VS blij met anti-dumping compromis

GENEVE, 14 DEC. Hebben de Verenigde Staten in de GATT-onderhandelingen een overwinning geboekt als het gaat om de mogelijkheden zich van anti-dumpingmaatregelen te bedienen? De Amerikaanse onderminister voor handel Jeffrey Garten nam het woord gisteren nog net niet in de mond, maar straalde wel een en al tevredenheid uit. GATT-topman Peter Sutherland sprak gisteren nadrukkelijk tegen dat de overeengekomen tekst in het ontwerp-wereldhandelsakkoord het multilatere handelsysteem ondermijnt.

Uit de nog vertrouwelijke tekst blijkt volgens deskundigen bij de GATT dat de VS niet de vrije hand hebben om op basis van hun nationale wetgeving strafheffingen te leggen op importgoederen die volgens Washington beneden de 'normale' prijs worden aangeboden. In de VS kan het ministerie van handel besluiten zo'n extra importheffing op te leggen, die vele tientallen procenten kan bedragen. Het besluit wordt daarna nog door een commissie getoetst, die onder meer moet bekijken of een Amerikaanse industrie door dumpingpraktijken aantoonbare schade heeft opgelopen.

Landen die door anti-dumpingheffingen worden getroffen kunnen de zaak aanhangig maken bij de GATT, waarna een panel een uitspraak kan doen. Volgens de nieuwe tekst over anti-dumping moet het panel beoordelen of de nationale instanties de feiten op grond waarvan zij een anti-dumpingheffing hebben ingesteld “onbevooroordeeld en objectief” hebben vastgesteld. Deze formulering geeft volgens deskundigen bij de GATT voldoende mogelijkheden om te voorkomen dat de VS of andere landen unilaterale maatregelen nemen, die het karakter hebben van verhuld protectionisme. Als een GATT-panel een nationale maatregel afwijst, voorziet een regeling voor geschillenbeslechting in tegenmaatregelen die het getroffen land mag nemen.

Vooral de Aziatische landen hebben scherp geprotesteerd tegen anti-dumpingmaatregelen van o.a. de VS en de EU. Op voorstel van Sutherland stemden zij deze week in met een compromis.