilijk is om een nieuwe naam te bedenken. Want bijna alle woorden in alle talen zijn al vastgelegd als mogelijke naam voor een merk. Zo is er een merk, French Fern, Franse varen. Absurd, want de varen is zo ongeveer de enige plant die niet ruikt.”

De zoöloog Stoddard zegt dat de mens niet naar mens wil ruiken. Is dat zo?

“Nee, in veel culturen schenkt men geen aandacht aan geuren. Wij stinken vermoedelijk meer door onze overvloedige eetgewoontes. Door verschillende soorten eten gaan mensen anders ruiken. Men koppelt die geurverschillen vaak aan rassen, maar in feite ligt de oorzaak in de keuken. Wij schijnen ietwat zurig, weeïg te ruiken, vanwege de grote hoeveelheid melkprodukten die we tot ons nemen.”

Parfums zouden moeten aansluiten bij de typische geurcultuur van een bepaald land, met name bij de collectieve geurbelevingen uit de prilste jeugd.

“Dat is waar. Wat de smaak betreft hebben we aangeboren voor- en afkeuren. Alle baby's houden van zoet en vinden bitter vies. Voor geuren gaat dat niet op. Misschien dat er een aangeboren afkeer bestaat voor verrottingsgeur, maar een specifieke geurvoorkeur is er niet. In Frankrijk heeft men een experiment gedaan met pasgeborenen. Men hield hen twee lapjes voor met moedermelk: één met die van de eigen moeder, en één met die van een andere vrouw. De baby's hadden geen voorkeur. Maar na drie dagen borstvoeding koos 95 procent de geur van de eigen moeder. We leren op dat gebied dus heel snel, en veel.”

Werkt geurgeheugen ook door in de partnerkeuze?

“Daar wordt wel over gespeculeerd. Misschien hebben mensen een voorkeur voor een partner die een beetje naar de moeder ruikt. Als dat zo is, zou dat moeten opgaan voor mannen én vrouwen, en zouden mensen van wie de geuren op elkaar lijken zich tot elkaar aangetrokken moeten voelen. Zo zouden er echte familiegeuren kunnen ontstaan. De Amerikaanse onderzoeker Potter heeft grootouders die op visite kwamen in een kraamkliniek en die hun pasgeboren kleinkind nog niet hadden gezien, gevraagd aan tien verschillende lapjes te ruiken die bij tien verschillende baby's op de borst hadden gelegen. In 38 procent van de gevallen kozen de grootouders het lapje van hun eigen kleinkind. Dat is ver boven kans, die is 10 procent.”

Zijn geuren vooral een vrouwenaangelegenheid?

“Vrouwen hebben een veel langere traditie van zich mooi maken, optooien et cetera. Maar tegenwoordig moeten mannen ook goed ruiken. Vroeger hadden vrouwen daar niet zoveel over te zeggen. Vrouwen hebben over het algemeen een beter reukvermogen dan mannen. Ze zijn veel gevoeliger, hebben een beter geheugen voor geuren en houden ook meer van complexe geuren dan mannen. Mannen zijn wat dat betreft simpel.”

Je ruikt nogal eens vrouwen die besproeid lijken met goedkoop parfum. Onaangenaam.

“Zo'n parfum hoeft niet goedkoop te zijn. Het kan gewoon slecht zijn samengesteld uit sterk met elkaar contrasterende geuren. Maar ik geef toe: te sterk geparfumeerd is niet te verdragen. Een goed parfum moet je niet ruiken, want je moet denken: wat een aardige vrouw! Daar gaat het om.

Wat is de biologische functie van het feit dat vrouwen beter ruiken?

