Nederland neemt voortouw in steun aan Hermitage

AMSTERDAM, 15 DEC. Nederland is met het bedrag van 2,3 miljoen dat WVC beschikbaar stelt voor het museum de Hermitage in Sint Petersburg, het eerste land dat een bijdrage levert aan een door de UNESCO ontwikkeld 'masterplan' voor conservering en ontwikkeling van de Hermitage.

Bij de opening van de tentoonstelling Het Rijk der Scythen (waar vele kostbare bruiklenen uit de Hermitage te zien zijn) in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, maakten vertegenwoordigers van WVC, UNESCO en de Hermitage gisteren dit samenwerkingsverband bekend.

De Hermitage is door de recente veranderingen in Rusland steeds verder in de problemen geraakt. De gebouwen waarin het wereldberoemde museum is gehuisvest, hebben dringend een opknapbeurt nodig en de toestand in de depots is zorgwekkend. Daarnaast is er sprake van een grote technologische achterstand op het gebied van beveiliging, presentatie en belichting. Verbetering daarvan zou het museum toeristisch aantrekkelijker kunnen maken, terwijl uitbreiding van de merchandising welkome extra inkomsten op zou leveren.

Ook kampt het museum met ruimtegebrek en ontbeert het een database: 'computerisering' is, aldus WVC woordvoerders, gewenst. Het door de UNESCO opgestelde masterplan gaat ervan uit dat de aanpak van deze problemen (bij)scholing van staf en medewerkers noodzakelijk maakt. Hoewel met het door WVC toegezegde bedrag slechts een klein deel van het plan gerealiseerd kan worden - de totale onkosten worden op 200 miljoen dollar begroot - toonde Hermitage-directeur M. Piotrovsky zich zeer ingenomen met de Nederlandse bijdrage.

Hij verwees naar de historische banden tussen Nederland en Sint Petersburg (“Dat is geen Duitse, maar een Nederlandse naam”) en beloofde dat zijn museum na restauratie mooier zou zijn dan het Parijse Louvre. Piotrovsky hoopt binnenkort drie à vier miljoen dollar te ontvangen van andere instellingen waarmee de UNESCO in onderhandeling is.

Als voorbeeld noemde hij een Amerikaans bedrijf in beveiligingssystemen dat materiaal en expertise ter beschikking zou willen stellen. Ook het geld van WVC zal overigens voor specifieke doeleinden gebruikt worden: Nederlandse deskundigen worden onder meer ingezet bij de aanpak van de funderings- en grondwaterproblemen van het museum.

Volgens H. Lopes, adjunct-directeur-generaal van de UNESCO, moet de bijdrage van zijn organisatie vooral gezocht worden op het terrein van fondsverwerving. “We beschikken over een netwerk van contacten dat daarvoor zeer bruikbaar is.” De omvang van het bedrag dat de UNESCO zelf aan het project bijdraagt omschrijft hij als “the size of a peanut”. De UNESCO maakt zich niettemin verdienstelijk met het opstellen van een doelgericht actieplan en het coördineren van de steun.

J. Riezenkamp, directeur-generaal voor culturele zaken van WVC, toonde zich zeer ingenomen met de UNESCO-participatie. “De Nederlandse bijdrage maakt nu deel uit van een multilateraal project. Door deelname aan het UNESCO-masterplan omzeilen wij bureaucratishe moeilijkheden en zullen wij geen tijd en energie hoeven ter verspillen aan het tot stand brengen van bilaterale contacten.”

Riezenkamp legde uit hoe de aanzet voor steunverlening was gegeven door een bezoek van een groepje parlementariërs aan Sint Petersburg. “Die hebben er later in de Tweede Kamer op aangedrongen de Hermitage financieel te steunen.” Het zogenaamde PSO-programma, een fonds dat de regering gereserveerd heeft voor samenwerking met Midden- en Oost-Europa, werd aangesproken en stelde 2,3 miljoen gulden beschikbaar. Riezenkamp vreest echter dat de steun op cultureel gebied niet verder gecontinueerd zal worden. “Andere zaken gaan voor. De aanleg van wegen, tunnels en bruggen staan hoger op de ranglijst dan cultuur. Wij zijn tenslotte Frankrijk niet.” Hij kan zich goed voorstellen dat er in eerste instantie aan “brood op de plank” wordt gedacht, maar betoogt dat het belang van cultuur beslist niet onderschat mag worden. “Dat heb ik in gesprekken met verschillende mensen in Oost-Europa wel gemerkt. Kunst speelt er een grote rol. En als er op cultureel gebied gaten dreigen te vallen is het belangrijk bij te springen.”