Op een brug

“Een man stond op een spoorbrug in noordelijk Alabama en keek naar het snel stromende water, zes meter onder hem. Hij had zijn handen op zijn rug, zijn polsen waren met een koord samengebonden. Om zijn hals hing een touw...”

Zo begint Een voorval bij Owl Creek Bridge, een kleine vertelling van Ambrose Bierce. Bierce leefde van 1842 tot vermoedelijk 1914. Hij beschrijft een executie tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog.

Het touw breekt, de gehangene komt in het riviertje terecht. Hij wurmt zijn handen los en ontdoet zich van de strop. Hij wordt bestookt met geweervuur. Er wordt zelfs een kanon op hem afgeschoten. Aan al deze gevaren ontkomen, klautert de man aan land. Hij zwerft door een vreemd en vermoeiend landschap. Bij het ochtendgloren komt hij thuis. Zijn vrouw stapt van de veranda. Met uitgestoken armen springt hij naar voren.

In de slotalinea is de man dood. “Zijn lichaam zwaaide zachtjes van links naar rechts onder de balken van de brug.” Heel het voorval voltrekt zich in die ene seconde, het laatste ogenblik.

Natuurlijk, dit is maar een papieren oplossing en papieren oplossingen kunnen hinderlijk eenvoudig zijn. Toch gaat van deze vertelling een blijvende bekoring uit. Alsof het leven in laatste instantie een verhaal is. En natuurlijk, als schrijver zou je niets liever willen.