Lafheid en schuldbesef in een modderige quasi-kunstfilm; Spaanse koeien en toverbijlen

Vacas. Regie: Julio Medem. Met: Ana Torrent, Emma Suárez, Carmelo Gómez, Manuel Blasco. In: Amsterdam, Desmet; Eindhoven, Plaza Futura; Nijmegen, Cinemariënburg; Arnhem, Filmhuis.

De bijzondere, trefzekere, allegorische kwaliteiten, die verschillende critici (van The New York Times tot Skrien) toedichten aan Vacas, het debuut uit 1991 van de Spaanse regisseur Julio Medem, heb ik niet zo goed kunnen ontdekken. Het zou wel eens kunnen liggen aan mijn overgevoeligheid voor de Spaanse opvattingen over filmgeluid. Het eerste kwartier had ik zo'n last van de houterige nasynchronisatie van de dialogen en het effectgeluid, alsof de hoorspelkern de macht had gegrepen, dat ik nauwelijks meer aan kijken of luisteren toe kwam. Het went wel, maar aan de andere kant heb ik me er bij andere Spaanse of Italiaanse films nooit in dezelfde mate aan geërgerd.

Medem vertelt een behoorlijk ingewikkeld verhaal dat zich over drie generaties en zestig jaar uitstrekt, van de carlistische oorlog van 1875 (de tweede, zegt Medem; de derde, zegt Winkler Prins) tot de Burgeroorlog van 1936, maar steeds in dezelfde, onnatuurlijk groene Baskische vallei, die zich volgens de eindcredits in Navarra bevindt.

Twee rode baretten strijden in de loopgraven voor hun regionale rechten en tegen de vooruitgang. Volgens de titel van het eerste hoofdstuk is de één een lafaard, omdat hij weigert te schieten als de vijand attaqueert. De ander komt hem te hulp en sneuvelt. De overlevende besmeurt zich met het bloed van zijn stervende kameraad, houdt zich voor lijk en weet te ontsnappen van de bodem van een kar vol kadavers. Een lodderige koe neemt dit laatste tafereel waar, zodat de oorlogsinvalide dertig jaar later nog steeds alleen maar koeien schildert.

Hoewel men zich af kan vragen of deze gang van zaken wel werkelijk op lafheid duidt, blijkt dit stigma erfelijk belastend. Ook de volgende generaties, die elkaar bestrijden in de sport van het hout hakken (deze zogenaamde aizkolari staan op een stammetje en hakken tussen hun benen) en het verwekken van bastaards bij de buren, worden geteisterd door schuldbesef en nieuw anti-revolutionair elan. De koeien blijven universele stille getuigen.

Medem strooit kwistig met magische elementen uit de folklore. Zo is er een helleput in het bos, veroorzaakt door het wegwerpen van een toverbijl en een dodelijk ronddraaiende vogelverschrikker met zeis. In de laatste episode keert een van de bastaards terug uit Amerika om de Burgeroorlog als fotograaf te verslaan. Ook hij tracht voor het vuurpeloton, heel laf, het vege lijf te redden.

Vacas is een beetje Heimat, een heel klein beetje magisch-realisme à la Erice en Saura (vooral door de aanwezigheid van de inmiddels volwassen actrice Ana Torrent, lang niet meer zo mysterieus als in El espiritu de la colmena en Cria cuervos...) en een pietsje de Buñuel van Un chien andalou vanwege de close-ups van het koeieoog. Het is vooral een tamelijk aanstellerige, modderige quasi-kunstfilm die zich leent tot overschatting door mensen met meer oog voor symboliek dan voor een dubieuze ideologie.