Brits-Iers plan is beste kans op vrede in twintig jaar tijd

LONDEN, 16 DEC. Kerstmis en de sfeer van heiligheid die daarmee gepaard gaat waren gisteren bijna drukkend aanwezig bij de presentatie van het vredesplan van Major en Reynolds. In hun haast om het traditionele kerstbestand van de IRA voor te zijn en zo het initiatief aan zich te houden, waren beide leiders met extra telefonische inspanning toch nog tijdig tot een vergelijk gekomen.

Dat een wenselijke uitkomst, een neerleggen van de wapens door de IRA, gevolgd door een soortgelijk gebaar van de loyalistische paramilitairen, plaats zal hebben, staat geenzins vast. John Hume, de gematigde nationalistische leider van de SDLP, hervat vandaag zijn besprekingen met Sinn Fein-leider Gerry Adams om het oordeel van de militante nationalisten te beïnvloeden. Hun woordvoerder betuigde zich in eerste instantie “teleurgesteld”. Die reactie is zeker deels politiek poseren voor de hardline achterban binnen de IRA. Maar zij verraadt ook werkelijke teleurstelling omdat de definitie van zelfbeschikking in het Major-Reynolds-document Sinn Fein waarschijnlijk niet ver genoeg gaat. Gerry Adams en zijn politieke medestanders geloven niet dat de unionisten een politiek veto mag worden toegekend, waarmee zij hereniging van Noord en Zuid tot één natie kunnen tegenhouden. Het vetorecht van de protestantse meerderheid in Noord-Ierland zou in hun ogen alleen betrekking mogen hebben op de structuur van een dergelijk verenigd Ierland.

De Sinn Fein-leiding staat nu voor een dilemma. Major en Reynolds hebben gewaarschuwd dat hun verklaring het maximale is, omdat beiden in eensgezindheid bereid zijn concessies te doen. Dit is de beste kans op een mogelijke vrede die in twintig jaar op tafel heeft gelegen. In de woorden van James Molineaux, leider van de gematigde Ulster Unionisten: “Een tweede keer terugkomen voor nóg een portie is er niet bij.” Binnen de Sinn Fein-achterban (tien procent van de kiesgerechtigden in Noord-Ierland) is een aanzienlijke stroming van nationalisten, vooral onder de vrouwen, die óók genoeg hebben van het aanhoudend geweld en die zich mogelijk van de partij zullen afkeren, indien zij deze kans op een oplossing niet aangrijpt.

Aan de andere kant zijn er, in de woorden van een Noordierse historicus vanmorgen, de families van de martelaren voor het Republikeinse ideaal zoals “de ouders van Bobby Sands, die zich zullen afvragen of hun zoon dan werkelijk helemáál voor niets is gestorven”. Hun vertegenwoordigers in de IRA zullen door indrukwekkende argumenten van Adams cum suis overtuigd moeten worden alvorens zij bereid zijn de bom terzijde te leggen.

Major en Reynolds kunnen hoop putten uit de gematigde opstelling van de grootste partij in Noord-Ierland, de Ulster Unionists. Die mag een wonder heten, nu het Brits-Ierse document de illusie wegneemt dat inwoners van Ulster zich als de gelijken kunnen beschouwen van Britse onderdanen in willekeurige provincies als Yorkshire of Surrey. Hier wordt expliciet uitgdrukt wat geen van de regeringen ooit specifiek zo heeft geformuleerd: dat het aan de bevolking van Ierland zelf is, ten noorden en ten zuiden van de grens, om elk afzonderlijk te beslissen of zij onderdeel van Groot-Brittannië willen blijven, dan wel zich willen voegen in een verenigd Ierland.

De gematigdheid van Molineaux is gebaseerd op de “keiharde garantie” van de Britse regering dat zij het oordeel van de meerderheid in de provincie zal respecteren. Die meerderheid is vooralsnog loyalistisch en een recente opiniepeiling heeft bovendien uitgewezen dat het overgrote deel van de katholiek-nationalistische bevolking van Noord-Ierland om economische en sociale redenen voor blijvende incorporatie van de provincie in Groot-Brittannië is.