WAARBORG-PENSIOEN

Het artikel 'Waarborg pensioen krijgt voorrang bij bankroet' (NRC Handelsblad, 17 november) geeft een onjuist beeld van de rechtspositie van de ontslagen werknemer bij bankroet van de onderneming. De Hoge Raad heeft weliswaar aan de pensioenvorderingen van de werknemer in geval van faillissement in bepaalde gevallen preferentie verleend, maar over de grootte van die pensioenvordering staan in het artikel aperte onjuistheden.

Het is bepaald niet zo dat door de wetswijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet van 1987 de werkgever verplicht is aan de vertrekkende werknemer een pensioen mee te geven dat gerelateerd is aan het laatst genoten salaris. De wet verplicht de werkgever slechts om de werknemer op basis van de in zijn bedrijf geldende pensioenregeling een tijdsevenredig pensioen mee te geven.

Een tijdsevenredig pensioen is gelijk aan het verschil tussen het op basis van deze pensioenregeling totaal te bereiken pensioen en het op basis van de nog toekomstige dienstjaren te verwerven pensioen; beide berekend op basis van de situatie bij ontslag.

Bij een gemiddeld salarissysteem krijgt men dus slechts aanspraak op een tijdsevenredig pensioen mee dat gerelateerd is aan het gemiddeld verdiende salaris. Alleen bij een eindloonregeling krijgt men aanspraak op een tijdsevenredig pensioen dat gerelateerd is aan het laatstverdiende salaris.

Voor zover deze tijdsevenredige pensioenrechten bij ontslag nog niet gefinancierd zijn moet affinanciering plaatsvinden.

De Rechtbank te Rotterdam besliste in een eerdere uitspraak van 27 maart 1992 al eens dat wanneer het ontslag door de curator is aangezegd deze affinanciering als een boedelschuld beschouwd moet worden welke als eerste uit de nog resterende middelen van de failliete boedel voldaan moet worden. Dit heeft de Hoge Raad thans bevestigd. Dit neemt niet weg dat wanneer werknemers die de bui hebben zien hangen en vóór de faillissementsdatum reeds vertrokken zijn geen recht op een tijdsevenredig recht zouden hebben. Deze hebben anders dan in het artikel staat ook aanspraak op een affinanciering van een tijdsevenredig pensioen. Deze aanspraak zal evenwel veelal - als een concurrente vordering op de boedel - niet meer te honoreren zijn. Dit laat evenwel onverlet dat er wel degelijk ook voor deze dienstverlaters een verplichting tot affinanciering van een tijdsevenredig pensioenrecht bestaat.