Een 'rustig klimaat' voor Romeinse bende

De Italiaanse justitie onderzoekt de activiteiten van de Romeinse misdaad-organisatie, de 'Banda della Magliana', in Nederland. Het was een moord die de Italiaanse autoriteiten op het spoor bracht van een 'Holland-connectie'.

AMSTERDAM / ROME, 15 DEC. Op de vroege ochtend van 30 april 1990 werd een onbekend lijk in de bossen bij Doorn gevonden. De man was vermoord met kogels die waren afgevuurd uit een Italiaans Beretta-pistool. Maandenlang probeerde een speciaal team van de Utrechtse politie de identiteit van het lijk te achterhalen. Uiteindelijk bleek het te gaan om een 35-jarige, in Rome woonachtige Turk, Mahmut Ercan Inangiray. Zijn Italiaanse vrouw had hem als vermist opgegeven bij de politie.

De dode was een bekende van de Romeinse politie: een Turkse drugs- en wapenhandelaar die in februari 1990, met een partner, in het Amsterdamse Holiday Inn-hotel een drugsdeal met de gebroeders Rocco en Pasquale M. had opgezet. Pasquale M. woont in Rome, waar hij zich bezighoudt met drugshandel, afpersing en clandestiene lotto. Zijn broer Rocco woonde op dat moment al jaren in Nederland, waar hij stond ingeschreven op een adres in Zeist. Uit gegevens van de Utrechtse Kamer van Koophandel blijkt dat Rocco M. van 1986 tot begin 1992 eigenaar was van een pizzeria in Zeist en vervolgens van een in Veenendaal. In Italië heeft hij gevangenisstraffen uitgezeten voor diefstal en illegaal wapenbezit. Door de Italiaanse politie wordt hij gezocht voor onder andere afpersing en verkrachting.

In het rapport van de ItaIiaanse politie wordt de Zeister pizzeria-eigenaar Rocco M. beschreven als de 'loopjongen' van Tomaso A. - een in heel Europa gezochte crimineel, die sinds 1973 in Nederland verblijft en hier ettelijke pizzeria's heeft opgezet. De jonge Rocco M. zou altijd in de schaduw van deze gevluchte Romeinse pizza-ondernemer te vinden zijn. De onderhandelingen die Rocco en zijn broer in het Holiday Inn voerden, zouden gaan over de aankoop van een partij cocaïne. “Daarbij kreeg Rocco M. de opdracht het benodigde geld voor de operatie bijeen te halen”, schrijft de Italiaanse politie.

De Italianen gaan ervan uit dat de onderhandelingen in het Holiday-Inn deel uitmaken van een uitgebreide drugsconnectie tussen Italië en Nederland. Deze stelling werd bevestigd door een Turkse handelspartner van de gebroeders Rocco en Pasquale M. uit het Holiday-Inn, die twee maanden na de Amsterdamse bijeenkomst in Frankrijk werd opgepakt met twaalf kilo heroïne uit Nederland. Deze Turk is in Italië een oude bekende van justitie. Hij behoort tot de Turkse fascistische organisatie de 'Grijze Wolven'.

Volgens een verklaring die de 'Grijze Wolf' in de Franse gevangenis gaf, zou hij met Inangiray al vele malen eerder naar Nederland zijn gereisd om drugszaken te doen. Volgens de Italiaanse politie zorgde het Turkse tweetal zo voor een nieuwe drugslijn voor de Banda della Magliana: een hero- inelijn die vanuit Turkije via Nederland naar Italië liep. Dat er een connectie bestond, werd voor de Italiaanse politie steeds duidelijker. Op het lijk van Inangiray had de Utrechtse politie een notitieboekje aangetroffen met de namen van drie andere leden van de banda della Magliana: Vittorio Carnovale, Antonio D'Inzillo en Marcello Colafigli.

Carnovale en Colafigli logeerden, juist op het moment dat in het Holiday Inn de Turken met de gebroeders Rocco en Pasquale M. onderhandelden, in het Barbizon hotel, even verderop in Amsterdam. D'Inzillo was aangehouden op Schiphol en uitgeleverd aan Italië, waar hij een straf moest uitzitten voor zes moorden. Zijn twee reisgenoten werden niet herkend en wandelden rustig door de douane.

Het duo Carnovale-Colafigli werd door de politie in heel Europa gezocht. Colafigli was ontsnapt uit een soort TBS-inrichting in Italië, waar hij een lange straf moest uitzitten voor onder andere afpersing, diefstal en geweld. De Italiaanse justitie beschouwt hem als het 'militaire brein' van de Banda della Magliana. “Hij leidde de extreem gewelddadige militaire tak van de organisatie”, schrijft de Italiaanse rechter in zijn vooronderzoek tegen de bende.

