KAREL JONCKHEERE 1906-1993; Liefde voor het woord

Karel Jonckheere, de Vlaamse dichter en literator die maandagavond op 87-jarige leeftijd is gestorven, ontleende zijn faam in Nederland vooral aan zijn voorzitterschap van het speelse tv-forum Hou je aan je woord dat in het begin van de jaren zestig maandelijks werd uitgezonden door de AVRO. Ook gold hij voor veel Nederlandse schrijvers als de promotor van hun werk in Vlaanderen. Zijn eigen poëzie en proza waren hier veel minder bekend.

In de vooroorlogse jaren werkte Jonckheere als leraar; later werd hij staatsinspecteur van de openbare bibliotheken. Als letterkundig adviseur bij het ministerie voor cultuur, sinds 1954, beijverde hij zich onder meer voor de vertaling van Vlaamse literatuur in het buitenland. Liever had Jonckheere zich met al zijn diplomatieke gaven ingezet voor de internationale promotie van het gehele Nederlandse taalgebied, maar die ambitie stuitte destijds af op een gebrek aan ambtelijke interesse in Den Haag. Wel werden zijn inspanningen in 1960 ook van Nederlandse zijde erkend, toen hij werd benoemd tot officier in de orde van Oranje Nassau.

Als dichter werd Jonckheere aanvankelijk op één lijn gesteld met Nederlanders als Weremeus Buning en Greshoff. Nadien maakte de verhevenheid in zijn poëzie plaats voor een alledaagsere toon: “Wat heb ik meer van doen om mens te zijn / dan een zacht wijf om bij te slapen / een kind dat bijna weet wat een piano is / een pauw die pralend uit mijn hand komt eten / en soms een reis die vrienden voor mij vinden...” Hij publiceerde daarnaast tientallen essays, reisverslagen en bloemlezingen, en ontving twee keer de Belgische staatsprijs voor de poëzie.

In de populaire tv-rubriek Hou je aan je woord was Karel Jonckheere de beminnelijke causeur die een intens genoegen kon beleven aan het opdiepen van woorden die ten noorden van de grote rivieren allang vergeten waren (zoals het woord wepel dat, naar hij met glimmende oogjes onthulde, leeg en onvruchtbaar betekende). Bedachtzaam deelde hij aan forumleden als Godfried Bomans, Hella Haasse en Victor van Vriesland zijn limerick-opdrachten uit: “Godfried, wat hebt u te zeggen over: er was eens een vrouw in Archangel...?” Het programma diende, zei hij, om de gemiddelde kijker op een amusante wijze met literatuur en taal in contact te brengen: “Want eigenlijk moest het lezen van gedichten net zo gewoon zijn als het kijken naar de tv.”