Roep sporters om controles bij trainingen

PAPENDAL, 15 DEC. De meeste topsprters in Nederland zijn niet op de hoogte van de dopingreglementen. Uit een enquête blijkt dat 70 procent van de 500 ondervraagden de lijst met de verboden middelen niet kent. De uitslag is vandaag bekendgemaakt tijdens een studiedag over doping- en medicijngebruik in de topsport op het nationaal sportcentrum Papendal.

De enquête is gehouden door het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo) in samenwerking met NOC*NSF, ministerie van WVC en het Nederlands Instituut voor Sport Gezondheid (NISG) en richtte zich op beoefenaars uit 48 verschillende sporten. Van de 244 ondervraagde topsporters van zogenoemde dopinggevoelige sporten is zelfs 92 procent niet op de hoogte. Hiertoe behoren atletiek en wielrennen. Van deze sporten (40 atleten, 19 amateurwielrenners) kent 66 procent de lijst wel. In het onderzoek werden twaalf sporten als dopinggevoelig gekenmerkt: naast wielrennen en atletiek ook gewichtheffen, basketbal, worstelen, schieten, zwemmen, boksen, judo, volleybal, schaatsen en kanoën. De leeftijd van de ondervraagden ligt tussen de 19 en 25 jaar. Voetballers behoren niet tot het onderzoek, omdat zij niet bij het NOC*NSF geregistreerd staan. Profsporters evenmin.

Op de vraag of zij doping zouden gebruiken wanneer dit was toegestaan, antwoordt 13,5 procent van alle geënquêteerden bevestigend. Maar dan wel onder medische begeleiding. Groot is het aantal topsporters (85 procent) dat dopingcontroles wil tijdens de trainingsperiode, de zogenaamde 'out of competition' testen. Als belangrijkste reden wordt gegeven dat hiermee kan worden aangetoond dat ze 'clean' zijn. Hiervan geeft 86 procent aan dat ook dopingcontroles tijdens nationale en andere toernooien in Nederland moeten plaatsvinden.

Slechts 46 procent zegt de medicijnen die hij neemt te controleren op verboden stoffen. Terwijl 64 procent aangeeft aanvullende middelen te gebruiken zoals ijzerpreparaten, aminozuren en eiwitpreparaten. Sporters uit de dopinggevoelige categorie gebruiken dat vaker: 77 procent.

In totaal werd alle 1246 Nederlandse topsporters die bij NOC*NSF staan ingeschreven een enquêteformulier toegestuurd. Van hen stuurden 509 ondervraagden - anoniem - het formulier ingevuld retour. Niettemin beschouwen de onderzoekers de uitslag daardoor als representatief. De enquête is gehouden om na te gaan of er behoefte aan voorlichting is op het gebied van doping. Gebleken is dat 75 procent van de ondervraagden dat nodig vindt. Ze zeggen een officieel aanspreekpunt te willen: 85 procent van de totale groep, 92 procent van de sporters uit de dopinggevoelige categorie. Slechts 66 procent geeft echter te kennen nooit van het NeCeDo gehoord te hebben.

De ondervraagde topsporters achten de dopingcontroles noodzakelijk omdat ze tijdens internationale wedstrijden door concurrenten niet serieus worden genomen. Dat zou dan komen omdat Nederland geen eigen dopingbeleid kent en weinig of geen dopingcontroles uitvoert. Het doet volgens hen afbreuk aan de prestatie die zij hebben geleverd. Voor de topsporters is dit volgens het NeCeDo een zwaarwegend argument om voor strengere dopingcontroles te pleiten en om als land een duidelijk dopingbeleid voor te staan. Van de ondervraagden is elf procent van mening dat je een dopingcontrole mag weigeren, terwijl daarop eenzelfde straf staat als op een positieve uitslag van de controle.