“Die is groot. Dat kun je heel goed zien bij het varken. Wanneer een zeug in oestrus is en het speeksel ruikt van een mannetje, gaat ze, zoals de boeren dat noemen 'vierkant staan'; klaar om te ontvangen. Mijn collega Koelega ontdekte dat vrouwen pas na de puberteit beter gaan ruiken dan mannen; wanneer ze een regelmatige cyclus hebben. Rond de ovulatie zijn vrouwen extra gevoelig voor geuren. Bij een anovulatoire cyclus ligt die gevoeligheid heel anders. Dan is een vrouw de laatste veertien dagen voor de menstruatie bijzonder gevoelig. Geuren krijgen dan een mysterieuze aantrekkingskracht. Dat wijst nog eens extra op de samenhang tussen hormonale boodschappen en chemische. Omgekeerd kunnen geuren ook de hormonale huishouding van de partner veranderen. Onderzoek bij muizen heeft aangetoond dat de geur van een mannetje de hele cyclus kan veranderen. Bij mensen is dat niet echt systematisch onderzocht, maar er zijn aanwijzingen dat de aanwezigheid van een man voor een regelmatige cyclus zorgt.”

Hoe kiezen mensen een parfum om iemand cadeau te doen?

“Een prachtig raadsel. Ze zouden er beter aan doen niet te kiezen. De enige goede keuze is het merk waarvan je weet dat de persoon in kwestie houdt. Vrouwen kiezen zelden parfums voor andere vrouwen. Meestal zoeken ze er een uit voor zichzelf. Dat is heel wijs, want je moet weten of het parfum accordeert met je eigen geur. Wat heerlijk ruikt bij de een, kan bij de ander echt niet.

Vrouwen letten erop wat een ander draagt..., ruiken... en kennen parfums. Mannen kiezen parfums op basis van drie criteria: de vorm van het flesje; de prijs; en de mate van hun schuldgevoel. Waarom schuldgevoel? Tja... als ik naar mezelf kijk. Beroepshalve moet ik veel reizen. Dat betekent sombere hotelkamers, saaie televisieprogramma's. Doorgaans beleef ik niet veel, al denkt de ander van wel. Dat alleen al veroorzaakt een soort schuldgevoel dat mij een cadeautje doet kopen.

Daarbij, mannen wonen nergens! Ze zijn altijd te gast. Vrouwen zijn thuis bij zichzelf. Ze versieren hun huis, geven er meer ordening aan, gezelligheid. Met een parfum, of met bloemen raak je iets.''

Als vrouwen beter ruiken, waarom zijn de meeste parfumeurs dan mannen?

“Omdat het beroep van parfumeur altijd een macho-aangelegenheid is geweest. Tegenwoordig zie je wel steeds meer vrouwelijke parfumeurs. De mannelijke traditie is enigszins doorbroken.

Parfumeur is een verschrikkelijk moeilijk vak. Alleen weggelegd voor mensen die niet alleen uitzonderlijk goed geuren kunnen herkennen, maar ook een enorm voorstellingsvermogen hebben van geuren. Uit een onderzoek dat we hier hebben gedaan is gebleken dat mensen die zich een voorstelling kunnen maken van een geur, drietiende seconde sneller een geur herkennenen dan degenen die dat niet kunnen.''

Wat moeten we geloven van de verhalen over geurmanipulaties. In Japan zou harder en geconcentreerder gewerkt worden bij bepaalde geuren.

“Misschien werkt het daar, hier zeer zeker niet. Je kunt met geuren wel het gevoel van ruimte vergroten. Daar hebben we onlangs voor een opdrachtgever onderzoek naar gedaan. We lieten mensen plaatsnemen in een klein kamertje en zeiden: stel je voor dat dit een liftcabine is. Hoeveel personen zouden tegelijkertijd mee kunnen? Bij bepaalde geuren zei men: twaalf personen, bij andere geuren: dertig! Een ongelooflijk verschil.”

Mensen zijn de enige wezens die graag gewoon iets lekkers ruiken, bijvoorbeeld bloemen. Of niet?

“Dat vind ik een zeer interessante vraag. Ik moet eerlijk bekennen dat ik dat niet weet. Volgens mij is het nog nooit onderzocht. Ik dénk wel dat je dieren werk kunt laten verrichten om bepaalde geuren op de snuiven, waarbij een voor hen vreemde geur zelf de beloning is. We weten dat apen knoppen willen indrukken om een speelgoedtreintje te zien rijden, gewoon voor de lol. Ik zou wel eens willen weten of ze het ook doen voor biologisch betekenisloze geursensaties.”