CDA en PvdA eens over uitkering aan 'alleenstaande'

DEN HAAG, 16 DEC. Tussen de fracties van CDA en PvdA bestaat over de hoogte van bijstandsuitkeringen nauwelijks een verschil van mening.

Dat werd gisteravond bevestigd in een debat in de Tweede Kamer over de hoofdlijnen van de toekomstige Bijstandswet. De aanpassingen van de bijstandswet die staatssecretaris Wallage (sociale zaken) onlangs namens het kabinet presenteerde, zorgden aanvankelijk voor veel politieke opschudding. De twee regeringsfracties leken met name de gevolgen daarvan voor de uitkeringen van alleenstaanden verschillend te interpreteren.

Daarvan was gisteravond vrijwel geen sprake meer. De 'echte' alleenstaande, iemand die alleen woont en met niemand de kosten kan delen, moet volgens beide fracties een uitkering van 70 procent krijgen, bestaande uit een basisuitkering van 50 procent en een toeslag van 20 procent die de gemeente daarbij legt. Als de gemeente vaststelt dat een uitkeringsgerechtigde een echte alleenstaande is, heeft zij “de plicht om de toeslag uit te betalen”, zei het Kamerlid A. Bijleveld-Schouten (CDA). “Het sociaal minimum moet inderdaad beschermd worden.”

In de visie van de PvdA geldt voor de “feitelijk alleenstaande”, zoals Kamerlid L. Schoots het formuleerde een uitkering van 70 procent, “opgebouwd uit een bodem van 50 procent, waarop de gemeente een toeslag van 20 procent moet geven”. Op die algemene regel zijn uitzonderingen mogelijk, vinden beide fracties: krakers bijvoorbeeld, of schoolverlaters. Het CDA noemde ook mensen met weinig of geen woonkosten.

Voor andere alleenstaanden geldt een basisuitkering van 50 procent, waarop de gemeente, afhankelijk van de individuele omstandigheden een toeslag kan leggen, die aan een maximum van 20 procent is gebonden. Dit laatste geldt ook voor alleenstaande ouders, voor wie de basisuitkering 70 procent wordt. Echtparen in de bijstand houden een uitkering van 100 procent van het minimumloon.

Beide regeringsfracties vinden dat Wallage en de gemeenten hun afspraak om 380 miljoen op de bijstand te bezuinigen, moeten nakomen.