'Een frisse start, een nieuw begin'

Hoofdpunten uit de gemeenschappelijk Brits-Ierse verklaring:

De Britse premier onderstreept dat de “democratische wens” van het merendeel van de bevolking van Noord-Ierland doorslaggevend moet zijn en dat de Britse regering “geen strategisch of economisch eigenbelang” heeft in Noord-Ierland.

De Britse regering verklaart dat het “alleen aan de bevolking van het eiland Ierland is, om na overeenstemming tussen elk van de twee delen (van het eiland), hun recht op zelfbeschikking uit te oefenen en om op basis van instemming, in vrijheid en in gelijktijdigheid gegeven, Noord en Zuid, een verenigd Ierland tot stand te brengen indien zij dat wensen.”

Volgens de Ierse premier leert de geschiedenis van Ierland dat welzijn en stabiliteit niet gevestigd kunnen worden onder een politiek systeem dat door een aanzienlijke minderheid wordt afgewezen. “Het zou daarom verkeerd zijn, zonder instemming van een meerderheid in Noord-Ierland, een Verenigd Ierland op te leggen.” De democratische waardigheid, de burgerrechten en vrijheid van godsdienst van de beide gemeenschappen moeten gerespecteerd worden, met daarbij inbegrepen:

Het recht op vrij politiek denken. Het recht op vrijheid en godsdienstuitoefening. Het recht op democratische nationale en politieke aspiraties. Het recht te leven waar men wil Het recht op gelijke kansen in alle sociale en economische activiteiten ongeacht klasse, geloof of kleur.

De Ierse premier erkent dat het moeilijk is vertrouwen te vestigen tussen de verschillende tradities in en buiten Noord-Ierland. Alle pogingen moeten gedaan worden om het gevoel van vertrouwen te herstellen.

Beide regeringen verklaren dat de eenheid van Ierland alleen bereikt kan worden als de voorstanders de tegenstanders zonder druk of geweld overtuigen. “We staan op een punt in de geschiedenis (..) waar alle tradities in Noord-Ierland erkend moeten worden.” Beide tradities moeten de kans grijpen voor een “frisse start” en een “nieuw begin”. Reynolds vraagt het volk van Noord-Ierland om het volk van Zuid-Ierland “dat het verdriet en de schaamte over al het lijden in de afgelopen kwart eeuw deelt” als vrienden te beschouwen. De tijd is volgens Reynolds gekomen te overwegen hoe “hoop en identiteit van iedereen geuit kan worden”, zonder dat daar verdeeldheid en gebrek aan vertrouwen uit voortkomt. Premier Reynolds vindt een dialoog noodzakelijk waarin de angsten van alle tradities “eerlijk” en “integer” aan de orde komen. De Britse en Ierse regeringen herhalen dat de vrede een duurzaam einde aan het gebruik van, of steun aan paramilitair geweld moet behelzen.