Tegen het basketbal

Het deed me goed, deze zomer na tien uur varen op het eiland Amorgos aan te komen en meteen Griekse muziek te horen uit een taveerne aan het haventje. Vroeger was dat normaal - zowat elke taveerne had Griekse muziek, van de onvolprezen juke-box, later van de band. Of er was een levende musicus in bedrijf. Maar nu vragen toeristen mij: “Wat is er toch gebeurd met die Griekse muziek? We horen haar niet meer.”

Er moet een verschrikkelijk misverstand heersen, want taveernehouders vertellen mij dat ze geen muziek meer draaien omdat de toeristen er geen prijs op stellen. Maar er moet nog een andere reden zijn. Televisie is al een oude instelling, maar vroeger waren er slechts een of twee kanalen. De laatste jaren is er keus uit een hele hoop, en er schijnt altijd wel een voetbal- of basketbalwedstrijd te worden uitgezonden - 'balla' zeggen de Grieken kort en bondig.

Vooral basketbal moet altijd aan, sinds Griekenland daarin kampioen werd (ook alweer lang geleden). En het lijkt wel of er elke avond een belangrijke wedstrijd is waar alles van afhangt, buiten het zomerseizoen.

Laatst was ik op Kea, een ander lievelingseiland, vooral dankzij het blanke hoofdstadje, theatergewijze gelegen bovenop een berg. Van vroegere bezoeken herinnerde ik me heel wat muziekgenot in de eetgelegenheden. Maar vanavond zie ik het meteen: er is een basketbalwedstrijd begonnen tussen de prominentste Griekse clubs, en in elk van de vier taveernes staat hij aan.

Eten moet je toch en ik opteer voor de aardigst ingerichte zaak, vlakbij de toegangspoort. Het toestel staat op volle sterkte, er zitten vijf lokale Grieken wat glazig naar te staren, later komt er ook een taxichauffeur bij met mobiele telefoon, de enige die aanhanger van een van de clubs is. Vlak onder het apparaat zit een timide toeristenechtpaar dat zich onderling verstaanbaar tracht te maken. Van de wedstrijd ziet het niets, maar hoort het des te meer.

Zelf heb ik als student deze sport bedreven; we hielden ons niet te veel aan de regels en ik heb er een scheve neus aan overgehouden. Maar het is geen kijkspul, vind ik. Mét waterpolo lijkt het me de minst televisionaire sport.

Doelpunten (manden, heten ze in het Grieks) zijn alleen spectaculair als ze niet worden gemaakt, tenzij ze van zeer grote afstand tot stand komen. Gedurig draaft een kluwen lange lelijke lijven, in potsierlijke hansoppen gestoken, van de ene kant naar de andere, en steeds weer wordt het spel onderbroken. Het duurt eindeloos. Ik heb mijn eten, en zelfs mijn drinken, allang op en nog is de wedstrijd niet afgelopen.

Maar dan komt er een onverwachte wending. Opeens is er een einduitslag, en het is een gelijkspel, 88-88. Er moet worden verlengd, hetgeen voor basketbal uitzonderlijk is. Na een aantal minuten is de afloop weer onbeslist, 92-92, en nu komt er enorme deining in de taveerne. “Dit komt maar eens in de miljoen keer voor”, roept de eigenaar opgewonden. Zelfs het toeristenechtpaar komt van onder het apparaat te voorschijn om te zien wat er aan de hand is.

Zo werd het toch nog een meeslepende avond. Paniónios, de club waar de taxichauffeur vóór was, won tenslotte. Ik hoopte nog dat er daarna muziek zou komen, maar het nieuws bleef aan, en vervolgens ging de zaak dicht.