Verschillende films over rechtsradicalen op festival

AMSTERDAM, 15 DEC. In het kader van de oprichting van FilmFree, een organisatie die zich zal inzetten voor de verdediging van de vrijheid van meningsuiting van cineasten, zal vanavond het International Documentary Filmfestival Amsterdam film in een eenmalige, al uitverkochte, voorstelling Beruf: Neo-nazi worden vertoond. De film, waarin een gedoodverfd kopstuk van de neo-nazi's wordt geportretteerd, bracht in Duitsland grote opschudding teweeg en is inmiddels door een rechtbank in het Duitse Hessen verboden.

Beruf: Neo-nazi is tot nu toe in Nederland nog niet te zien geweest, maar op deze zesde versie van het Documentaire Festival zal hij geen uitzondering zijn: er werden al verschillende films vertoond die door contact met rechtsradicalen pogen een indruk te geven van de vormen die neonazistisch geweld en vreemdelingenhaat aannemen en van de mensen die zich overgeven aan rechtsradicalisme.

Zo werd aan het begin van het festival Amadeu, Amadeu! gepresenteerd, waarin de Nederlandse Karin Junger in een provincieplaats in de voormalige DDR onder andere spreekt met twee jonge, onaangedane daders over de racistische moordpartij waaraan ze deelnamen.

En in Stau - jetzt geht's los volgt Thomas Heise, een filmer uit die voormalige DDR wie het werken tot voor kort onmogelijk werd gemaakt door een Berufsverbot, zes bijna volwassen mannen die zich bewegen in de rechtsradicale subcultuur van Halle-Neustadt. Heise's film biedt meer een serie samenhangende indrukken dan een documentair verhaal, maar zijn stijl is bijzonder. Hij is geen confronterende filmer, hij doet geen moeite om expliciet te getuigen van zijn weerzin. Hij scharrelt achter de jongens aan, laat zien hoe ze drinken en schreeuwen in hun stamkroeg, hoe ze patsen met tatoeages, hoe ze elkaar opfokken en in gedachtenloze rituele gesprekken de vreselijkste dingen zeggen.

Tegenover het groepsgebral plaatst hij de individuen. Hij laat ze uitvoerig aan het woord, soms bij moeder thuis, dan weer buiten op een bankje, en we zien grote bange kinderen die er geen idee van hebben hoe hun toekomst eruit zal zien. Dat ze daarom onberekenbaar en gevaarlijk zijn, laat Heise impliciet. Kleine bescheiden vragen stelt hij, aan bleue blaaskaken.

Tegenspreken doet hij niet, wel zijn verbazing uitspreken: “ik probeer je te begrijpen, maar eerlijk, het lukt me niet.” Wat zo ontstaat, dat wil zeggen niet door een vuist te maken maar aan de hand van een fluwelen handschoen, is een angstwekkend beeld van jongens die zichzelf losers weten en tot het uitsterste zullen gaan om dat beeld af te breken.

Inmiddels heeft de jury van het IDFA bekend gemaakt welke films zij voordraagt voor de Joris Ivens Award van dit jaar. De beslissing was blijkbaar moeilijk, want anders dan gebruikelijk zijn er geen drie nominaties, maar vier: Belovy (The Bjelovs) van Victor Kossakovsky, Jaar één - Alan Reeve na dertig jaar opsluiting van Joost Seelen, Den Teufel am Hintern geküsst van Arpad Bondy en Margit Knapp en Miesjce urodzenia (Birthplace) van Pawel Lozinski.