De dierentuin van Moskou

Lege hokken, magere dieren en weinig bezoekers. Ook 'Moskva Zoo', de gemeentelijke dierentuin van Moskou, ondervindt de gevolgen van de economische malaise. De dierentuin is elke dag open, maar wie er een bezoek brengt vraagt zich vanzelf af hoe lang dat nog kan duren.

Aan entreegeld wordt in elk geval niet veel verdiend. Bij het loket koop ik voor vijf roebel (1 cent) een toegangsbewijs op postzegelformaat. Even verderop wordt het kaartje door een zwijgzame beambte in tweeën gescheurd.

Bij de entree op het terrein is het opvallend stil. Geen gekrijs van apen of gebrul van leeuwen. Alleen het monotone gegons van verkeer, nu en dan aangevuld met een schelle kinderstem in de verte. Ik sla linksaf, in de richting van kubusvormige kooien die even verderop schots en scheef in een rij staan. Van veraf is al te zien dat de kooien leeg staan. Toch loop ik ze een voor een langs, in de hoop alsnog een dier te zien. Maar achter het roestige gaaswerk liggen alleen overwoekerde boomstronken, autobanden en oude kranten. In een cirkelvormige kooi, in hokken verdeeld als de partjes van een sinaasappel, ligt een kleine, gevlekte panter bewegingloos achterin zijn hok. Dezelfde soort panters bewonen de naastgelegen hokken. Beesten die ongedurig heen en weer lopen en verwoed op de tralies knauwen. Op sommige plekken zijn de spijlen opgelapt met rechthoekige stukjes gaas.

Na bokken, aasgieren en een eenzame zebra te hebben bekeken, kom ik bij het nijlpaardenbassin terecht. Het bad is niervormig met een klein eilandje in het midden. In het bruinige, ondiepe water drijft een dode rat. Het nijlpaard is er niet.

Gaandeweg wordt duidelijk dat roofvogels en kleine reptielen in deze dierentuin oververtegenwoordigd zijn. In het reptielenhuis staat zelfs geen enkel hok leeg. Vanachter glas is er te zien hoe een jonge krokodil levend aas gevoerd krijgt. Een groepje van zes, zeven kuikens staat nerveus samengeklonterd in een hoek van het terrarium, de krokodil kijkt minutenlang volstrekt onbewegelijk toe, waarna hij tergend langzaam zijn prooi nadert.

Wel krokodillen dus, maar geen giraffe, geen neushoorn, geen nijlpaard, geen pinguïn, geen ijsbeer, geen leeuw en geen olifant. Tegen het eind van mijn tocht krijg ik de neiging elk dier dat er wél is als bezienswaardigheid te zien. De muilezel bijvoorbeeld, die met een ketting en een metalen ring door zijn neus aan een houten paal staat gebonden. Op een prikbord hangen vergeelde foto's waarop het donkergrijze dier lijdzaam poseert, met op zijn rug steeds een ander kind.

De bruine beer is een van de laatste attracties op mijn wandelroute. Een enorm dier, dat als een oude man tegen de bladderende spijlen van zijn te kleine hok staat aangeleund. Op de kiezelsteentjes die twee jongetjes naar hem toe gooien, reageert hij niet. Zijn vacht ziet er onverzorgd uit, met hier en daar een kale plek. Gelukkig regende het niet, die dag.