Witwassen: nog volop mogelijkheden

E. Udink, Criminele geldstromen, schijn en werkelijkheid. Uitgeverij Gouda Quint, Arnhem 1993. ISBN 90 3870203 5. Prijs: ƒ 32,50.

AMSTERDAM, 14 DEC. Een onberispelijk geklede heer wisselt gedurende enkele jaren een bedrag van enkele tientallen miljoenen guldens buitenlands geld bij een Nederlandse bank. Ondanks interne regels over contant-geldtransacties voert het baliepersoneel van de bank de wisseltransacties uit zonder ooit vragen te stellen.

Kort geleden werd deze keurige heer, die een valse naam hanteerde, gearresteerd in België. Het bleek te gaan om een harde crimineel, lid van een drugssyndicaat dat jaarlijks ruim zeventig miljoen gulden contant geld 'witwast' via een netwerk van Ierse maatschappijen, wisselkantoren en Belgische en Nederlandse banken. Het 'gewitte geld' werd ondermeer geïnvesteerd in Nederlandse bedrijfspanden, wisselkantoren en buitenlandse vakantieprojecten. Ook exploiteerde de organisatie 06-(sex)lijnen.

De zaak met de 'keurige' heer is een van de acht voorbeelden van witwaspraktijken die jurist mr. E. Udink beschrijft in haar boek Criminele geldstromen, schijn en werkelijkheid. Uit haar onderzoek blijkt ondermeer dat criminelen in Nederland nog volop witwasmogelijkheden hebben, ondanks verscherpte wetgeving. Udink is de eerste die dit in Nederland heeft onderzocht.

De naam van de bank waar de miljoenen werden gewisseld blijft strikt geheim, want de politiedossiers waaruit Udink kon putten, handelen over zaken die nooit in de publiciteit zijn geweest. Udink deed haar onderzoek bij de Bureau's Financiële Ondersteuning ('kaalplukteams'), de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) en de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (Fiod). Zij beschrijft zeven andere zaken waarbij criminelen via schilderijenverkoop, een transportbedrijf, een chemiebedrijf, een café, onroerend goed, Luxemburgse leningen en Nederlandse bv's enorme contante bedragen in de legale economie pompen.

De overheid beweert in haar beleidsnota over georganiseerde misdaad dat van elke tien gulden één crimineel besmet is. In Nederland hebben gezinnen en bedrijven op het moment totaal aan cash geld, giraal en termijndeposito's circa 260 miljard gulden uitstaan.

Udink legt in haar boek de zwakte bloot van de Wet melding ongebruikelijke transacties en de aangescherpte identificatieplicht voor de banken die begin volgend jaar van kracht worden. Uit de praktijk van de afgelopen jaren blijkt dat het betrokken bankpersoneel zich soms niet houdt aan de regels. De keurige heer kon miljoenen wisselen omdat “het bankfiliaal in dit geval niet de interne identificatieplichten had nageleefd”.

In haar boek beschrijft Udink verder hoe criminelen in Nederland nog volop mogelijheden hebben om via rechtspersonen geld wit te wassen. Belangrijkste voorwaarde voor de criminieel is daarbij wel anoniem te blijven. Drugshandelaren kunnen bijvoorbeeld anoniem deelnemen aan het rechtsverkeer in Nederland via een buitenlandse rechtspersoon, waarbij vooral de Delaware corporation populair is. Bij de oprichting van deze Amerikaanse rechtspersoon doet de overheid geen onderzoek naar de achtergrond van de oprichter. Ook wordt geen eis voor minimumkapitaal gesteld en hoeft de Delaware corp. geen jaarrekening te publiceren. De overheid, die al sinds 1988 worstelt met de Delaware corp., heeft inmiddels een wetsvoorstel ingediend waardoor deze rechtsvorm onderworpen wordt aan het Nederlandse recht. Voordat het zo ver is, moeten nog veel juridische barrières worden geslecht.

Maar ook de gewone bv biedt de crimineel volop mogelijkheden. Het ministerie van justitie doet bij oprichting van een bv weliswaar een antecedentenonderzoek, maar dat kan worden omzeild door een lege bv te kopen. Als de aandeelhouder/bestuurder van een bv is overleden of met pensioen is gegaan, blijft zijn bv namelijk gewoon bestaan. Bij de koop van een lege bv doet justitie geen antecedentenonderzoek. Zolang de crimineel zorgt voor een jaarrekening en de venootschapsbelasting betaalt, is er geen vuiltje aan de lucht. Hij heeft wel een notaris nodig voor de overdracht van de aandelen.

Notarissen, advocaten en financiële instellingen zijn “op indringende wijze” betrokken bij het witwassen in Nederland, zo laat een vertegenwoordiger van de Centrale Recherche Informatiedienst in Udinks boek weten. Bij het witwassen via onjuiste facturen, het zogenoemde double invoicing, kan een accountant betrokken zijn. Populair bij criminelen is ook de loan back, of terugleen-methode. Het criminele geld wordt dan op een buitenlandse bankrekening gestort, op naam van een door de crimineel opgerichte maatschappij. Deze maatschappij leent vervolgens het geld voor de investering in Nederland, bijvoorbeeld in onroerend goed. Daarvoor heeft de crimineel een notaris nodig.

Justitie is tevreden over inspanningen van de banken, maar niet over die van advocaten, notarissen en accountants. De notaris, een onmisbare schakel bij aankoop van onroerend goed, blijft volgens Udink “gemakkelijk buiten schot”, indien hij een discutabele rol heeft gespeeld bij een witwastransactie. Het ambtsgeheim van de notaris zorgt ervoor dat zijn of haar betrokkenheid zelden of nooit door de politie wordt onderzocht. Ook kan het opsporingsonderzoek belemmerd worden, omdat de notaris over cruciale informatie beschikt die hij niet wil prijsgeven.

Udink meent dat notarissen meer moeten nagaan wie achter een (buitenlandse) rechtspersoon zit die onroerend goed koopt of een hypothecaire lening verschaft. De overdracht van aandelen in een bv moet vanaf 1 januari 1993 gebeuren met inschakeling van een notaris. Iemand die voor de oprichting van een bv gebruik maakt van een stroman, kan de aandelen dus niet meer onderhands aan zich laten overdragen. Blijft het probleem dat de notaris maar beperkte mogelijkheden heeft om de achtergrond van de koper te onderzoeken.

Notarissen, advocaten en accountants hebben, als zij een client niet vertrouwen, geen mogelijkheid na te gaan of iets bekend is over betrokkenheid bij criminaliteit of witwassen. Udink bepleit een soort meldpunt voor deze beroepsgroepen. Maar ze denkt daarbij niet aan een meldpunt bij justitie, zoals minister Hirsch Ballin vorige week in de Kamer voorstelde.

De weerstand bij advocaten, accountants en notarissen tegen melding bij justitie is vooral een gevolg van de angst dat de politie informatie uit een meldpunt zou opeisen. Udink meent dat deze beroepsgroepen alleen willen meewerken, als justitie veel minder nadruk legt op de strafrechtelijke aanpak van het witwassen.

Deze dienstverleners kunnen de politie helpen bij de verbetering van het financiële 'graafwerk' naar witwaspraktijken. Politie en justitie vinden zelf namelijk dat hun financiële expertise, essentieel om het misdadige netwerk bloot te leggen, nog duidelijk tekortschiet. Justitie richt zich nog te veel op het traditionele “dadergerichte” opsporingsonderzoek.