De Utrechtse pizza-connectie van padrone Tomaso

Een pizza-keten in de provincie Utrecht mag zich in de warme belangstelling verheugen van de Italiaanse justitie. De pizzeria's worden beschouwd als een dekmantel van de Romeinse mafia-vertakking 'banda delle Magliana', waarover deze krant gisteren berichtte.

UTRECHT/ AMSTERDAM, 16 DEC. In de drukke Utrechtse winkelstraat brandt de kerstverlichting. Mensen lopen eethuisjes in en uit. In het Franse restaurant op de hoek verdringen de gasten zich om de wit gedekte tafeltjes. Bij de shoarmazaak verderop slaat de damp tegen de ruiten.

Schuin daartegenover ligt een grote pizzeria, een van de oudste van Utrecht. Kunstbloemen, kaarsjes op de tafels en het plafond hemelsblauw met goudgespoten wijnranken. De personeelsleden zitten bij de oven. Ze praten over de liefde, in het Italiaans, met Turkse en Marokkaanse accenten. De komst van klanten lijkt hen te verbazen. “Eten?”, vraagt de ober.

Vrijdagavond. De pizzeria is volledig uitgestorven. Op de tafels staan bordjes 'gereserveerd'. We mogen gaan zitten en na lang wachten komt ook de bestelling: een verpieterd bakje sla, pasta die in afwaswater lijkt gekookt en pizza met de weerstand van een vaatdoek. “Meneer Tomaso, de padrone”, antwoordt de kok op de vraag wie hem heeft leren koken. “Een goede man”, zegt hij. De andere werknemers knikken.

Een jonge Marokkaan is even langsgekomen bij zijn vroegere collega's. Tegenwoordig staat hij in de Italiaanse broodjeszaak die de padrone in Houten heeft. Tussendoor heeft hij in Marbella gewerkt in Spanje, waar nog twee pizzeria's van 'meneer Tomaso' staan. “Hij heeft er wel veel”, beaamt de jonge ober die hard spaart om straks zijn eigen Marokkaanse eettent te kunnen beginnen. “Maar ik weet dat de padrone ook al heel lang in Nederland is.”

Wat hij niet weet is dat de pizza-keten van 'meneer Tomaso' inmiddels de bijzondere belangstelling heeft van de Italiaanse justitie in een onderzoek naar economische dekmantels in Nederland van de zogeheten 'banda della Magliana'. Tegen deze aan de Siciliaanse mafia gelieerde organisatie uit Rome lopen onderzoeken van de Italiaanse justitie.

Tomaso A. is een oude bekende van de Italiaanse politie. In Rome is hij verschillende malen berecht voor onder andere diefstal en fraude. Begin jaren zeventig vluchtte hij met zijn gezin naar Utrecht. De politie in Rome vaardigde een internationaal arrestatiebevel uit. Dit vormde echter geen beletsel voor een succesvolle carrière als ondernemer in Nederland: in 1973 opende Tomaso A. zijn eerste pizzeria in de drukke Utrechtse winkelstraat. Nu is het er leeg en verlaten, maar toen was het dé pizzeria van Utrecht. Altijd vol.

In mei 1982 opende hij in het pand naast zijn pizzeria de Italiaanse broodjeszaak, etablissement 1. Het pizza-bedrijf begon zich te vermenigvuldigen. Een paar straten verder werd in 1984 etablissement 2 geopend. Nog geen jaar later volgde etablissement 3 in Zeist. In 1987 volgde de opening van etablissement 4 in Houten.

Tot de dag van vandaag wordt dit restaurant gedreven door Tomaso's dochter Anna Maria. Zij is getrouwd met een 43-jarige Siciliaan, die net als zijn schoonvader een lang strafblad heeft. Hij wordt ook door de Italiaanse politie gezocht, onder andere voor geweldpleging en roof.

Na de laatste uitbreiding begon een woelige tijd voor de pizza-keten. Een paar maanden na de opening werd etablissement 4 verwoest door een brandbom die door onbekenden naar binnen was gegooid. “Dat onderzoek is nooit rondgekomen”, zegt hoofdagent Bos van de politie van Houten die zich de ravage nog kan herinneren. Misschien was het een ruzie tussen Italianen, zegt hij, misschien gewoon een verzekeringskwestie. De boel werd weer opgeknapt en sindsdien is er volgens Bos niets meer gebeurd.

Een jaar later, in een andere schakel van de keten. “Giorgio moest opeens weg”, herinnert de ober in de Utrechtse pizzeria zich en hij maakt het gebaar van polsen in boeien. Op 23 juni werd bij de grens met België een vrachtwagen met bloemen aangehouden waarin cocaïne was verstopt. Vier Italianen werden gearresteerd. Een van hen was 'Giorgio Biagetti', eigenaar van de Italiaanse broodjeszaak etablissement 1. In 1986 had Tomaso A. deze zaak formeel aan hem overgedaan en bleef zelf als gevolmachtigd procuratiehouder nauw aan de zaak verbonden.

