Speciale beleningsrente kan lager

AMSTERDAM, 15 DEC. Gisteren liet DNB de speciale beleningsrente onveranderd op 5,8 procent, ondanks het feit dat de koers van de Duitse mark de afgelopen week zakte tot 1,12 gulden. Centraal in het beleid van DNB staat het handhaven van een min of meer stabiele wisselkoers t.o.v. de mark, rond de spilkoers van 1,1267. Afwijkingen als in de afgelopen week worden normaal gesproken gepareerd met een verlaging van het speciale beleningstarief. Morgen heeft DNB de gelegenheid dit alsnog te doen, aangezien dan het tarief wordt aangekondigd voor de volgende belening, ingaande vrijdag.

De vraag rijst waarom DNB niet al gisteren tot actie overging. De belangrijkste reden is waarschijnlijk dat zij voorzichtigheidshalve de Bundesbank-vergadering van morgen wil afwachten, de laatste van het jaar. Dan stelt de Bundesbank traditioneel de geldgroei-doelstelling voor het volgende jaar vast. Wij verwachten dezelfde of een fractioneel krappere norm als dit jaar (4,5 - 6,5 procent). Ook is morgen een Duitse discontoverlaging niet uit te sluiten. De verzwakking van de mark - niet de kracht van de gulden - is oorzaak van het wegzakken van de gulden/mark-koers. Daarom zal DNB uiterst behoedzaam willen blijven opereren en het verschil tussen het Duitse en het Nederlandse beleningstarief (thans 0,2 procentpunt) niet meer dan mondjesmaat willen oprekken. Die voorzichtigheid wordt nog extra gestimuleerd doordat de gulden wellicht tijdelijk wordt ondersteund door een vraag naar onze munt van buitenlandse beleggers, die binnenkort (15 januari) moeten storten op de jongste staatslening.

De koersstijging van de gulden t.o.v. de mark heeft zich vertaald in enige verdere daling van de geldmarkttarieven. De agent van Financiën heeft gebruik gemaakt van de lage rentestand door voor het eerst voor minder dan 5 procent geld aan te trekken via de zogenaamde Dutch Treasury Certificates (DTC's). De resterende looptijd van de geëmitteerde DTC's is 10 maanden. DTC's zijn halverwege november geïntroduceerd ter vervanging van het financieringsarrangement bij DNB. Laatstgenoemd instrument diende ter dekking van tijdelijke kastekorten van het Rijk. Dit arrangement is niet meer toegestaan in de tweede fase van het EMU-proces, die 1 januari aanvangt.

Overigens zat het Rijk maandag met een saldo van ruim 7 miljard gulden nog goed bij kas, zo blijkt uit de weekstaat, ondanks Rijksbetalingen van per saldo 1,2 miljard gulden (o.a. aan het Gemeentefonds). Behalve door de Rijksbetalingen, werd de geldmarkt ook nog enigermate verruimd door de afstorting bij DNB van bankbiljetten. DNB heeft met een forse ophoging van de kasreserve van 3,4 miljard gulden de markt echter krap gehouden. Blijkbaar vond ze dat zelf ook, want ze stelde daar later een omvangrijke belening van 4,9 miljard gulden tegenover. Daardoor konden de banken toch nog een lichte contingents-besparing opbouwen van 0,3 procentpunt (vorige week: 0,0 procentpunt).

Bron: Economisch Bureau ING Bank