Gatt-man Balladur heeft de meesterproef afgelegd

PARIJS, 15 DEC. Het was een onderonsje dat alles samenvatte, gisteravond op de Franse commerciele tv. De audiovisuele stripheld Gatt-man Edouard Balladur in zijn vliegende kruiwagen afgemeerd bij het bordes van het Witte Huis, de laatste probleempjes wegwuivend met playboy-konijn Bill Clinton. “Let's do a deal”. “Mais bien sûr, sans la culture”.

Iedereen tevreden, dat is de overweldigende indruk die de regering-Balladur in binnen- en buitenland wil wekken. En niet onbegrijpelijk, voor wie zich herinnert hoe Frankrijk begin september nog als roepende in de GATT-woestijn aandacht vroeg voor de belangen van zijn boeren en filmmakers.

De boeren zijn nog steeds niet tevreden. Gisteren deed de radicale vleugel van het groene front, de Coordination Rurale een laatste poging de publieke opinie en de volksvertegenwoordigers, die vanmiddag hun ja-woord mochten geven, ervan te overtuigen dat de Franse landbouw uitverkocht is in Genève.

Premier Balladur heeft zijn politieke handwerk met overtuiging en precisie uitgevoerd. Toen hij negen maanden geleden het roer van de socialisten overnam lag een schier onspeelbaar spel op zijn bureau. De vertrekkende regering had zich verbaal geschaard achter het boerenprotest, maar er in Brussel, en via Brussel in Washington, niet veel van gemaakt. Bovendien hadden Balladurs eigen Gaullisten tijdens de verkiezingscampagne de onaanvaardbaarheid van het akkoord van Blair House uitgeschreeuwd. Frankrijk zou niet zwichten voor de Amerikaanse hegemonisten.

Hoe kon Balladur die hoge boom weer uit? Zijn politieke baas, RPR-voorzitter Jacques Chirac, liet geen kans onbenut om La France Profonde gerust te stellen. Hoewel Chirac graag een moderne indruk maakt, wil hij nog liever de boeren en het gevoel voor het landelijke, klassiek genormeerde Frankrijk koesteren. Geen kans dus voor enige Franse regering steunend op de RPR om zich te excuseren voor een wereldhandelsakkoord dat het groene land een haar zou krenken. Een machteloos veto leek het enige perspectief.

Het kostte een paar maanden voor Balladur alle neuzen binnen zijn ploeg in de zelfde richting had gezet. Daarbij was van het begin duidelijk dat het zonder kleerscheuren wegkomen uit de GATT-val zijn meesterproef zou worden: wist hij voor Frankrijk iets te bereiken met behoud van een internationale status als toekomstgerichte, vooraanstaande Europese natie, dan was Balladur een geduchte mededinger naar de in 1995 vrijkomende post van president. Zou hij in binnen- of buitenland averij oplopen, dan was hij slechts de tijdelijke zetbaas van 'de natuurlijke kandidaat' van de Gaullisten, zoals Chirac zichzelf graag ziet.

Een extra lastig gegeven voor Balladur in dit mijnenveld: zijn minister van buitenlandse zaken, Alain Juppé, is tevens secretaris-generaal van de RPR en kroonprins van Chirac. Deze subtiele rolverdeling zou tot pijnlijke fricties hebben kunnen leiden tussen Balladur en le chef de la diplomatie française.

In werkelijkheid heeft Balladur optimaal geprofiteerd van de terriër-kwaliteiten van Juppé. Terwijl Balladur het binnenlandse front afdekte, volstrekt op één lijn met Mitterrand bleef en af en toe staatsmanlijk telefoneerde met Clinton, liet Juppé geen kans voorbijgaan om te roepen dat het werk van Brussel nergens naar leek en dat er geen meter Franse landbouwgrond extra braak gelegd zou worden. Allemaal goed voor de achterban èn om de verbaasde elf Europese partenaires te laten voelen dat het menens was in Parijs.

Europese eenheid of uit elkaar gespeeld worden, dat was de keus. Terwijl de Fransen consequent spraken over Europa als zij in de eerste plaats Frankrijk bedoelden, leek het wel of de na 'Maastricht' nog wat duizelige Unie de irritatie jegens Parijs overwon, eieren voor haar geld koos en er aanzienlijk sterker uit te voorschijn kwam.

Maanden lang leek het of Parijs de exception culturelle, de eis dat film en tv buiten de GATT zouden vallen, als een Operatie Wisselgeld had opgetuigd. Naarmate de weken verstreken oogstten de Fransen daar toch her en der wat begrip voor. Opnieuw: de andere Elf waren er niet over begonnen, maar “we hoeven toch niet alle Europese produkties te laten wegspoelen door de seriemooordenaars uit Hollywood”.

Toen het eenmaal vijf voor twaalf was geworden, bleek de Franse diplomatie te hebben gewerkt. Steeds was vol ontzag verwezen naar kanselier Kohl, met wie zulke belangrijke initiatieven zijn ontplooid, wiens landbouw op Frans-Duits voorstel zo eminent is bedacht. Bonn liet Frankrijk toen het er op aan kwam niet vallen. Kantor heeft het geweten. Nu nog kijken of de laatste Franse eisen (geld voor de Franse boeren en een soort Europese terreurbrigade tegen Amerikaanse handelspiraterij) ook nog door de vermoeide Duitse strot kunnen worden gepraat.