Ministeries ruziën over opbrengst gebouwenverkoop

Het ministerie van WVC verkocht acht opslagcomplexen voor noodvoorraden die door het einde van de Koude Oorlog overbodig waren geworden. Naar het zich laat aanzien voor een veel te laag bedrag. Financiën en WVC twisten over de vraag of WVC die complexen wel had mogen verkopen.

DEN HAAG, 15 DEC. Er was wel degelijk een afspraak over de verkoop van de zogeheten MIBO-complexen (Materialen In Bijzondere Omstandigheden) tussen minister d'Ancona (WVC) en haar partijgenoot en minister van financiën Kok, houdt een woordvoerder van het ministerie van WVC hardnekkig vol. Aan die vorig jaar gemaakte mondelinge afspraak heeft de minister nog eens herinnerd in een brief die ze onlangs, in oktober, naar staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) stuurde. In die brief wordt niet gerefereerd aan die afspraak, zegt een woordvoerder van Financiën, want zo'n afspraak is nooit gemaakt. Beide ministeries weigeren de brief die helderheid kan verschaffen vrij te geven.

Door het hele land verspreid staan 23 MIBO-complexen, ingericht in de jaren vijftig met spullen van het Rode Kruis en ander materiaal voor hulpverlening in tijden van nood. Bij het einde van de Koude Oorlog werden ze overbodig. Vijf ervan gebruikt WVC voor opslag van museumbezit, één dient voor het opbergen van rijksarchieven. Van de resterende achttien verkocht WVC er begin dit jaar op eigen gelegenheid acht, en dat initiatief vormt nu de kern van een conflict met het ministerie van financiën.

De complexen die WVC verkocht werden snel doorverkocht voor fors hogere prijzen. Op basis van de Comptabiliteitswet had de Dienst der Domeinen van het ministerie van financiën deze verkoop moeten regelen. Het bedrag van 2,7 miljoen gulden dat WVC ontving voor de verkoop van de acht MIBO-complexen en volgens de regels afdroeg aan Financiën, wordt nu door dat laatste ministerie als veel te laag beschouwd. Financiën claimt daarom vijf miljoen gulden bij WVC. Op de vraag of de MIBO-complexen te laag zijn getaxeerd, antwoordde Van Amelsvoort onlangs in de Tweede Kamer: “Ik vermoed dat dit het geval is, gezien de bedragen die zijn gerealiseerd bij doorverkoop.”

Aan de hand van de beschikbare papieren en de visie van een collega-makelaar ter plaatse taxeerde J.D. de Vries van Noordland Makelaardij in Drachten voor WVC het MIBO-complex Numansdorp eind vorig jaar op 275.000 gulden. Inmiddels zijn die twee loodsen en een lap grond driemaal verkocht, de laatste maal voor 750.000 gulden. In Beringen deed een complex met dezelfde taxatiewaarde 590.000 gulden, en het complex in Vreeswijk bracht inmiddels anderhalf miljoen gulden op terwijl de taxatiewaarde 1,1 miljoen bedroeg. “Het was een routineklus”, kijkt De Vries terug op die taxatie van een groot aantal van deze complexen. “Alle objecten zijn in- en uitwendig bekeken. Ik heb bij mijn volle verstand, naar eer en geweten gehandeld. Maar dat wil niet zeggen dat je geen fouten maakt.” Acht complexen werden op basis van zijn taxatie voor 2,7 miljoen gulden verkocht aan Rimag Beheer in Leeuwarden. Zeven ervan brachten samen inmiddels 4.736.000 gulden op. Het achtste staat in Simpelveld en vond nog geen koper.

“Taxeren is een rotwerk”, zegt makelaar De Vries vanachter zijn bureau. Hij legt uit wat er allemaal kan misgaan. Een probleem bij deze MIBO-complexen vond hij dat het vooral ging om panden die op plekken lagen waarvan hijzelf nog nooit had gehoord. “Je vroeg je af hoe daarvoor ooit een koper moest worden gevonden.” De taxatie-opdracht kreeg De Vries van de bemiddelaar van WVC, A.G. Smallenbroek, die hij kende uit de tijd dat deze burgemeester was van Smallingerland, de gemeente waarvan Drachten deel uitmaakt. Later werd hem nog gevraagd of hij een koper wist. “Ik heb wat namen genoemd, maar ik heb niks verkocht, al is dat hier en daar in de media gesuggereerd.”