Biagetti bleek de schuilnaam te zijn voor een 42-jarig lid van de banda della Magliana. Samen met zijn compagnon Santo A. werd hij al een tijd door de Italiaanse politie gezocht. Toen het bericht van de arrestatie van dit tweetal bij het bloementransport de Italianen bereikte, dienden ze onmiddellijk een verzoek om uitlevering in.

De Utrechtse rechtbank veroordeelde de twee Italiaanse coke-dealers tot vier jaar gevangenisstraf. Tot uitlevering aan Italië is het nooit gekomen, omdat het Italiaans-Utrechtse tweetal vlak voordat het hoger beroep diende uit het huis van bewaring ontsnapte. “In die tijd werd het Utrechtse huis van bewaring verbouwd”, vertelt de advocaat van Santo A. “De heren verkleedden zich als bouwvakker en wandelden rustig naar buiten.”

'Giorgio' is nog steeds voortvluchtig. Santo A. zit inmiddels weer vast; vorig jaar werd hij opnieuw gearresteerd. Nu bij de onderschepping van 380 kilo verdovende middelen tussen Amsterdam en Genua.

Na de arrestatie van 'Giorgio' bij het bloementransport werd etablissement 1 tijdelijk gesloten op last van de drank- en horeca-afdeling van de Utrechtse politie. Een paar maanden later was hij alweer open, nog steeds met meneer Tomaso als gevolmachtigd procuratiehouder en de vrouw van 'Giorgio' als eigenaresse. Vorig jaar werd de zaak overgedaan aan een Egyptische shoarmatent-houder.

De structuur van Tomaso's pizza-keten, zo stelt de Italiaanse politie in een rapport, doet vermoeden dat zij wellicht als dekmantel dienen voor witwaspraktijken en criminele handel. “Mogelijkerwijs heeft Tomaso A. een spilfunctie in het complexe netwerk van Italiaanse criminelen dat zich in Nederland heeft gevestigd.”

De eerste aanwijzing kwam naar voren bij de ontdekking van een vermoorde Turkse drugs- en wapenhandelaar in de bossen bij Doorn in 1990. De Italiaanse politie ontdekte de Turkse handelaar in het Amsterdamse Holiday Inn-hotel, vlak voor zijn executie, nog samen met banda della Magliana-lid Rocco M. een drugs-transactie had gesloten. Tussen 1986 en 1991 was deze Italiaanse misdadiger eigenaar van een van de pizzeria's van meneer Tomaso. Dit keer ging het om de pizzeria etablissement 3.

“Bij elke zaak duikt zijn naam weer op”, schrijven de Italianen over de padrone. Wordt er in Spanje een Italiaanse crimineel met drugs opgepakt die een café in de Amsterdamse Molukkenstraat drijft? Meneer Tomaso betaalt de borgsom, en de broer van Rocco M. haalt hem persoonlijk bij de gevangenis in Barcelona op. Wordt er in België een voortvluchtig lid van de Banda della Magliana ontdekt? Dan blijkt ook meneer Tomaso regelmatig bij hem op bezoek te gaan, vergezeld van zijn 'loopjongen' Rocco M. .

Zo blijken de pizzeria's van meneer Tomaso steeds weer de spil waaromheen een kringetje draait van Italiaanse criminelen, familieleden van meneer Tomaso en een aantal Nederlandse stromannen- en vrouwen. Sinds 1 maart van dit jaar is Tomaso's dochter Anna Maria de officiële eigenaresse van de pizzeria in de drukke Utrechtse winkelstraat “Ze komt alleen om het geld uit de kassa te halen”, vertelt een van de werknemers in het uitgestorven eethuis. Haar etablissement 4 in Houten wisselde de afgelopen twee jaar alweer drie keer officieel van eigenaar. “Een handelwijze die doet denken aan de 'modus operandi' van de mafia in Italië. Het investeren van kapitalen, terwijl met een ingewikkeld spel van eigendomswisselingen degenen die in werkelijkheid aan de touwtjes trekken uit de schijnwerpers verwijnen”, concluderen de Italianen.

Voor de andere zaken geldt hetzelfde.

Uit gegevens van de Utrechtse Kamer van Koophandel blijkt bijvoorbeeld dat etablissement 1 in tien jaar tijd acht keer van eigenaar is gewisseld. Van november 1989 tot september 1990 was de Napolitaan Giuseppe T. eigenaar van het bedrijf. Hij woonde op hetzelfde adres in Zeist als de Italiaan Rocco M., de criminele eigenaar van etablissement 3. “Drie jaar geleden nam Giuseppe plotseling heel hard de benen”, zo vertelt de nieuwe bewoner van de flat in Zeist waar beide heren woonden. Hij vluchtte precies op het moment zijn compagnon Rocco M. in Spanje met een coke-transport uit Nederland werd aangehouden. Rocco M. loopt inmiddels weer vrij rond en van Giuseppe T. is niets meer vernomen.