Uruguay-ronde is langste uit Gatt-geschiedenis

Met een GATT-akkoord wordt de langste en meest omvattende handelsronde uit de geschiedenis, de Uruguay-ronde, met succes afgerond. Deze ronde, die in 1986 in Punta del Este in Uruguay begon, was de achtste op rij sinds in 1947 de wereldhandelsovereenkomst GATT werd opgericht.

De GATT (Algemene Overeenkomst over Tarieven en Handel) ontstond nadat plannen om een Internationale Handelsorganisatie op te richten waren stukgelopen. Het Amerikaanse Congres wenste namelijk niet zijn bevoegdheden op handelspolitiek terrein over te dragen aan een internationale organisatie. Alleen het overleg over afbouw van invoertarieven (GATT) kwam van de grond. Overleg op dit punt was dringend gewenst voor de economische opbouw na 1945, aangezien de invoertarieven door de crisis in de jaren dertig en de oorlog extreem hoog waren, soms oplopend tot 60 procent.

De eerste vier handelsrondes onder auspiciën van de GATT duurden maar enkele maanden: in 1947 in Genève, in 1949 in het Franse Annecy, in 1950-51 in Torquay (Engeland) en in 1956 weer in Genève. Deze besprekingen hadden nog lang niet het moeizame en langdurige karakter van de latere rondes. Er werd dan ook maar één onderwerp besproken en dat was de geleidelijke afbraak van de importtarieven. Bovendien had de GATT in de beginjaren slechts enkele tientallen leden, voornamelijk Westerse landen, die redelijk gelijkgezind waren. De besprekingen wierpen hun vruchten af: de tarieven daalden van gemiddeld 40 naar gemiddeld 10 procent in het begin van de jaren zeventig.

In 1960 begon de Dillon-ronde, die twee jaar zou duren. Deze ronde was genoemd naar de Amerikaanse onderminister van financiën. Hoewel ook hier vooral over tariefsverlagingen werd onderhandeld, stonden voor het eerst liberalisering van de wereldlandbouwmarkt en bevordering van de handel met ontwikkelingslanden op de agenda. Alleen over de tarieven werden harde afspraken gemaakt; het overleg over de landbouw werd uitgesteld en op aandringen van de ontwikkelingslanden werd een speciale bijeenkomst belegd over de Noord-Zuid-handel.

In 1964 ging de Kennedy-ronde van start (met 62 landen) en hier werd, behalve over afbraak van importtarieven, voor het eerst gesproken over anti-dumping-maatregelen. Een afdoende oplossing voor dit probleem werd niet gevonden en tot op de dag van vandaag zorgt het dumpen van goederen op een buitenlandse markt voor veel handelsconflicten. In deze ronde stond opnieuw de bevordering van de handel met “minder ontwikkelde landen” op de agenda. De ronde werd in 1967 afgerond en de deelnemende landen kregen tot 1972 de tijd om de afspraken om te zetten in nationale wetgeving.

In 1973 begon een nieuwe ronde van wereldwijde handelsbesprekingen met 102 landen, die de naam Tokio-ronde meekreeg. Deze ronde zou worden vernoemd naar de Amerikaanse president Nixon, maar toen de besprekingen van start gingen, was Nixons naam al zo bezoedeld door het Watergate-schandaal dat voor een neutralere naam werd gekozen. De ronde werd vernoemd naar de stad waar de openingsvergadering werd gehouden.

Net als de latere Uruguay-ronde was de Tokio-ronde lang en zwaar. Door de oliecrisis en de economische depressie kon het overleg pas twee jaar na aanvang, in 1975, goed van start gaan. Bij deze ronde kwamen voor het eerst op grote schaal non-tarifaire kwesties aan de orde, zoals overheidsbestedingen, subsidies, douanewaarderingscode (regels voor de bepaling van de reële prijs van een importprodukt) en de positie van ontwikkelingslanden (afgesproken werd dat arme landen voortaan een voorkeursbehandeling mogen krijgen). In de Tokio-ronde werd ook een (mislukte) poging gedaan de landbouwsubsidies te verminderen. De Tokio-ronde werd in 1979 met een akkoord afgesloten, maar het duurde tot 1988 voordat alle afspraken waren uitgevoerd.

Al in 1982 werd een poging gedaan nieuwe wereldhandelsbesprekingen te openen. Deze ronde zou vooral gaan over vermindering van de gesubsidieerde landbouw en liberalisering van de diensten, twee onderwerpen waar met name de Verenigde Staten als groot-exporteur van agrarische produkten en diensten voordeel bij hadden. Het tijdstip voor de start van een nieuwe ronde was echter minder gunstig: de Europese economie stagneerde, de werkloosheid was hoog, de schuldencrisis openbaarde zich, kortom, het Europese hoofd stond niet helemaal naar verdere liberalisering van de wereldhandel. De Europeanen gingen pas akkoord met een nieuwe handelsronde toen tal van GATT-studies aantoonden dat ook Europa gebaat was bij een vrijer dienstenverkeer. In 1986 ging de Uruguayronde van start, die in 1990 afgerond had moeten worden. Het werd eind 1993.

In een volgende ronde zullen waarschijnlijk lastige onderwerpen als milieu, arbeidsomstandigheden en mededinging ter tafel komen.