Met nadruk stelt De Vries vast dat Smallenbroek de door hem aangebrachte koper niet kende. De geruchten over onfatsoenlijke afspraken tussen ambtenaren van WVC, hijzelf en koper J. Riedstra van Rimag Beheer zijn niet aan hem voorbijgegaan. Dat kon ook niet anders: op basis van die geruchten voert de rijksrecherche op dit moment een oriënterend vooronderzoek uit, en de accountantsdienst van WVC sloot enkele maanden geleden een intern onderzoek af naar deze zaak. “Bevredigend” noemde minister d'Ancona vorige week tegenover de Tweede Kamer de uitkomst van dat onderzoek. Er volgt nog een tweede onderzoek op haar ministerie door een extern accountantkantoor.

Aan de noordzijde van het Hollands Diep ligt Jachtwerf Numansdorp Holland. Wat meer landinwaarts bevinden zich twee grauwe doch solide loodsen waar in bedreigender tijden de materialen werden opgeslagen van de Bescherming Bevolking (BB). De Zwitserse eigenaar van de werf liet al jaren geleden een begerige blik vallen op het MIBO-complex dat ruim 76 are beslaat. Hij zat te springen om ruimte voor de opslag van zijn boten. Eind vorig jaar werd hij getipt dat het perceel van de hand zou worden gedaan. Maar een telefoontje met WVC leverde niks op, de boel was net verkocht. In februari van dit jaar kreeg hij de gelegenheid de nieuwe eigenaar een bod te doen. De Zwitser liet zelf het complex taxeren, bleef met zijn bod wat onder dat bedrag en verwierf voor 750.000 gulden deze MIBO-opslagplaats. Voor 350.000 gulden deed hij onmiddellijk een van de loodsen van de hand aan een bevriende zeilmakerij. Tevreden kijkt hij op de transactie terug.

Hij is niet de enige die zich tevreden toont. Directeur Riedstra van Rimag Beheer zegt dat hij leuk heeft verdiend aan de totale transactie. “Daar is toch niets mis mee?” Over bedragen wil hij niet praten. Hij zegt dat het geluk met hem was bij het perceel in Vreeswijk. “Juist nadat ik had gekocht, werd de bestemming op de grond verbreed. Daardoor steeg de waarde behoorlijk.” Riedstra's eerste bod op de acht complexen, werd naar zijn zeggen door WVC als te laag terzijde geschoven. Dat de transactie daarna doorging, kwam mede door de 'correcte' opstelling van WVC-adviseur Smallenbroek bij de onderhandelingen over een 'schone grondverklaring'. “Hier en daar was de grond een beetje vuil en dat wordt nu door het rijk geschoond”, aldus Riedstra. Smallenbroek noemt die toezegging een vanzelfsprekende zaak.

Het argument van het ministerie van financiën dat WVC niet gerechtigd was de MIBO-percelen zelf te verkopen, verraste Smallenbroek. “Zeker driemaal heb ik er op het ministerie op gewezen dat de Dienst der Domeinen verantwoordelijk is voor zo'n verkoop. Het antwoord luidde telkens dat er een afspraak bestond met Financiën.”

Ook d'Ancona duidde op deze afspraak toen zij onlangs in de Tweede Kamer liet weten dat zij en Kok hadden besloten “niet bureaucratisch, maar snel te werk te moeten gaan”. Dit voorjaar werd die situatie teruggedraaid; de verdere verkoop van MIBO-complexen werd in handen gegeven van de Dienst der Domeinen. De reden voor die verandering is niet duidelijk. “Waarom zou je je poot stijf houden en moeilijk doen”, luidt het antwoord van een voorlichter van WVC.