Roadblocks langs de Mergellandroute

Landmachtpersoneel dat de luchtmobiele brigade gaat ondersteunen in Bosnië oefende deze week in de Limburgse heuvels met wegversperringen, hinderlagen en agressieve nep-Kroaten.

WITTEM, 15 DEC. “Wa's dan gjadver hier loos?”, vraagt de man hoogst verbaasd. Met de wenkbrauwen hoog opgetrokken en de mond wijd open, staart hij naar het groepje ongeschoren jongens in vuile spijkerbroeken, dat op een enorme lap asfalt voor het Posthotel in het Zuidlimburgse Wittem met mitrailleurs en een raketwerper militaire vrachtwagens aanhoudt.

Er klinken schoten en harde knallen, blauwhelmen in kogelvrije vesten moeten op de grond gaan liggen met een loop in hun nek. Er wordt gerukt aan portieren, er worden schijnexecuties gehouden, cabines worden leeggeroofd. Na een minuut of vijf slaan krijgt iedereen zijn bezittingen terug en ook het wapen dat was afgenomen (“Wie had 35765”) en slalommen de grote legertrucks langzaam langs de omvangrijke prikkeldraadversperringen.

Elk kwartier, bij elke nieuwe colonne, herhaalt deze voorstelling zich voor het Posthotel, waar in een rokerig achterzaaltje kolonel F.G. van den Hooft - stram gezeten achter een bordje met zijn naam - uitlegt dat bij dit aggressive roadblock de stressbestendigheid wordt getest van het personeel dat in Bosnië de manschappen van de luchtmobiele brigade gaat ondersteunen.

Op 10 januari vertrekt een eerste groep 'logistiekers', om kwartier te maken in een oude fabriek in Lukavac, nabij de moslim enclave Tuzla. Afhankelijk van de aanvoer van het benodigde materieel volgt de rest van de in totaal 400 manschappen, onder wie 180 dienstplichtigen, in februari.

Het support command levert het elfde bataljon infanterie (beter bekend als de luchtmobiele brigade), dat naar verwachting vanaf maart in de enclaves Srebrenica en Zepa de strijdende partijen uit elkaar moet houden, alle ondersteuning die nodig is. Er gaan onderhoudsmonteurs mee, genisten, een veldhospitaal en een operatiekamer. Er zal worden gezorgd voor geld, water, brandstof, voedsel en elektriciteit.

Voor dit alles zullen veel kilometers moeten worden overbrugd: van Lukavac naar de 'luchtmobielers' en naar de havenstad Split, waar de goederen zullen worden aangeland. Die laatste tocht is 475 kilometer lang en voert over smalle, bochtige bergweggetjes met soms om de twee kilometer een roadblock.

Om met name deze tocht te oefenen volgde een hele reeks militaire colonnes gisteren de Mergellandroute in Limburg, met onderweg tal van obstakels. Er zijn hele stukken met piepkleine weggetjes bij, om de stuurkunst van de chauffeurs aan te scherpen.

De colonnes sukkelen met een gangetje van 40 kilometer per uur langs de vele hotelletjes die de toeristische Mergellandroute rijk is. Het 'ongeluk' bij Heijenradt bestaat uit twee gekantelde witte VN-rupsvoertuigen. Het medisch personeel (achter elke colonne rijdt een ambulance) wordt hier geoefend in het behandelen en afvoeren van gewonden. Bij Epen blokkeren twee rupsvoertuigen van Russische makelijk - afkomstig uit de voormalige DDR - de weg. Vanuit de bossen klinken schoten, 'Serviërs' lopen alle wagens langs en vragen op barse toon wat er in verschillende dozen zit. Verbaasde Duitse toeristen stoppen angstvallig, maar worden ruimhartig doorgezwaaid.

De behandeling is tot dan toe relatief vriendelijk geweest. Pas bij Wittem wordt het de VN'ers echt lastig gemaakt. “Bij de meeste roadblocks mag je zonder meer door, maar er zijn er ook waar ze stomdronken in de lucht of op je voorruiten schieten en uit zijn op alles van waarde dat makkelijk te pikken is, zoals camera's, drank of sigaretten”, zegt majoor C. de Snoo, de commandant van het aggressive roadblock. Hij is de architect van de harde behandeling die de VN'ers hier ten deel valt. Met oud-Bosniëgangers heeft hij lange gesprekken gevoerd om te weten te komen hoe ongedisciplineerde Kroaten of Serviërs zich gedragen. “Zo erg als wij het nou doen voorkomen is het bijna nooit. Maar de manschappen moeten er wel op voorbereid zijn.”

De Snoo is best trots op zijn jongens, die zich zo goed in hun rollenspel van ongecontroleerde militia hebben ingeleefd. “Sommigen hebben zelfs de hand weten te leggen op Kroatische speldjes.”

Iets minder vrolijk zijn de blauwhelmen in de vrachtwagens. De instructie is in de auto of vrachtwagen te blijven zitten totdat de commandant van het konvooi het anders beveelt. Sommigen houden zich zo strikt aan de voorschriften dat ze al “tien keer dood waren geweest”, zoals een 'militiaman' moppert.

“Dit is ook eigenlijk niet meer dan een tentamen”, zegt een van hen nerveus. “Straks, over een paar weken. Dan volgt het eindexamen.”