Shakespeare wint het altijd

Much Ado About Nothing. Regie: Kenneth Branagh. Met: Kenneth Branagh, Emma Thompson, Denzel Washington, Keanu Reeves, Michael Keaton. Amsterdam, Cinecenter + Movies; Nijmegen, Cinemariënburg; Wageningen, Molenstraattheater; Utrecht, Springhaver.

Hoe gewiekst, hoe integer, hoe hartstochtelijk een cineast ook te werk gaat met welk stuk dan ook, Shakespeare wint altijd: alle inspanning levert altijd toneel op, een toneelstuk vastgelegd op film, nooit een film op zichzelf. De scherp-snel wentelende dialogen, de malicieuze intriges, de ontknopingen, ze zijn ongrijpbaar voor de concrete, directe taal die de filmkunst ook in haar meest etherische momenten blijft spreken. Alleen de Shakespeare-personages, hun constant broeden over de eigen daden, hun twijfels en tollende gedachten en hun ziekelijk manipuleren passen weer onverwacht goed bij de filmkunst. Misschien bestaan er daarom toch betrekkelijk veel Shakespeare-verfilmingen die, dankzij een acteur of dankzij een visie op een karakter, belangrijk zijn. De laatste van die kwaliteit was de visie van Franco Zeffirelli op Hamlet, met Mel Gibson in de titelrol en een onvergetelijke Alan Bates tegenover hem als koning Claudius.

Waar Zeffirelli zich waagde aan een ferme interpretatie, koos de Engelse filmende acteur Kenneth Branagh voor een zo blanco mogelijk vastleggen van Much Ado About Nothing, het Shakespeare-stuk dat hij uitzocht om te verfilmen. Hij reduceerde de bittere komedie over de zwakte, de leugenachtigheid en het opportunisme van verliefde mensen tot dartele uiterlijkheid: een mooi antiek landhuis middenin glooiend Toscane als locatie, mooie, beroemde acteurs voor de hoofdrollen en een mooie sier-aankleding die een denkbeeldig verleden oproept. Het gaat om de kitsch-periode waarin edelvrouwen door zonovergoten wijngaarden fladderen in witte jurken met losse keurtjes. Hun hups gedecolleteerde dienstmaagden dragen meestal een gevulde wasmand op de heup. Mannen gaan gekleed in operette-uniformen die alleen vuil worden wanneer hun karakter slecht is. Ze lachen luid, worden schor in damesgezelschap en zitten altijd zeer wijdbeens. Terwijl deze mannen in slow-motion tussen de pijnbomen komen aangalopperen, springen de freuletjes van bed op bed, op zoek naar frisse gewaadjes. Allemaal nog even in bad - de mannen plonzen met de mannen, de vrouwen spetteren met de vrouwen - en dan: klaar voor de bronst? Af! Much Ado About Nothing van Kenneth Branagh kan beginnen.

Branagh deed geen moeite zijn wil op te leggen aan Much Ado About Nothing. Hij liet het stuk op zijn beloop, nam geen tijd voor subtiliteiten en choreografeerde mise en scène en montage of hij een romantische videoclip vervaardigde. Hij concentreerde zich op het plezier van zijn acteurs en maakte zo een inhoudelijk vliesdunne maar aanstekelijke film. Keanu Reeves zet een geslaagde boosaardige Don John neer en valt juist daardoor uit de toon: zijn inzet stijgt te ver uit boven de taal-bravoure waar al zijn collega's zich op verlaten. Denzel Washington als Don Pedro proeft Shakespeares woorden of er champagne op zijn tong bruist, Branagh zelf (als de woeste Benedick) onderstreept zijn verbaal genot door zijn monologen toe te lichten met grote gebaren en moppige lichaamstaal. Emma Thompson (de spotzieke Beatrice) spreekt elk woord zo precieus en elegant uit of haar tong van gouden elastiek is en Michael Keaton is met zijn verder nergens bij passende, maar geslaagde one man-show voor deze versie van Much Ado About Nothing wat Freek de Jonge onlangs was voor Koning Lear van het Nationaal Toneel. Een flemend symfonieorkest doet de rest.