Aftrek hypotheekrente kan behoorlijk omlaag

De verlaging van het huurwaardeforfait van 2,9 procent tot 2,7 procent kan in de Tweede Kamer op voldoende steun rekenen van CDA en VVD. Deze verlaging (volgens de VVD is een verlaging met 0,7 procent 'noodzakelijk') zet de woningmarkt niet op zijn kop. Maar het is een verkeerd signaal, dat geen recht doet aan de huidige situatie.

Het beleid richtte zich de afgelopen jaren terecht op het stimuleren van het eigen woningbezit, want het eigen woningbezit was in Nederland erg laag. Mede door de lage rente is het aantal verstrekte hypotheken dit jaar ongekend hoog. Veel mensen hebben geconcludeerd dat kopen aantrekkelijker is dan huren.

Toch menen CDA en VVD dat het huurwaardeforfait onrechtvaardig snel verhoogd is. De eerste reden voor een verlaging is dat de huren de afgelopen jaren minder fors zijn gestegen. Dit moet genuanceerd worden. Uitgangspunt voor het huurbeleid was de afgelopen jaren dat de huurtrend ten minste 1 procent boven de inflatie zou liggen. In de jaren dat het verhogingspercentage 5,5 procent was, bedroeg het feitelijke verschil met de inflatie ten minste 2,5 procent. De aanpassing verleden jaar tot een gemiddelde verhoging van minimaal 4,75 procent is dus meer een erkenning van het lage inflatiepercentage dan een werkelijke aanpassing van het huurbeleid. Verhuurders hebben de vrijheid om op een percentage van 5,5 procent te blijven zitten, maar maken daar nauwelijks gebruik van, omdat de rek er wel uit is.

Het tweede argument voor de verlaging van het huurwaardeforfait is dat de waarde van woningen de afgelopen jaren snel is gestegen. Zonder meer terecht, maar wie komt die waardestijging nu ten goede? Moet iemand ontzien worden, die een goede beleging heeft gedaan?

Door het genoemde huurbeleid zijn de subsidies aan het verminderen. Bovendien hebben corporaties dusdanige reserves kunnen opbouwen, dat vanaf 1995 subsidieloos kan worden gebouwd, met hier en daar eenmalige subsidies. Door de bruteringsoperatie behoren binnen afzienbare tijd ook de subsidies op bestaande huurwoningen grotendeels tot het verleden. We gaan dus in snel tempo af op een vrijwel subsidieloze huursector, met alleen een Individuele Huursubsidie voor huurders die het echt nodig hebben.

De koopsector is sinds jaar en dag zwaar gesubsidieerd. Bijna iedere woningbezitter heeft een forse hypotheek. De lasten hiervan worden via de hypotheekrenteaftrek gesubsidieerd, voor de meeste mensen voor minimaal 50 procent. De maandelijkse lasten vallen hierdoor lager uit. Daardoor concluderen velen dat kopen voordeliger is dan huren. Een huurwaardeforfait van nog geen 3 procent schrikt dan niet veel mensen af.

In het CDA zijn geluiden te horen, dat de ontwikkelingen in de huursector nopen tot een herziening van de hypotheekrente-aftrek in de koopsector. Een forse beperking van de aftrek zou echter een hele sector op zijn kop zetten en het bevorderen van het eigen woningbezit dwarsbomen. Toch dwingen de ontwikkelingen om erover na te denken. Ook hier zal het pijnlijk zijn om verworven rechten af te nemen. Een aftopping van de bestaande onbeperkte aftrekmogelijkheid is een goed compromis. Boven een bepaald bedrag (bijv. 400.000 gulden) kan wonen heel goed als een luxe beschouwd worden, een luxe die niet gesubsidieerd hoeft te worden.

CDA en VVD komen nu de eigenaar-bewoners tegemoet op een moment dat dat in alle redelijkheid niet nodig is. Het is verstandiger 'de geesten te masseren' voor een pijnlijke herziening van de bestaande gewoonte van hypotheekrenteaftrek.