Centrale Bank vereenvoudigt officiële tarieven geldmarkt

AMSTERDAM, 16 DEC. De Nederlandsche Bank heeft zijn officiële tarieven van de geldmarkt gestroomlijnd. Vanaf 1 januari 1994 is alleen nog sprake van de voorschotrente als officieel tarief. Het wisseldisconto verdwijnt, het promessedisconto behoudt alleen nog in fiscaal-juridische zin betekenis.

Met deze vereenvoudiging past De Nederlandsche Bank de archaïsche structuur van zijn rentetarieven aan bij “de situatie zoals die in de markt allang bestaat”, zegt een woordvoerder van centrale bank desgevraagd. Zowel voor binnenlands als buitenlands gebruik is de voorschotrente het enige relevante tarief. Verwarring over de verschillende tarieven, vooral in het buitenland, bij de bekendmaking van aanpassingen van de rente door de centrale bank zal zich in de toekomst niet meer voordoen.

De aanpassing heeft plaats op een moment waarop het gebruik van de geldmarkt (de markt voor zeer kortlopende leningen) een belangrijke verandering ondergaat. Per 1 januari mag het ministerie van financiën niet langer gebruik maken van een rekening bij De Nederlandsche Bank waarop de staat 'rood' mocht staan om tijdelijke kastekorten te dekken. Deze vorm van financiering is in de tweede fase van de economische en monetaire unie, die 1 januari ingaat, verboden. De staat moet derhalve zelf schatkistpapier op de geldmarkt uitgeven om kortlopende tekorten te dekken. De afgelopen maanden heeft de staat voor enkele miljarden aan kortlopend schatkistpapier geplaatst.

Het wisseldisconto ligt een half procentpunt onder de voorschotrente. Bij een grote hoeveelheid schatkistpapier zouden de banken de verschillende oude rentetarieven tegen elkaar kunnen uitspelen. Dit kan leiden tot ongewenste ontwikkelingen op de geldmarkt, waardoor de centrale bank er zijn greep op zou kunnen verliezen. Voor de centrale bank is sturing van de geldmarkt via de rente het belangrijkste instrument voor het monetaire beleid om de gulden op koers te houden.

Het wisseldisconto, dat in 1814 werd ingevoerd, is het oudste Nederlandse geldmarkttarief. Het werd gebruikt bij de verdiscontering (verkoping van een betalingsbelofte met aftrek van de rente) van geldwissels, vorderingen van zakenlieden op een wederpartij. Een kwart eeuw later, in 1839, werd het promessedisconto ingevoerd voor het verdisconteren van promessen, uitgestelde betalingsbeloften. Wegens het hogere risico lag het promessedisconto boven het wisseldisconto. De voorschotrente is in 1889 ingevoerd als tarief waartegen de banken voorschotten mogen opnemen bij de centrale bank. Willen banken meer geld lenen, dan doen ze dat tegen hogere rente op de zogenoemde speciale beleningen die de centrale bank wekelijks uitschrijft.

Hoewel het promessedisconto niet meer door De Nederlandsche Bank zal worden gepubliceerd, blijft het officieel wel bestaan, omdat het is opgenomen in wetgeving op fiscaal en juridisch terrein. Het zal worden vastgesteld op een half procentpunt hoger dan de voorschotrente.

Op het ogenblik bedraagt het wisseldisconto 5 procent, de voorschotrente 5,5 procent en het promessedisconto 6 procent.