In een lange verklaring tegenover de Italiaanse 'Hoge Commissaris tegen de Mafia' beschrijft Colafigli hoe hij en zijn compagnons niet één, maar tientallen keren tussen Italië en Nederland op en neer reisden. Ze stonden daar ook in contact met Rocco M. van de pizzeria's. “Vooral Vittorio Carnovale hield heel erg veel van Nederland”, zegt Colafigli. Behalve zaken had Carnovale ook een minnares in ons land. Volgens de Italiaanse politie was deze vrouw het 'referentiepunt in Amsterdam voor een groot aantal bendeleden'. Haar huis zou als logeeradres dienen.

In zijn verklaring aan de anti-mafiacommissaris beschrijft Colafigli ook hoe één van de belangrijkste bazen van de bende eind jaren tachtig in Nederland zijn hoofdkwartier had gevestigd: Giovanni Girlando verhuisde begin 1987 naar Nederland om aan zijn arrestatie in Rome te ontsnappen. “In Nederland werd hij een solide contactpunt voor alle andere bendeleden”, schrijft de Romeinse rechter in het juridisch vooronderzoek naar de bende.

Eind 1988 liep de Girlando tegen de lamp. Hij werd in Amsterdam gearresteerd en opgesloten in de Bijlmerbajes. Tegenover de anti-mafiacommissaris beschrijft Colafigli hoe hij op een van zijn Nederlandse reizen nog heeft staan zwaaien naar de grote baas in de bajes.

In Nederland, zo meent de Italiaanse politie, heeft de bende een 'rustig klimaat' gevonden waarin ze kan onderduiken en zaken kan doen, zonder al te veel 'last' van de politie. De Romeinse onderzoeksrechter Otello Lupacchini, die in Italië het onderzoek naar de bende leidt, zegt dat Nederland een 'bemiddelingsgebied' is waar verschillende drugsorganisaties samenkomen om te onderhandelen. “Het hoeft nog niet te betekenen dat ook de drugs zelf via Nederland worden verhandeld. Maar het is zeker een plek waar internationale organisaties hun conferenties houden en hun deals afsluiten.”

Waarom en door wie Inangiray in de Hollandse bossen werd vermoord, is tot op de dag van vandaag niet opgehelderd. Zeker is dat hij steun en dekking in Nederland had. Zeker is ook dat hij zijn Hollandse handeltjes in nauw contact met de Banda della Magliana dreef. Daarbij komt dat in dezelfde tijd dat Inangiray bij Doorn werd vermoord, ook in Rome talloze afrekeningen plaatshadden. Zo werd de grote baas van de bende, Giovanni Girlando, een maand later in Rome vermmord, omdat nijdige bendeleden vonden dat hij niet genoeg 'stecca' aan hun familie zou afdragen. (De 'stecca' is het percentage dat de mafia aan familie van gearresteerde clanleden afstaat op zijn criminele winsten.)

Voor de Nederlandse autoriteiten is de zaak Inangiray zo goed als gesloten. Justitie in Utrecht spreekt over een 'slapend dossier'. “Het was een hels karwei om de identiteit van de man te achterhalen”, zegt officier O. Brouwer van het Utrechtse parket, die het onderzoek naar de zaak voerde. “We hebben er maanden over gedaan.” Een paar agenten zijn naar Rome geweest. Ook werd Inangirays Turkse compagnon, de 'Grijze Wolf' in de Franse gevangenis ondervraagd. “Maar het heeft uiteindelijk niet zoveel opgeleverd”, aldus Brouwer.

Volgens hem heeft het feit dat het dossier formeel niet gesloten is weinig te betekenen. “Het kan altijd nog zijn dat er iemand toevallig wordt opgepakt die voor strafvermindering in aanmerking wil komen en daarom de moord bekent”, zegt Brouwer. “Maar u moet zich daar niet te veel van voorstellen”.

De Italianen lijken daar anders tegenaan te kijken. In het rapport dat de Romeinse politie over de moord op Inangiray opgestelde, schrijven ze over de rol van pizzaman Rocco M.: “Aan dit personage is te weinig aandacht besteed, ondanks het feit dat hij - naar het zich doet aanzien - bijzonder goed is geïntegreerd in het Nederlandse criminele netwerk. Hij heeft zich omgeven met Italiaanse individuen, die de methoden van de 'mafiose organisatie' over de grens hebben meegenomen.”

Een dag later belt officier Brouwer met de mededeling: “We willen over deze zaak geen enkele uitspraak doen, omdat we niet kunnen overzien wat de mogelijke schadelijke gevolgen kunnen zijn. Niets aangaande dit onderzoek kunnen we bevestigen of ontkennen. Niet in algemene noch in specifieke zin. De zwaarwegende motivering hiervoor is dat het onderzoek formeel niet is afgesloten, en we niet kunnen beoordelen welke feiten zich nog kunnen voordoen.”