Afslanking gaat voort in race naar produktiviteit

NEW YORK, 15 DEC. Philip Morris, AT&T, RJR Nabisco en Xerox zijn de meest recente voorbeelden van Amerikaanse bedrijven die duizenden werknemers op straat zetten. Intussen daalt de werkloosheid in recordtempo, vorige maand van 6,8 naar 6,4 procent. Hoe zijn die twee tegengestelde fenomenen met elkaar te rijmen?

“De groei van de werkgelegenheid in de Verenigde Staten wordt vertraagd door de nog altijd voortgaande reorganisaties bij grote bedrijven”, aldus Neal Soss, top-econoom bij investeringsbank CS/First Boston. “In vergelijking tot vorige herstelperiodes verloopt de toeneming van het aantal banen langzaam.”

De periode van herstel begon volgens de economen van de Amerikaanse regering in maart 1991. Volgens de normen van de overheid is er sinds die maand sprake van een ommekeer in de economische statistieken en van hernieuwde groei van het bruto binnenlands produkt. Voor de giganten van het Amerikaanse bedrijfsleven begon de recessie toen pas.

De onheilstijdingen van de grote multinationals volgden elkaar snel op. Recordverliezen noopten tot ontslagen in tal van sectoren. In de afgelopen anderhalf jaar waren General Motors, IBM en Sears Roebuck daarvan de voorbeelden die het meest in het oog sprongen. Bij GM moesten na miljardenverliezen meer dan 70.000 banen verdwijnen, bij IBM in totaal 90.000 en bij Sears 50.000. Na rampzalige bedrijfsresultaten saneerden ook onder meer Apple (2.500), Boeing (28.000) en Wang (5.000). Ook bij vele andere bedrijven verdwenen duizenden banen.

Dit jaar blijken echter ook 'gezonde' bedrijven mensen te laten afvloeien. In juli kondigde zeepgigant Procter & Gamble aan dat 13.000 banen moesten verdwijnen. Niet omdat het slecht ging, maar om een goede concurrentiepositie te kunnen behouden. Philip Morris, dat ook nog ver van de rode cijfers af is, kondigde onlangs aan 14.000 man te laten afvloeien. En het recentste voorbeeld uit de rij van gezonde bedrijven is Xerox, dat 10.000 van de 98.000 banen schrapt. Het bedrijf had vorig jaar een winst uit gewone bedrijfsuitoefening van 600 miljoen dollar. Zijn dit tekenen van kracht, of juist van zwakte?

“Het is noch het een, noch het ander”, aldus Neal Soss. “Het zijn tekenen dat de tijden veranderen. Om als bedrijf te overleven moet je nu nóg concurrerender zijn en nóg hoger scoren op de produktiviteitsschaal dan voorheen. De enige manier om dat te doen is door constant op je kosten te letten.” Hoewel de Amerikaanse economie zich verbetert en voor dit kwartaal een stevige groei van het bruto binnenlands produkt wordt verwacht, is er volgens Soss geen twijfel over dat de afslanking van de grote bedrijven volgend jaar doorgaat.

Zijn visie is gemeengoed onder Amerikaanse economen maar ook onder topmensen in het bedrijfsleven. Gevraagd of de periode van de grote ontslagen voorbij is, antwoordde Ford-topman Alex Trotman vorige week in het weekblad Time: “Zeker niet.” De autoindustrie kampt volgens Trotman nog steeds met overcapaciteit. “Wat ik voortdurend tegen mijn mensen zeg, is dat we in een zeer, zeer taaie en fel concurrerende industrie zitten”, zei Trotman. “Dus ik hoop niet dat de mensen die in mijn winkel werken, denken dat alles al weer koek en ei is.”

Dat laatste wordt bevestigd in een studie naar bedrijfsinkrimpingen van de Conference Board, een Newyorkse denktank voor het bedrijfsleven. Meer dan de helft van de ondervraagde grote bedrijven meent dat er nog geen einde is aan de reorganisaties. Een niet gekwantificeerd deel daarvan meldt het verlies van banen in de eigen gelederen te voorzien. In een toelichting bij het onderzoek wordt gesteld dat de meeste bedrijven de omvang van reorganisaties in het recente verleden hebben onderschat. Een ander resultaat van het onderzoek was dat een vijfde van de ondervraagden zei dat ze de verkeerde mensen hadden ontslagen.

Volgens Martin Baily, hoogleraar aan de Universiteit van Maryland, is een hoge produktiviteit een vereiste in de huidige omstandigheden. Hoge produktiviteit geeft een bedrijf volgens Baily een voorsprong. De afwezigheid ervan hoeft niet rampzalig te zijn maar is wel riskant. Als voorbeelden noemt Baily de Europese luchtvaartmaatschappijen en de autofabrikanten. “Hun produktiviteit is lager dan in bijvoorbeeld de VS en Japan, maar hun winsten zijn comfortabel of waren dat tot voor kort, omdat de markt beschermd is”, zegt Baily.

“Het produktieproces op z'n efficiëntst te laten verlopen kan de produktiviteit tot 40 procent verhogen”, aldus Baily. “Dat betekent de werkomgeving aanpassen en het produktontwerp zodanig aanpassen dat het makkelijk te maken is.” Volgens Baily zijn de Japanners daar nog steeds kampioenen in, met name in de autoindustrie. De Amerikanen volgen op korte afstand, maar de Duitsers blijven achter.

Edward Lawler III, directeur van het Center for Effective Organizations aan de University of Southern California in Los Angeles, denkt dat er meer aan de hand is. Natuurlijk hebben veel Amerikaanse 'dinosaurussen' te lang gewacht met afslanken, zo is zijn redenering, en natuurlijk streeft elk bedrijf naar een hogere produktiviteit, maar de veranderingen zijn structureel van aard. Arbeid in zijn algemeenheid ondergaat volgens Lawler een verandering. “Het banenverlies bij bedrijven is het zichtbare deel, maar ondertussen gaat het vervangen van arbeid door kapitaal met verdubbelde snelheid door. We zullen zien dat er niet alleen volgend jaar duizenden banen verdwijnen, dit gaat door tot het eind van de jaren negentig.”

Oorzaak daarvan is onder meer dat industrieën over de hele wereld hun vleugels uitslaan. Volgens Lawler zullen bedrijven in toenemende mate proberen produkten te maken die ze in dezelfde vorm overal op de markt kunnen brengen. Daarnaast is het aantrekkelijk om in landen met lage lonen te produceren. “Wereldwijd verkoopbare software laten maken in India is voor een ondernemer zeer aantrekkelijk”, aldus Lawler. “Globalisering maakt de automatisering nog efficiënter.”